ECLI:NL:RBOBR:2025:2219
Rechtbank Oost-Brabant
- Uitspraak
- 15 april 2025
- Zaaknummer
- 82/194085-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Dochter van directeur van een 8-tal vakantieparken en de moedermaatschappij, die ook voor het bedrijf werkte, wordt veroordeeld voor belastingfraude. Het betreft twee opzettelijke overtredingen van bepalingen uit de Algemene wet op de rijksbelastingen. Het gaat om medeplegen met de parken en de moedermaatschappij. Ten minste vijf jaar lang is bewust een geldstroom buiten de administratie gehouden, die niet in de belastingheffing is betrokken en waardoor te weinig belasting is geheven. Verweer ne bis in idem-beginsel en una via-beginsel ex artikel 243 lid 2 Sv wordt verworpen. De officieren van justitie zijn ontvankelijk. Problematiek verschoningsrecht. Rechtbank stelt vormverzuim vast. Verweer sfeerovergang wordt eveneens verworpen. Er volgt geen bewijsuitsluiting. Afwijking van de strafeis wegens overschrijding van de redelijke termijn met bijna 3 jaar en de inbreuk op het verschoningsrecht. Opgelegd wordt een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren. De vordering van de officieren van justitie was een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaar.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.