ECLI:NL:RBZWB:2026:7263
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- 02-282691-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Verdachte wilde niet weg op het politiebureau, omdat hij op straat leeft en wilde blijven slapen. Eenmaal buiten stak hij een winddoek in brand dat aan het hek van het politiebureau vast zat en werd vervolgens inderdaad weer aangehouden. De daadwerkelijke schade is beperkt gebleven tot (oppervlakkige) schade aan het hekwerk, een lantaarnpaal en een aantal struiken. Oplegging van een gevangenisstraf van 84 dagen met aftrek van voorarrest. De gevangenisstraf is gelijk aan de duur van het voorarrest, zodat verdachte feitelijk niet meer naar de gevangenis hoeft.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.