ECLI:NL:RBNNE:2026:2961
Rechtbank Noord-Nederland
- Uitspraak
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 18-338414-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
Bewezenverklaring bezit en handel in harddrugs. Overwegingen m.b.t. wetenschap, dealtelefoons en pleegperiode. Oplegging jeugddetentie en GBM. Beslissingen omtrent beslag.
Uitspraak
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 11 december 2025 te Leeuwarden, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4,64 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of
ongeveer 3,63 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij, op één of meer tijdstippen, in de periode van 8 oktober 2025 tot en met 11 december 2025 te Leeuwarden, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van feit 1
De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van feit 1, gelet op het aantreffen van de ten laste gelegde harddrugs en daaraan gerelateerde voorwerpen bij de aanhouding van verdachte in de woning van getuige [getuige 1] . Dit tezamen met de aangetroffen dealtelefoons die aan verdachte kunnen worden toegeschreven en de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] maakt dat dit feit wettig en overtuigend is te bewijzen.
Ten aanzien van feit 2
De officier van justitie heeft ook bewezenverklaring gevorderd van feit 2, gelet op de grote hoeveelheid drugsgerelateerde berichten die op de aan verdachte toegeschreven dealtelefoons zijn aangetroffen.
Alsmede de vele contacten die daarop zijn aangetroffen en waarvan bij de politie ambtshalve bekend is dat zij harddrugsgebruikers zijn. Dit tezamen met de verklaringen van getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] maakt dat feit 2 wettig en overtuigend is te bewijzen.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1
De raadsman heeft bepleit dat partiële vrijspraak moet volgen voor het opzettelijk aanwezig hebben van heroïne. De heroïne lag in een lade en niet kan worden vastgesteld dat verdachte hiervan wetenschap (en dus opzet) had. Verdachte was immers niet de enige die in de woning werd aangehouden. Ten aanzien van de aangetroffen cocaïne heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van feit 2
Primair is door de raadsman vrijspraak bepleit van dit feit, omdat uit de gesprekken die op de onder verdachte aangetroffen zwarte iPhone zijn aangetroffen niet blijkt dat wordt gesproken over de handel in harddrugs. Voorts kan de onder verdachte in beslag genomen witte iPhone niet aan hem worden toegeschreven.
Subsidiair is bepleit dat slechts een kortere dealperiode, te weten vanaf 3 november 2025 bewezen kan worden verklaard. Vanaf deze datum zijn immers voor het eerst berichten verstuurd vanaf de witte iPhone.
Het oordeel van de rechtbank 1
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Bewijsmiddelen
Op 11 december 2025 hebben verbalisanten ter aanhouding en inbeslagname een woning aan de [adres 2] te Leeuwarden betreden. In de woonkamer werd verdachte aangetroffen. Verdachte droeg meerdere geldbiljetten met een totale waarde van 255,00 bij zich en in zijn broekzak werd een zwarte iPhone aangetroffen. Op een bureau in de woonkamer lagen tientallen gripzakjes met restanten van vermoedelijk verdovende middelen. Ook werden er meerdere gebruikte tipjes, een grinder, een middelgrote gripzak met witte substantie en een witte iPhone op het bureau aangetroffen. In de bovenste lade van het bureau lag
een boterhamzakje met meerdere substanties van zowel bruine als witte kleur. Beide substanties waren los verpakt. De witte substantie zat in een zakje met één groot brok, één middelgroot brok en één klein brokje. De bruine substantie was verdeeld onder een kleiner en groter zakje. In de lade daaronder lag een kleine weegschaal.2
