ECLI:NL:RBMNE:2026:4465
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- 16/304723.23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling van een 33-jarige vrouw tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, omdat zij heeft geprobeerd haar (ex-)echtgenoot van het leven te beroven (poging doodslag). Door met twee grote messen op de aangever af te rennen en te steken bestond het risico dat vitale lichaamsonderdelen zouden worden geraakt. Daar komt bij dat de verdachte niet wist hoe de aangever zou reageren en in ieder geval te verwachten valt dat hij zich zal bewegen. Een dergelijke dynamische, ongecontroleerde situatie draagt bij aan het aanmerkelijk te achten risico dat vitale lichaamsonderdelen geraakt worden. De aangever liep als gevolg hiervan steekletsels op waaronder een diepe wond in zijn bovenarm en een oppervlakkige steekwond aan de bovenzijde van zijn borst. Dit alles vond plaats terwijl hun jonge kinderen boven lagen te slapen. De rechtbank vindt een gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden, maar trekt daar 6 maanden vanaf in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. De shockschade en – daarmee samenhangend – kosten voor studievertraging als gevolg van de poging doodslag, gevorderd door de nicht van de aangever, worden afgewezen nu niet kan worden vastgesteld dat sprake is van het vereiste van ‘directe confrontatie’ of van ‘geestelijk letsel, in de zin van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld'.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.