ECLI:NL:RBMNE:2026:4254
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 16-017339-25; 16-277398-25 (t.t.z. gevoegd)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Jeugdstrafrecht – tussenvonnis. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zes strafbare feiten: twee keer het medeplegen van het teweegbrengen van een ontploffing en een poging daartoe, een bedreiging, het bezit van een vuurwerkbrandstofcombinatie en het bezit van een vuurwapen. Na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank tijdens de beraadslaging tot de conclusie gekomen dat zij zich onvoldoende voorgelicht acht om tot een passende en geboden straf en/of maatregel te komen. Daarom heeft de rechtbank het onderzoek heropend en acht zij het noodzakelijk dat een onderzoek wordt ingesteld naar de geestvermogens van verdachte. De rechtbank beveelt dat verdachte daartoe voor de duur van maximaal zeven weken ter observatie wordt overgebracht naar het Forensisch Centrum Teylingereind.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.