1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij tezamen en in vereniging voorbereidingshandelingen ten aanzien van het bewerken van harddrugs (heroïne) heeft verricht.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
hij op of omstreeks de periode van 27 februari 2026 tot 9 maart 2026 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk
meermalen, althans eenmaal (telkens)
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten een grote
hoeveelheid heroïne zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet
behorende lijst I,
en/of
een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad te weten
- een of meer (grote)hoeveelheden coffeïne, paracetamol en/of kleurstoffen althans
versnijdigingsmiddelen,
- gasflessen welke aangesloten stonden aan een kookstel met daarop grote ketels
met onbekende inhoud en/of jerrycans met een onbekende vloeistof en/of zakken
met een onbekende poeder,
- zeven en/of ventilatoren en/of meerdere grote hoge pannen en/of ketels en/of
vaten en/of een of meer installaties en/of filters en/of slangen en/of
afzuiginstallaties en/of condensatiebuizen, althans materialen/benodigdheden ten
behoeve van de (op)bouw van een of meer drugslabs en/of
- een garage althans een opslagruimte/productielocatie
waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij
bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).