ECLI:NL:RBNNE:2026:3070
Rechtbank Noord-Nederland
- Uitspraak
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- 18-197161-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Raadkamer
Inhoudsindicatie
De rechtbank in Leeuwarden verklaart het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris strekkende tot afwijzing van de inbewaringstelling gegrond. De rechter-commissaris heeft een onjuiste belangenafweging gemaakt.
Uitspraak
De ernstige bezwaren en gronden voor de voorlopige hechtenis
De ernstige bezwaren
Feit 1
Politieagenten houden op 2 juli 2026 [medeverdachte] aan voor een verdenking van het bezit van vuurwapens en bedreiging. Deze politieagenten treffen tijdens deze aanhouding de telefoon aan van [medeverdachte] (pag. 16 e.v. PV VGL). Vervolgens wordt de telefoon van [medeverdachte] onderzocht en er worden op deze telefoon filmfragmenten aangetroffen waarin [medeverdachte] videobelt met naar verluidt [verdachte] . Op deze beelden is vermoedelijk [verdachte] te zien met beschermende kleding en een gasmasker in een ruimte die bestemd is voor het chemisch verwerken van blokken met daarop afgebeeld een "geel dollarteken" (pag. 16 e.v. PV VGL). Op de telefoon van [medeverdachte] is ook een foto aangetroffen van een zeecontainer met het nummer [nummer] (pag. 64 e.v. PV VGL). De politie heeft dit zeecontainer-nummer doorgegeven aan de havenpolitie in Rotterdam (pag. 68 e.v. PV VGL). Het HARC-team heeft vervolgens in de desbetreffende zeecontainer 375 blokken die positief zijn getest op cocaïne aangetroffen met een nettogewicht van 377, 4 kilogram. Op deze blokken cocaïne staan eenzelfde "gele dollarteken" afgebeeld als op vorenbedoelde video's die zijn aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte] (pag. 70 e.v. PV VGL).
Feit 2
De politie heeft op 14 juli 2026 de woning en het voertuig van verdachte [verdachte] te [plaats] doorzocht. In de auto van [verdachte] troffen politieagenten een handvuurwapen aan met twee kogelpatronen (pag. 92 e.v. PV VGL). Dit vuurwapen is onderzocht en het blijkt om een echt vuurwapen te gaan die scherpe munitie kan afvuren (pag. 97 e.v. PV VGL).
De gronden
De rechtbank zal de twaalfjaarsgrond, de grote recidivegrond en de onderzoeksgrond aan het bevel tot bewaring ten grondslag leggen. De verdediging heeft aangevoerd dat de gronden niet meer van toepassing zijn, omdat verdachte reeds in vrijheid is gesteld. De rechtbank volgt dit verweer niet, omdat naar het oordeel van de rechtbank de beoordeling van de gronden geschied naar de omstandigheden zoals die golden op het moment van de vordering tot inbewaringstelling (ex tunc). De rechtbank moet immers toetsen of de rechter-commissaris tijdens de voorgeleiding een juiste afweging heeft gemaakt van de betrokken belangen.
De twaalfjaarsgrond
Er is sprake van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en de rechtsorde door dat feit ernstig is geschokt. Het gaat om een verdenking van de invoer van blokken cocaïne door de haven van Rotterdam met een nettogewicht van 377,4 kilogram. De illegale handel in verdovende middelen leidt tot veel maatschappelijke problemen en gaat vaak gepaard met diverse vormen van zware en georganiseerde criminaliteit. Daarnaast is het algemeen bekend dat de lichamelijke en psychische gezondheidsrisicos voor gebruikers van cocaïne groot zijn. Dit maakt dat vrijlating in deze fase van het onderzoek zal leiden tot maatschappelijk onbegrip.
De grote recidivegrond
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of
meer is gesteld en waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht hetgeen blijkt uit de omstandigheid dat verdachte kennelijk in kringen verkeert waarin hij aan een vuurwapen kan komen en het voorhanden hebben van een vuurwapen nauw verwant is met het ook daadwerkelijke gebruik van het wapen, zeker in een context waarin eveneens sprake is van het invoeren van een forse hoeveelheid verdovende middelen.
De onderzoeksgrond
Omdat de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is voor het, anders dan door verklaringen van de verdachte, aan de dag brengen van de waarheid, zoals verwoord in het aan deze vordering ten grondslag liggende dossier. Het onderzoek is in volle gang en eventuele medeverdachten moeten worden aangehouden en verhoord. Bij invrijheidstelling dreigt collusiegevaar.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.