De drie witte brokjes die in de bureaulade werden aangetroffen hadden een netto gewicht van 2,64 gram, 0,71 gram en 0,28 gram en gaven een indicatie voor cocaïne. Het totaal netto gewicht van de witte substantie bedraagt daarmee 3,63 gram.3 Onderzoek van het NFI wees uit dat deze goederen ook daadwerkelijk cocaïne bevatten.4 De twee bruine substanties die in de bureaulade werden aangetroffen hadden een netto gewicht van 4,00 gram en 0,64 gram en gaven een indicatie voor heroïne. Het totaal netto gewicht van de bruine substantie bedraagt daarmee 4,64 gram.5 Ook hierbij wees onderzoek van het NFI uit dat beide goederen daadwerkelijk heroïne bevatten.6 De middelgrote gripzak die op het bureau lag gaf een indicatie voor het versnijdingsmiddel Inositol.7
[getuige 1] (verder: getuige [getuige 1] ) woont op het adres waar de voornoemde harddrugs is aangetroffen. Hij heeft op 11 december 2025 verklaard dat verdachte wel eens bij hem overnacht in ruil voor drie bolletjes wit [de rechtbank begrijpt: cocaïne] en bevestigt dat de zojuist in zijn woning aangetroffen en in beslag genomen harddrugs van verdachte zijn. Diezelfde ochtend heeft getuige [getuige 1] nog drie bolletjes cocaïne van verdachte gekregen en de kwaliteit daarvan was goed. Verdachte verkoopt ook wel eens wit en bruin [de rechtbank begrijpt: cocaïne en heroïne] vanuit zijn woning. Omdat getuige [getuige 1] zelf afhankelijk is van drugs heeft hij verdachte weer toegelaten in zijn woning. Daar zou verdachte direct na zijn vrijlating weer naartoe zijn gegaan.8 Gebleken is dat verdachte op 15 mei 2025 al eerder is aangehouden in de woning van getuige [getuige 1] in verband met een ander drugsgerelateerd onderzoek. Op 8 oktober 2025 is verdachte in dat onderzoek ontslagen uit detentie.9
Enkele minuten na de aanhouding van verdachte belde [getuige 2] aan bij de betreffende woning. Hij is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij verslaafd is en heroïne gebruikt. Daarom wilde hij op dit adres bruin [de rechtbank begrijpt: heroïne] kopen. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij al meerdere weken bij deze gast op dit adres koopt en dat de kwaliteit van de heroïne prima is. De politie vroeg vervolgens of getuige [getuige 2] van de oudere man of van de minderjarige jongen heroïne wilde kopen. Daarbij werd aangegeven dat de minderjarige jongen is aangehouden. Daarop moest getuige [getuige 2] lachen en knikte hij bevestigend.10 Het telefoonnummer waar getuige [getuige 2] gebruik van maakt is een contact van de onder verdachte inbeslaggenomen witte iPhone. Uit nader onderzoek naar deze telefoon blijkt dat op 21 november 2025 een gesprek is gestart met het telefoonnummer dat door getuige [getuige 2] wordt gebruikt en dat er sindsdien 348 berichten zijn verstuurd.11
De zwarte iPhone die bij de aanhouding van verdachte in diens broekzak werd aangetroffen is naderhand onderzocht.12 Op deze telefoon stonden meerdere fotos van verdachte en een WhatsApp bericht afkomstig van zijn advocaat, gericht aan verdachte. In de chatgeschiedenis van deze telefoon zijn meerdere gesprekken aangetroffen over de handel in harddrugs. Zo vraagt een tegencontact waarvan het telefoonnummer in de politiesystemen gekoppeld is aan een ambtshalve bekende harddrugsgebruiker op 11 december 2025 heb je nog koffie? waarop de gebruiker van de telefoon terugstuurt dat hij allebei heeft en ook bezorgt. Verbalisant [verbalisant] beschrijft dat het vanuit zijn taak als lid van het drugsteam Leeuwarden bekend is dat met koffie heroïne wordt bedoeld en dat in die context met beide doorgaans heroïne en cocaïne wordt bedoeld. Op 7 december 2025 stuurt een tegencontact het volgende bericht hij komt met een tientje moet voor 20 2 donnies. Het is verbalisant [verbalisant] bekend dat cocaïne en heroïne doorgaans voor 10,00 per bolletje wordt verkocht en dat met donnies heroïne wordt bedoeld. Op 8 december 2025 vraagt de gebruiker van de telefoon aan een tegencontact waarvan het telefoonnummer in de politiesystemen gekoppeld is aan de ambtshalve bekende harddrugsgebruiker [getuige 3] kan ik bij jou
koken. Het is verbalisant [verbalisant] bekend dat daarmee wordt gedoeld op pure of uitgekookte cocaïne.13
[getuige 3] is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat verdachte direct na zijn vrijlating weer bij haar voor de deur stond. Hij wilde bij haar overnachten en zijn cocaïne bij haar uitkoken, hetgeen zij heeft geweigerd.14
