ECLI:NL:RBMNE:2026:4172
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 612767 HA RK 26-106
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Wraking
Inhoudsindicatie
Wrakingszaak. Wrakingsverzoek afgewezen. Het is niet gebleken dat de rechter partijdig is. De rechter heeft – volgens verzoeker – niet gemachtigde personen het woord laten voeren. De rechter is er vanuit gegaan (en heeft daarover geen twijfel gehad) dat deze personen het woord mochten voeren namens de benadeelde partijen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van valselijk opgemaakte stukken (zoals aangifte, tenlastelegging en/of proces-verbaal). De opmerking van de rechter voorafgaand aan de door verzoeker gewenste schorsing: “als u terugkomt, wil ik antwoord hebben op de beschuldigingen” kan naar het oordeel van de wrakingskamer niet worden geïnterpreteerd als het onder druk zetten van verzoeker. De rechter stelde verzoeker slechts in het vooruitzicht wat er na de schorsing zou gebeuren en waar verzoeker naar bevraagd zou worden. Verder: - procesbeslissing: niet honoreren van een beslissing om een getuige te horen en een geluidsfragment te mogen afspelen; - incompleet strafdossier: het ligt op de weg van verzoeker om stukken aan te leveren die hij van belang vindt; - te late wrakingsgrond (art. 513 lid 1 Sv): pas tijdens de zitting als grond naar voren gebracht; - wrakingsverbod: de wrakingskamer legt een wrakingsverbod op, omdat verzoeker eerder een wrakingsverzoek in de hoofdzaak heeft ingediend, dat is afgewezen. Daarnaast heeft hij ook één lid van de wrakingskamer gewraakt op 24 juni (een dag voor de zitting). Dat verzoek is buiten behandeling gesteld wegens evident misbruik van recht.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.