ECLI:NL:RBZWB:2026:1665
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 24 februari 2026
- Zaaknummer
- RK 25-025384
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
verzoekschrift 530 Sv toegewezen
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 7 oktober 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 894,61voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 10 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. P. Kuipers gehoord. De raadsvrouw van verzoeker heeft telefonisch haar standpunt toegelicht.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De raadsvrouw van verzoeker heeft aangevoerd dat op 20 augustus 2025 namens verzoeker een klaagschrift ex artikel 552a Sv is ingediend, omdat op 4 augustus 2025 onder verzoeker 4 gegevensdragers in beslag zijn genomen. Alvorens het klaagschrift in te dienen heeft de raadsvrouw op 20 augustus 2025 een e-mail verzonden naar het beslagloket met het verzoek de betreffende goederen te retourneren. Haar werd diezelfde dag medegedeeld dat het onderzoek nog niet was afgerond en dat zij over 4 weken weer contact kon opnemen. Hierna is het klaagschrift ingediend. Op 26 augustus 2025 heeft verzoeker de gegevensdragers teruggekregen, waarna het klaagschrift op 8 september 2025 is ingetrokken. Verzoeker heeft kosten van rechtsbijstand gemaakt en heeft daarom onderhavig verzoekschrift ingediend.
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat de teruggave van de goederen niet is geschied wegens redenen genoemd in het klaagschrift, maar omdat het onderzoek was afgerond. De teruggave houdt geen verband met het ingediende klaagschrift. Het klaagschrift is volgens de officier van justitie pas op 6 oktober 2025 bij het openbaar ministerie bekend geworden.
Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen omdat de raadsvrouw niet bij het beslagloket had moeten vragen om teruggave van de goederen, maar dat had moeten doen bij het openbaar ministerie. Nu er niet is gevraagd om teruggave aan het openbaar ministerie, is het klaagschrift prematuur ingediend.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.