ECLI:NL:RBGEL:2026:6056
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- 05/023118-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 maart 2025 te Doetinchem, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [minderjarige] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht,
te weten
- het brengen en/of bewegen van een of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [minderjarige] en/of
- het betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [minderjarige] en/of
- het betasten van de borsten van die [minderjarige] en/of
- het kussen en/of zoenen van die [minderjarige] ,
en welke verkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- voornoemde seksuele handelingen onverhoeds te verrichten en/of die [minderjarige] hiermee te overrompelen en/of
- een of meer lampen (in de woning) uit te doen/zetten en/of
- ( terwijl die [minderjarige] op de bank lag) de deken van die [minderjarige] af te trekken/halen en/of
- de broek van die [minderjarige] uit te trekken en/of
- de onderbroek van die [minderjarige] aan de kant te schuiven/doen en/of
- zijn, verdachtes, eigen broek en/of onderbroek uit en/of naar beneden te trekken/doen en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [minderjarige] en/of
- misbruik te maken van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of het uit zijn, verdachtes, leeftijd voortvloeiende fysieke en/of geestelijke overwicht en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [minderjarige] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken,
terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerste lid, onder a en/of b, omschreven omstandigheden, te weten
- jegens een anderszins aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of
- jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie ten gevolge van een psychische stoornis, een verstandelijke en/of lichamelijke handicap, een situatie van afhankelijkheid en/of een staat van lichamelijke en/of geestelijke onmacht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van [minderjarige] , voorafgegaan en vergezeld van dwang, terwijl [minderjarige] aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was
toevertrouwd. Voor de overige delen van de tenlastelegging dient verdachte partieel te worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat niet wordt betwist dat verdachte de handelingen heeft verricht zoals onder de eerste vier gedachtestreepjes ten laste zijn gelegd. De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken voor de gekwalificeerde variant, wegens het ontbreken van dwang, geweld of bedreiging, evenals voor de strafverzwarende omstandigheid dat het feit is begaan tegen een aan de zorg van verdachte toevertrouwd kind, een kind in een bijzonder kwetsbare positie of dat misbruik is gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht.
Beoordeling door de rechtbank
Op 29 maart 2025 heeft [minderjarige] (verder: [minderjarige] ), geboren op [geboortedag] 2010, in het informatieve gesprek zeden verklaard dat zij op 28 maart 2025 bij [verdachte] (verder: verdachte) en [getuige] (de rechtbank leest: [getuige] ) was. Verdachte en [getuige] zijn haar buren. [minderjarige] , verdachte en [getuige] waren in de woonkamer. Op enig moment is [getuige] naar boven gegaan en [minderjarige] bleef met verdachte beneden. [minderjarige] lag op de bank met een dekentje over haar heen. [minderjarige] heeft verklaard dat verdachte ineens het dekentje van haar aftrok en aan haar ging zitten ‘van onder’. [minderjarige] was bang op dat moment. Verdachte had de joggingbroek van [minderjarige] aan de onderzijde bij haar enkels vastgepakt en uitgetrokken, daarna had hij haar onderbroek aan de kant gedaan. Verdachte is vervolgens met zijn hand op de vagina en in de vagina van [minderjarige] geweest. Verdachte heeft op een gegeven moment zijn hand uit haar vagina gehaald en deed hierna zijn eigen joggingsbroek en boxershort uit. Op dat moment kwam [getuige] ineens naar beneden. [minderjarige] had aan [getuige] precies verteld wat er was gebeurd.
Op 2 april 2025 heeft [aangever] (verder: [aangever] ), moeder van [minderjarige] , aangifte gedaan namens haar dochter. [aangever] heeft verklaard dat zij werd gebeld door [getuige] , dit was een soort broekzakgesprek. [aangever] hoorde [minderjarige] en [getuige] huilen op de achtergrond, zij leken allebei overstuur. [aangever] hoorde een vaag verhaal over of verdachte wel of geen onderbroek aan had. Later belde [getuige] [aangever] terug en zei dat zij naar de woning moest komen. Omdat verdachte buiten stond, ontzettend boos was en compleet van de wereld leek, heeft [aangever] 112 gebeld. [aangever] heeft [minderjarige] samen met de politie opgehaald uit de woning. Binnen heeft [minderjarige] verteld wat er was gebeurd. [aangever] heeft verklaard dat [minderjarige] bang is en niet langs de woning van verdachte durft. Ze slaapt slecht en wordt van ieder geluid wakker.
