ECLI:NL:RBZWB:2026:7272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-025000
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
ongegrond. Klager is gene rechthebbende.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 12 augustus 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 1 augustus 2023 onder klaagster in het strafvorderlijk onderzoek tegen [persoon] in beslag is genomen: een Rolex-horloge (hierna: de Rolex);
de machtiging tot het als conservatoir handhaven van het beslag van 22 augustus 2023;
de kennisgeving machtiging conservatoir beslag aan [persoon] van 23 augustus 2023;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 15 januari 2026 en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. R. van 't Land als gemachtigd advocaat van klaagster, gehoord.
Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
De belanghebbende is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Dit is: [persoon] .
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat bij beslissing van 21 februari 2025 de onderliggende strafzaak tegen verzoekster met parketnummer 02-039956-25 is geseponeerd. In verband met dit sepot heeft zij alle onder haar en/of aan haar gerelateerde geld en goederen terug ontvangen, behalve de Rolex. De politie denkt echter dat het horloge toebehoort aan [persoon] , zodat dit horloge op enig moment onder het beslag van [persoon] is gaan vallen. Klaagster is echter eigenaresse van de Rolex. Zij heeft in december 2022 de Rolex voor een bedrag van
€ 12.818,00 gekocht van [persoon] . Hiertoe heeft zij in december 2022 een contante aanbetaling gedaan van € 4.000,00. Het overige bedrag heeft zij in termijnen betaald. Zoals uit de bankafschriften blijkt, heeft zij in totaal € 7.218,00 overgemaakt vanaf haar privérekening en € 1.600,00 vanaf haar zakelijke rekening naar die van [persoon] . Dat er meer geld aan [persoon] is overgemaakt dan dat klaagster hem was verschuldigd had te maken met een vakantie van beiden. Tijdens die vakantie heeft [persoon] ook - met goedvinden van klaagster - de Rolex gedragen. Inmiddels is de relatie voorbij. Klaagster heeft door dit alles genoeg problemen gekregen en wenst enkel nog teruggave van de Rolex.
Belanghebbende [persoon] heeft in een schriftelijke verklaring aangegeven dat hij klaagster geld verschuldigd was en om die reden de Rolex aan haar heeft verkocht. Klaagster heeft
€ 4.000,00 contant aanbetaald en zou het resterende bedrag in termijnen voldoen. Zolang het bedrag nog niet was afbetaald mocht [persoon] met toestemming van klaagster de Rolex incidenteel lenen. Zo ook voor een reis naar Dubai met een vriend in april 2023, waarbij klaagster zich later ook zou aansluiten. [persoon] voelt zich bezwaard naar klaagster toe, omdat de Rolex nu in beslag is genomen en [persoon] niet de mogelijkheid heeft om klaagster terug te betalen. Hij verzoekt dan ook om de Rolex terug te geven aan klaagster.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de inhoud van de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het niet buiten redelijke twijfel is dat klaagster als eigenaar van het horloge moet worden aangemerkt. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard. De schriftelijke verklaring van belanghebbende [persoon] brengt de officier van justitie niet tot een ander standpunt.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.