ECLI:NL:RBGEL:2026:6152
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 05.155262.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor artikel 243 (oud) Sr. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 24 maanden.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2023 te Apeldoorn, met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht
verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangever] , te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis en/of een of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] en/of
- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [aangever] ;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 oktober 2023 te Apeldoorn, met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht
verkeerde, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [aangever] .
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, met uitzondering van het deel van de tenlastelegging dat ziet op de penis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, gezien de ongeloofwaardige, onbetrouwbare en mogelijk op elkaar afgestemde verklaringen van aangeefster [aangever] en getuige [getuige] . Subsidiair dient verdachte vrijgesproken te worden, omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum ex artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Meer subsidiair is er in ieder geval geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het binnendringen met de vingers/penis of het aanraken van de vagina.
Verdachte heeft verklaard dat hij vrijwillige seks heeft gehad met [getuige] , terwijl [aangever] naast hen in bed lag en op haar telefoon keek. Op enig moment heeft hij [aangever] over haar rug gestreeld om te kijken of zij ook geïnteresseerd was. Hij heeft haar verder niet aangeraakt.
Beoordeling door de rechtbank
Betrouwbaarheid verklaringen [aangever] en [getuige]
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen die [aangever] en [getuige] bij de politie en de rechter-commissaris hebben afgelegd over wat er die bewuste avond is gebeurd op enkele onderdelen niet met elkaar overeenkomen maar dat dit vooral gaat over niet van belang zijnde details over het verloop van de avond. Voor zover het gaat over wat er in het bed van [aangever] is gebeurd, zijn deze verklaringen gedetailleerd en consistent. Zo verklaren zij beiden dat zij in het bed sliepen, dat [getuige] naar het bed kijkend links lag, dat [aangever] rechts naast haar lag en dat toen zij wakker werden verdachte achter [aangever] lag, dat [aangever] wakker heeft gemaakt met een klap in haar gezicht toen zij iets in haar vagina voelde en dat [getuige] vervolgens verdachte een klap in zijn gezicht gaf. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat [aangever] en [getuige] hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd, zoals door de verdediging bepleit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaringen betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Bewijsmiddelen algemeen
Op 10 oktober 2023 kreeg de politie het verzoek om naar [adres] in Apeldoorn te gaan. Daar zouden twee dames zijn, waarvan er één verkracht zou zijn door een bewoner van het opvangcentrum op dit adres. Ter plaatse spraken zij [getuige] en [aangever] . Zij verklaarden dat zij op 7 oktober 2023 in de stad in Apeldoorn waren geweest met [naam] . [naam] was niet zijn echte naam. De coördinator van het opvangcentrum heeft uitgezocht dat zijn echte naam [verdachte] is. De dames verklaarden dat zij met zijn drieën naar het huis van [aangever] aan [adres] in Apeldoorn gingen. [verdachte] wilde niet terug naar de opvang, dus stemden zij ermee in dat hij op de bank mocht blijven slapen. Rond 08.45 uur werd [aangever] wakker, omdat zij voelde dat zij gepenetreerd werd. Toen ze haar ogen open deed, zag ze het gezicht van [getuige] . Ze zag dat [verdachte] achter haar lag en voelde dat hij met zijn vingers haar lichaam was binnengedrongen.
[aangever] heeft aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij, [getuige] en verdachte op zondagochtend 8 oktober 2023 rond 05.00 uur bij haar thuis kwamen. Zij had barstende hoofdpijn en is gelijk naar bed gegaan. Tegen haar vriendin had ze gezegd dat zij bij haar in bed kon liggen en dat [verdachte] op de bank moest slapen. Ze is daarna gaan slapen. Op een gegeven moment werd aangeefster wakker van [verdachte] , omdat hij met haar bezig was. Ze heeft haar vriendin een klap gegeven en wakker gemaakt. [getuige] lag voor haar. Ze zei tegen [getuige] (de rechtbank begrijpt: [getuige] ): “Hij ligt achter mij in zijn onderbroek.” [getuige] heeft hem toen een klap gegeven. Ze wist toen nog niet wat er aan de hand was. Aangeefster lag op haar rechterzij en [verdachte] lag achter haar, aan de buitenkant van het bed. Aangeefster lag met haar gezicht in de richting van [getuige] . [verdachte] lag in zijn onderbroek. Aangeefster was van onder nat en er was ook bloed. Ze heeft haar onderbroek aan [getuige] laten zien. [getuige] vroeg aan [verdachte] hoe hij aan aangeefster had gezeten. [verdachte] gaf toe dat het met zijn vingers was.