Op 15 april 2025 is [minderjarige] gehoord bij de politie. Zij heeft verklaard dat verdachte de stad in was geweest, terugkwam en dronken was. Hij deed raar, anders. [getuige] ging naar boven en verdachte bleef bij [minderjarige] . Ze keek tv toen verdachte aan haar ging zitten in de woonkamer op de bank. Verdachte schoof over de bank naar haar toe en kuste haar op haar wang. Hierna zat hij aan haar borsten met zijn hand, dit was over de kleding. Vervolgens ging hij met zijn hand naar beneden naar haar vagina. Dit was eerst op haar broek op haar vagina, daarna deed hij haar broek uit. Verdachte stond voor haar en trok aan de onderkant van haar joggingbroek haar broek uit. Hij deed vervolgens haar onderbroek aan de kant. Via de zijkant ging verdachte met zijn vinger in de vagina van [minderjarige] , hij zat voor haar op zijn knieën. Het was op dat moment donker omdat verdachte de lampen had uitgedaan. Verdachte had zijn broek uitgedaan. [getuige] kwam beneden en deed het licht aan. Op dat moment zag [minderjarige] dat de onderbroek van verdachte uit was.
Verbalisant [verbalisant 1] (verder: verbalisant) is op 29 maart 2025 omstreeks 00:15 uur ter plaatse gekomen. Zij heeft verklaard dat zij met [aangever] sprak die zei dat haar dochter in de woning was. Op dat moment zag de verbalisant [minderjarige] naar buiten lopen. Zij zag dat [minderjarige] verdrietig was en snel op haar moeder afliep. Buiten voor de woning stond [getuige] . De verbalisant zag dat [getuige] emotioneel was. De verbalisant hoorde dat [getuige] verklaarde dat [minderjarige] bij hen logeerde, dit gebeurde vaker. Normaal bracht zij [minderjarige] naar bed, maar die avond had zij dit aan verdachte overgelaten. Toen [getuige] naar beneden was gekomen had ze verdachte met [minderjarige] op de bank aangetroffen. [getuige] had gezien dat verdachte geen broek en onderbroek aan had. [minderjarige] had alleen haar string en bovenkleding aan. [getuige] zag dat [minderjarige] compleet verstijfd op de bank lag en angstig uit haar ogen keek. [getuige] had gevraagd wat er gaande was, waarop verdachte zei dat zij hem een verkrachter had genoemd. [getuige] verklaarde dat zij filmpjes had opgenomen van wat zich had afgespeeld. Dit waren filmpjes met zwart beeld waar alleen geluid op te horen was. De verbalisant herkende op het ene filmpje de stem van [getuige] , ook hoorde zij de stem van een jonger meisje, die haar collega herkende als de stem van [minderjarige] . Op het andere filmpje herkende zij de stem van verdachte en [getuige] .
Door de politie zijn een tweetal geluidsfragmenten uitgewerkt. Op het ene fragment zijn twee vrouwelijke stemmen te horen die het volgende bespreken:
“A: Heeft hij jou aangeraakt? Van onder.
Wat heeft ie gedaan?
B: Met zijn vinger in mijn ...
A: En je hebt hier niet zelf om gevraagd?
Nee, natuurlijk niet. Natuurlijk heb je er niet zelf om gevraagd.
Hoe is dit begonnen dan?
B: Sinds wanneer jij wegliep ging hij mij kussen en alles.
A: Waarom heb je mij niet geroepen?
B: Ik was bang. Ik was bang dat hij mij ging slaan. Waar is mama?”
Op het andere fragment is een mannelijke en een vrouwelijke stem te horen die onder andere het volgende bespreken:
“M: Ik moord jullie allemaal uit.
O: V slaat een kreet van schrik en huilt.
V: Doe normaal.
M: Kom maar, ik moord jullie allemaal uit. [onverstaanbaar]. Kom maar. Komen ze al aan. Ik ga wel mee, ja. Daar komt de politie aan. 't Is nou, schat, het is nou aan wat JIJ zegt. Ik heb niks gedaan. Wat jij wil, zegt maar. Zeg maar, kom, kom, kom, kom. Zeg dan: ik heb het gedaan. Kom. Zeg dan: ik heb haar verkracht. Kom, kom.
