Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBNNE:2026:3444

Rechtbank Noord-Nederland

Uitspraak
13 augustus 2026
Zaaknummer
18-284068-24
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna anderhalf jaar schuldig gemaakt aan handel in cocaïne. Er zijn daarnaast op verschillende momenten verdovende middelen bij hem aangetroffen. De rechtbank acht de dagvaarding met betrekking tot feit 2 nietig en verklaart het openbaar ministerie ten aanzien van feit 1 voor een deel van de ten laste gelegde periode niet-ontvankelijk in de strafvervolging. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, passend en oplegging daarvan geboden is. Het inbeslaggenomen geld wordt verbeurd verklaard. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf wordt afgewezen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.