Bij de rechter-commissaris heeft [aangever] haar verklaring over wat er in het bed is gebeurd, herhaald.
Getuige [getuige] heeft verklaard dat ze die nacht rond 04.50 uur bij [aangever] waren. [aangever] kreeg hoofdpijn en is naar bed gegaan. [verdachte] is in de woonkamer op de bank gaan liggen. Hij had alleen een rode boxershort aan. Getuige is naast [aangever] in bed gaan slapen. Als getuige op haar rug zou liggen dan lag [aangever] links van haar. Getuige lag met haar gezicht richting [aangever] . Opeens kreeg zij een pets op haar hoofd van [aangever] . Ze zag dat [verdachte] ineens naast [aangever] lag. [aangever] zei: “Hij zit aan mij.” Getuige gaf hem ook een klap. [aangever] lag op haar rechterzij en keek getuige aan. [verdachte] lag hetzelfde als [aangever] , ook op zijn rechterzij achter haar rug. Bij het geven van de klap, raakte getuige nog bijna [aangever] . [verdachte] stond op en liep naar de woonkamer. Getuige vroeg aan [aangever] wat er gebeurd was. Ze zei: “Hij zit in me.” Getuige is naar de woonkamer gegaan en heeft aan hem gevraagd wat er was gebeurd. Hij zei toen dat hij met zijn vingers in haar is geweest. Getuige zag dat [aangever] verdrietig was, zij zag de tranen over haar wangen. [aangever] ging naar de wc en begon over bloed in haar ondergoed. Dit liet ze getuige ook zien. Nadien heeft getuige [verdachte] nog via Whatsapp benaderd met van ‘wat is dit?’. Van dit gesprek heeft ze een screenshot gemaakt.
Op het screenshot is het volgende te zien:
Verstuurd om 20:58: ‘I really can’t believe what happened yesterday’
Ontvangen om 21:04: ‘Am really sorry about everything that happened... I don’t even know how to explain it’
Verstuurd om 21:06: ‘I expected a lot but never this. I don’t even know what to say.’
Ontvangen om 21:12: ‘Am sorry’
[getuige] heeft bij de rechter-commissaris aan haar verklaring nog toegevoegd dat het Whatsapp gesprek op pagina 62 van het dossier gaat over wat er op 8 oktober is gebeurd. Dit is een gesprek dat getuige met verdachte voerde.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zichzelf [verdachte] noemde. Op 8 oktober 2023 heeft hij in de woning van [aangever] geslapen en daar waren ook [aangever] en [getuige] . Hij werd wakker door een klap van [getuige] . Zij beschuldigde hem toen meteen ervan dat hij haar vriendin had verkracht. Hij is de andere persoon in het gesprek waar een screenshot van is gemaakt.
Op grond van de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn vingers in de vagina van [aangever] heeft gebracht. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte met zijn penis in de vagina van aangeefster is geweest. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.
Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of aangeefster op het moment dat deze seksuele handeling plaatsvond in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn dan wel lichamelijke onmacht verkeerde, als bedoeld in artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (oud) en zo ja, of verdachte dit wist.
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat van verminderd bewustzijn sprake is als iemand in een staat verkeert tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [aangever] sliep ten tijde van de seksuele handelingen en dus in een staat van verminderde bewustzijn verkeerde. Dit was naar het oordeel van de rechtbank ook voor verdachte duidelijk. [aangever] lag in haar bed en is die dag ook eerder dan verdachte en [getuige] naar bed gegaan om te gaan slapen. Daarbij was verdachte aanwezig. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2023 te Apeldoorn, met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht
verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangever] , te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis en/of een of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] en/of
- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [aangever] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.