V: Ik heb echt niet gezegd datje haar hebt verkracht.
M: Kom, kom, kom, kom.
V: Ik vraag jou wat er gebeurt is!
M: Kom kom, kom, kom, kom. Vertel. Zeg dan: ik heb haar verkracht.
V: Ik heb niet gezegd datje haar verkracht hebt!. Ik vraag jou wat er gebeurt is. Ik vraag mij alleen af waarom jij aan je piemel zit.
M: LUISTER! Ja, ik zat met mijn broek op de enkels, waarom weet ik ook niet. Dat was stom. Dat slaat nergens op.
V: Maar zij heeft de broek ook naar beneden!
M: MAAR
V: Daarom vraag ik: hoe is dit gebeurd.
O: M. begint al te praten verwijl V. nog aan het woord is.
M; Ho, luister door alsjeblieft normaal. Er is niks aan de hand, oké? Alsjeblieft? Alsjeblieft? Of moet ik mee?
V: Kijk nou watje aan het doen bent? En dan vindt je het gek dat ik niet bang ben?
M: Ja. Schat, ik snap het, ik snap het.”
In de nacht van 28 op 29 maart 2025 heeft [aangever] het volgende gesprek via WhatsApp met [getuige] :
“ [getuige] om 04:17 uur: Echt sorry [aangever] dat ik er niet eerder was beneden.. ik voel me echt zo ontzettend schuldig.
[aangever] om 04:18 uur: Je kunt er niks aan doen. De fout ligt bij [verdachte] .
[getuige] om 04:19 uur: Ik wou haar al eerder naar bed brengen.. maar ze was serie of iets kijken. Toen zei hij ach laat haar toch nog even. Ik rook een joint, zorg dat ze boven naar bed gaat en dan kom ik ook slapen.
[getuige] om 04:20 uur: Had heb later al paar x geappt. Want d8 duurt wel lang, mss is hij op de bank in slaap gevallen.. kreeg geen reactie dus d8 dan slaapt ie. Ga ik hem naar boven halen. Kom ik beneden alle lampen uit,. Dus ik doe de lampen aan en toen zag ik dat dus.
(…)
[getuige] om 04:40 uur: Heb hem meerdere x gevraagd hoe het heeft kunnen gebeuren. Hoe het zover heeft kunnen komen. Wat er in godsnaam in hem om ging om zo’n grote fout te begaan. Enige wat ie zegt is dat ie het niet weet.”
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [minderjarige] in de keuken een kus heeft gegeven. Toen zij terug was in de woonkamer is verdachte ook naar de woonkamer gelopen. Hij heeft de lichten uitgedaan en is naar [minderjarige] gegaan die op de bank lag. Het deken waar [minderjarige] onder lag, is van haar verwijderd. Verdachte is vervolgens met zijn vinger bij [minderjarige] naar binnen gegaan. Hij heeft daarna zijn broek en nderbroek naar beneden getrokken.
Algemene overwegingen ten aanzien van bewijs in zedenzaken
Ten laste is gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenfeit. De rechtbank stelt voorop dat in zedenzaken zich regelmatig de situatie voordoet dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: de aangever en de vermeende dader. In deze zaak is dit niet anders.
Bij een ontkennende verdachte brengt dit in veel gevallen met zich dat slechts de verklaringen van de aangever als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is de enkele verklaring van één getuige in beginsel onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaringen van de aangever voldoende wettig bewijs kan opleveren. De rechtbank zal dan ook de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangever moeten beoordelen. Indien de rechtbank de verklaringen betrouwbaar acht, moet worden beoordeeld of deze verklaringen steun vinden in andere bewijsmiddelen.
