ECLI:NL:RBNHO:2025:2316
Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraak
- 3 maart 2025
- Zaaknummer
- 96-397468-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Rekestprocedure
Inhoudsindicatie
Gegrondverklaring van het beklag tegen inbeslagname van het rijbewijs op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Uit de wettekst van artikel 164 WVW en rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1958:132) volgt dat uit de tekst van artikel 164 WVW blijkt dat de invorderingsbevoegdheid in tijd beperkt is tot het moment dat het proces-verbaal aangaande het misdrijf of de overtreding is opgemaakt. Daardoor is er in casu sprake geweest van een onjuiste wijze van invordering van het rijbewijs, nu de vordering tot overgifte pas is gedaan nadat het proces-verbaal rijden onder invloed al was opgemaakt en afgesloten. Het rijbewijs moet daarom aan de klager worden teruggegeven.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.