1 Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
feit 1 primair
de verdachte in of omstreeks de periode van 13 april 2020 tot en met 15 april 2020, te Barendrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, heeft gepoogd om [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen, te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten: het opzettelijk en met voorbedachten rade toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] en met dat opzet voornoemde personen meermalen heeft benaderd om dit strafbare feit te plegen, althans te laten plegen en/of die personen
daartoe de:
* adresgegevens en/of
* een signalement en/of een foto van [slachtoffer] en/of
* informatie over het voertuig van [slachtoffer] en/of
* informatie over het leefpatroon van [slachtoffer]
heeft verstrekt;
feit 1 subsidiair
de verdachte in of omstreeks de periode van 13 april 2020 tot en met 15 april 2020, te Barendrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen, heeft bewogen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten: het bedreigen met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling van [slachtoffer] , door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] :
* de adresgegevens en/of
* een signalement en/of een foto van [slachtoffer] en/of
* informatie over het voertuig van [slachtoffer] en/of
* informatie over het leefpatroon van [slachtoffer] te verstrekken;
feit 1 meer subsidiair
de verdachte op of omstreeks 15 april 2020 te Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op de borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] te richten en/of (vervolgens) meermalen, althans éénmaal, de trekker van een/dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) over te halen en/of de slede van een/dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp)naar achter te halen;
feit 2
de verdachte in of omstreeks de periode van 6 januari 2025 tot en met 10 januari 2025 te Barendrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
door met een telefoon chatberichten te sturen en te communiceren over:
* bedrijven die producten importeren vanuit Ghana en/of
* het kunnen importeren van machines en/of onderdelen en/of
* 'groene' lijnen en/of lopende lijnen
* het 'zwanger' maken van een bestaande lijn en/of
* het beschikbaar hebben van een Duits en/of Nederlands bedrijf en/of
* het importeren van hogedruk onderdelen vanuit China en/of
* machines met een stash erin;
feit 3 primair
de verdachte in of omstreeks de periode van 2 oktober 2019 tot en met 22 februari 2020 via de Westerschelde en/of de Nederlandse territoriale wateren en/of te Antwerpen, in elk geval in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 259 kilogram cocaïne, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3 subsidiair
de verdachte in of omstreeks de periode van 31 januari 2020 tot en met 10 februari 2020 te Barendrecht en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst T, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten een hoeveelheid van ongeveer 259 kilogram cocaïne, althans een grote hoeveelheid cocaïne,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door:
* een loods ter beschikking te stellen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten:
* gereedschap en/of machines (vorkheftruck) en/of één of meerdere voertuigen;
feit 4 primair
de verdachte in of omstreeks de periode van 15 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 via de Westerschelde en/of de Nederlandse territoriale wateren en/of te Antwerpen, in elk geval in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 781,6 kilogram cocaïne, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 4 subsidiair
de verdachte in of omstreeks de periode van 15 maart 2020 tot en met 28 maart 2020 te Barendrecht en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten een hoeveelheid van ongeveer 781,6 kilogram cocaïne, althans een grote hoeveelheid cocaïne,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door:
* een loods ter beschikking te stellen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten:
* gereedschap en/of machines (vorkheftruck) en/of één of meerdere voertuigen;
feit 5 primair
de verdachte in of omstreeks de periode van 2 april 2020 tot en met 3 april 2020 via de Westerschelde en/of de Nederlandse territoriale wateren en/of te Antwerpen, in elk geval in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 489,7 kilogram cocaïne, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 5 subsidiair
de verdachte in of omstreeks de periode van 2 april 2020 tot en met 7 april 2020 te Barendrecht en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst T, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten een hoeveelheid van ongeveer 489,7 kilogram cocaïne, althans een grote hoeveelheid cocaïne,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door:
* een loods ter beschikking te stellen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten:
* gereedschap en/of machines (vorkheftruck) en/of één of meerdere voertuigen;
feit 6
de verdachte op of omstreeks 12 maart 2020, te Breda en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 200 kilogram cocaïne, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.