Waardering van het bewijs
[minderjarige] heeft – kort gezegd – verklaard dat verdachte haar heeft gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan die door hem werden verricht. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [minderjarige] op hoofdlijnen consistent en gedetailleerd zijn, zowel op het moment dat de politie ter plaatse komt, als tijdens het informatief gesprek zeden als in het latere verhoor op 15 april 2025. De inconsistenties die door de raadsman in zijn pleidooi zijn aangehaald zijn niet van dusdanig gewicht dat dit de betrouwbaarheid van haar verklaringen aantast. De rechtbank acht de verklaringen van [minderjarige] betrouwbaar en dus bruikbaar voor het bewijs.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen op meerdere belangrijke punten bevestiging vinden in andere stukken in het dossier. [getuige] heeft in het gesprek met verbalisant [verbalisant 1] verklaard dat zij beneden kwam en verdachte en [minderjarige] op de bank aantrof, de lichten aandeed en heeft gezien dat verdachte geen broek en onderbroek aan had en [minderjarige] alleen een string en shirt aan had. [minderjarige] lag op dat moment ‘volledig verstijfd’ op de bank en keek angstig uit haar ogen, aldus [getuige] . [getuige] heeft vervolgens twee geluidsopnames gemaakt, waarop te horen is dat [getuige] aan [minderjarige] vraagt of verdachte haar heeft aangeraakt, waarop [minderjarige] antwoordt ‘met zijn vinger in mij’ en ‘hij ging mij kussen en alles’. Vervolgens heeft [getuige] de moeder van [minderjarige] gebeld, [aangever] . Dit was een soort broekzak gesprek, waarbij [aangever] hoorde dat zij allebei huilden en overstuur leken. Ook hoorde zij een ‘vaag’ verhaal over of verdachte wel of geen onderbroek aan had. Tot slot heeft verdachte zelf verklaard dat hij [minderjarige] heeft gezoend op haar mond en zijn vinger in haar vagina heeft gebracht. De verklaring van verdachte dat hij in de keuken met [minderjarige] zou hebben besproken of zij al eens was klaargekomen en of zij dit nog eens wilde, doordat verdachte haar zou vingeren, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig en schuift deze ter zijde.
Verkrachting
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte [minderjarige] heeft gekust, haar schaamstreek/vagina en borsten heeft betast en zijn vinger in haar vagina heeft gebracht. Daarmee heeft verdachte seksuele handelingen verricht, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar.
In zoverre is het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Gekwalificeerde verkrachting
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde verkrachting. De rechtbank stelt vast dat verdachte de lampen heeft uitgedaan toen hij de woonkamer inliep, vervolgens de deken die over [minderjarige] heen lag van haar heeft afgetrokken, haar broek bij haar enkels naar beneden heeft getrokken en daarna onverhoeds zijn vinger in haar vagina heeft gebracht. Verdachte heeft met zijn handelen [minderjarige] overrompeld. Daar komt bij dat aan de zijde van verdachte niet alleen sprake was van fysiek overwicht, maar ook van overwicht gelet op zijn leeftijd. Hiermee heeft hij naar het oordeel van de rechtbank een zodanig beangstigende situatie voor [minderjarige] gecreëerd dat zij zich niet aan de seksuele handelingen kon en durfde te onttrekken.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van dwang. Daarmee acht de rechtbank gekwalificeerde verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren wettig en overtuigend bewezen.
Strafverzwarende omstandigheden
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden onder omstandigheden waarbij [minderjarige] aan de zorg, waakzaamheid en/of opleiding van verdachte was toevertrouwd en of zij in een bijzondere kwetsbare positie verkeerde, gelet op haar geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. [minderjarige] logeerde in de nacht van 27 op 28 maart 2025 bij [getuige] en verdachte. [minderjarige] logeerde vaker bij hen, waarbij [getuige] [minderjarige] normaal gesproken zelf naar bed bracht, maar dit keer had zij dit aan verdachte overgelaten omdat zij wegens buikpijn naar bed moest. [minderjarige] was nog een serie aan het kijken en verdachte heeft gezegd dat hij ervoor zou zorgen dat zij naar boven naar bed zou gaan. De rechtbank is van oordeel dat [getuige] op dit moment de zorg voor [minderjarige] aan verdachte heeft overgedragen.
De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van het deel van de tenlastelegging dat ziet op de kwetsbare positie gelet op de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid van [minderjarige] wegens het ontbreken van de wetenschap van verdachte daartoe. Alhoewel bij [minderjarige] een verstandelijke beperking is vastgesteld, en zij op een van de agenten jonger overkwam dan haar kalenderleeftijd, valt uit het dossier niet te herleiden dat verdachte hier ook daadwerkelijk de wetenschap van had.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.