1 De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 4 december 2015, welk vonnis is bevestigd door het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2016, is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
De termijn van de tbs nam een aanvang op 31 juli 2016.
De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 18 juli 2024 met twee jaar. Bij dezelfde beslissing is ook de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.
De onderhavige vordering is op 28 mei 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv, van 22 mei 2026, opgemaakt en ondertekend door door [deskundige A], werkzaam als reclasseringsmedewerker bij Verslavingsreclassering Fivoor, en [deskundige B], unitmanager bij Verslavingsreclassering Fivoor;
een advies van een onafhankelijke gedragsdeskundige zoals bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv, te weten een Pro Justitia rapport van 10 april 2026, opgemaakt en ondertekend door [deskundige C], psychiater;
de voortgangsverslagen over de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 juli 2026.
Op 16 juli 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van Verslavingsreclassering Fivoor, te weten [deskundige A], voornoemd (hierna: de deskundige). Verder waren aanwezig de officier van justitie mr. E.V. Dam en de raadsman van de betrokkene, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.
Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank direct (mondeling) uitspraak gedaan.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.