De witte iPhone lag op het bureau in de woonkamer waar verdachte werd aangehouden. Ook deze telefoon is nadien onderzocht. Vanaf 14 november 2025 tot en met 11 december 2025 zijn er in totaal 381 uitgaande en binnengekomen gesprekken. Ook werd er een notitie met Goeie morgen actief aangetroffen van 6 december 2025. Het is verbalisant [verbalisant] ambtshalve bekend dat verkopers van harddrugs vaak een SMS-bom versturen om de klantenkring te informeren dat ze weer actief zijn. Daarom wordt in deze SMS-bom vaak gebruik gemaakt van de tekst actief. In de chatgeschiedenis van deze telefoon zijn ook meerdere gesprekken aangetroffen over de handel in harddrugs. Zo schrijft de gebruiker van de telefoon op 3 november 2025 en 11 december 2025 aan tegencontacten dat hij allebei de kleuren of beide heeft. Ook zat de gebruiker van de telefoon in een groepschat met een groot aantal contacten die bij verbalisant [verbalisant] ambtshalve bekend zijn als gebruikers van harddrugs.15 Een groot deel van deze contacten zijn ook aangetroffen op de zwarte iPhone.16
Overwegingen feit 1
De rechtbank stelt vast dat de harddrugs in de nabijheid van verdachte werden aangetroffen tijdens zijn aanhouding. Gelet op de wijze waarop de drugs en de daaraan gerelateerde goederen zijn aangetroffen gaat de rechtbank er vanuit dat de drugs bestemd waren om verhandeld te worden. Dit wordt bevestigd door de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Zij hebben immers verklaard dat verdachte vanuit de woning van getuige [getuige 1] handelde in harddrugs. Daarbij heeft getuige [getuige 1] expliciet verklaard dat de aangetroffen drugs van verdachte waren. Anders dan de verdediging gaat de rechtbank er daarom vanuit dat verdachte wist dat de ten laste gelegde hoeveelheden cocaïne en heroïne in de bureaulade lagen en dat deze drugs bestemd voor de handel van hem waren. Daarmee kan dit feit wettig en overtuigend bewezen worden. De rechtbank zal verdachte daarbij partieel vrijspreken van medeplegen, omdat wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt.
Overwegingen feit 2
Anders dan de verdediging is de rechtbank voorts van oordeel dat zowel de zwarte als de witte iPhone aan verdachte kunnen worden toegeschreven. De zwarte iPhone zat in de broekzak van verdachte tijdens zijn aanhouding. Uit de daarop aangetroffen fotos en berichten volgt dat hij de gebruiker is van deze telefoon. De witte iPhone lag bij zijn aanhouding binnen handbereik. Daar komt bij dat de gebruiker van deze telefoon contact had met getuige [getuige 2] en dat getuige [getuige 2] nagenoeg op hetzelfde moment bij de woning van getuige [getuige 1] aanbelde om heroïne te kopen van verdachte. Dit tezamen met het feit dat op beide telefoons grotendeels dezelfde telefoonnummers van ambtshalve bekende harddrugsgebruikers zijn aangetroffen maakt dat de rechtbank oordeelt dat verdachte ook de gebruiker was van de witte iPhone.
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte de gebruiker is geweest van de voornoemde telefoons, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld hoe de aangetroffen berichten op de telefoons geïnterpreteerd moeten worden. Anders dan door de verdediging is bepleit leidt de rechtbank uit de inhoud van de chatberichten af dat verdachte in versluierde taal spreekt over de verkoop van harddrugs. Twee tegencontacten de voornoemde getuigen [getuige 2] en [getuige 3] hebben bovendien bevestigd dat zij met verdachte contact hebben gehad over harddrugs.
Voor wat betreft de pleegperiode leidt de rechtbank uit de bovenstaande bewijsmiddelen af dat verschillende getuigen hebben bevestigd dat verdachte direct na zijn vrijlating op 8 oktober 2025 in een ander drugsonderzoek, zijn werkzaamheden in het drugscircuit heeft hervat. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de ten gelegde periode harddrugs heeft verkocht. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van medeplegen, omdat wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.