ECLI:NL:RBGEL:2026:5908
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 2 februari 2026
- Zaaknummer
- 05/163501-25 vonnis
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het opzetten van een hennepkwekerij met 74 planten (opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet en met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod) tot een taakstraf van 80 uur. Vrijspraak van feiten 2 en 3.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 31 maart 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 74 planten, althans (telkens) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 maart 2025 tot en met
31 maart 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 maart 2025 tot en met
31 maart 2025 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk een elektriciteitswerk (een zogenoemde elektriciteitsmeter voor de stroomvoorziening in een pand gelegen op/aan [adres] te Nijmegen) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar heeft gemaakt, een stoornis in de gang en/of in de werking van dat elektriciteitswerk heeft veroorzaakt, en/of een ten opzichte van dat elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar te duchten is geweest, althans daardoor verhindering en/of bemoeilijking van de stroomlevering ten algemene nutte is ontstaan, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in dat pand
- een of meer zegels van de huisaansluitingskast te verbreken ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening en/of (vervolgens)
- een (illegale) elektriciteitskastaansluiting aan te brengen die (buiten de meter om) een/of meer deel/delen van de woning en/of het pand (inclusief de daarin aanwezige hennepkwekerij) van elektriciteit voorzag en/of (vervolgens)
- ( door voornoemde handelingen) meerdere onderdelen, waaronder een voorschakelapparaat op het schakelbord, onder stroom/elektriciteit te zetten.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de feiten, zoals deze ten laste zijn gelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit, omdat verdachte geen directe betrokkenheid had bij de hennepkwekerij noch bij de diefstal van de stroom, en dat met betrekking tot feit 3 dan ook niet kan worden gezegd dat hij degene is geweest die de gevaarzetting heeft veroorzaakt.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Op 31 maart 2025 stelde de politie naar aanleiding van een brand onderzoek in op [adres] in Nijmegen, het adres waar verdachte op dat moment stond ingeschreven. Er werd een hennepkwekerij aangetroffen met in totaal 74 hennepplanten.
Toen de politie ter plaatse kwam, verklaarde verdachte uit zichzelf dat hij op de eerste etage een hennepkwekerij had. Verder heeft verdachte verklaard dat een man, die verdachte via via kende, de hennepkwekerij heeft opgebouwd. Verdachte en de man hebben afgesproken dat ze de winst zouden delen. Ze zouden de hennepplanten samen verzorgen. Verdachte heeft de hennepplanten twee keer water gegeven. De man wilde op de zolder van verdachte nog een kweekruimte opbouwen, maar dat heeft verdachte tegengehouden. Verdachte wilde geen losse verkoop aan zijn huis, daarom heeft hij met de man afgesproken dat, als de hennepplanten eenmaal konden worden geoogst, de oogst naar een coffeeshop zou gaan. Tot slot wilde verdachte dat er een schoon filter zou worden gebruikt in de koolstoffilters, zodat zijn buren geen last van de geur zouden hebben.
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte niet alleen wetenschap had van de hennepkwekerij, maar daar verregaande betrokkenheid bij had. Hij zou voor de helft delen in de winst. Verder hebben verdachte en de onbekend gebleven man afspraken gemaakt over de taakverdeling, waarbij ze de hennepplanten samen zouden verzorgen. Bovendien had verdachte kennelijk een min of meer gelijkwaardige positie ten opzichte van de ander, want hij heeft niet alleen voorkomen dat er op zijn zolder nog een kweekruimte zou worden ingericht, maar stelde ook voorwaarden, zoals het gebruik van schone filters en het verkopen van de oogst aan een coffeeshop.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met één of meer (onbekend gebleven) anderen opzettelijk 74 hennepplanten aanwezig heeft gehad in zijn woning. Aangezien verdachte de hennepplanten meerdere keren water heeft gegeven, acht de rechtbank ook het telen wettig en overtuigend bewezen. Dit bestanddeel ziet immers op het gehele productieproces, vanaf het laten groeien van – in dit geval – hennepplanten tot en met de verkoop en aflevering van het eindproduct.
Uit de informatie van Liander blijkt dat er niet eerder is geoogst. Bovendien is Liander op zowel 14 november 2024 als op 12 maart 2025 voor reguliere (onderhouds)werkzaamheden bij verdachte thuis geweest, waarbij geen bijzonderheden werden opgemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het procesdossier dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat er sprake is van eerdere oogsten, waardoor tevens niet kan worden gezegd dat verdachte een beroep of bedrijf heeft gemaakt van het telen en aanwezig hebben van hennep. Hiervan zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.
Feiten 2 en 3
Verdachte heeft verklaard dat de onbekend gebleven man de illegale elektriciteitsaansluiting heeft gerealiseerd. Er zijn geen aanwijzingen dat verdachte hier enige verdere betrokkenheid bij heeft gehad.
Verdachte had hier wel wetenschap van en stond dit toe. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dit eerder op medeplichtigheid dan op medeplegen, maar dat is niet ten laste gelegd.
De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 2 tenlastegelegde, omdat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Aan verdachte kan zeker worden verweten dat hij een groot aandeel heeft in het ontstaan van de brand en de daaruit ontstane gevaar voor goederen en personen. Immers, met medeweten van verdachte en met zijn instemming is er een hennepkwekerij in zijn huis opgebouwd en is er met zijn medeweten en instemming geknoeid met zijn elektriciteitsmeter ten gevolge waarvan daadwerkelijk brand ontstaan. Desondanks komt de rechtbank, gelet op de (tekstuele) wijze waarop het ten laste is gelegd, niet tot een bewezenverklaring van feit 3 en zal verdachte hiervan vrij spreken, aangezien niet kan worden bewezen dat verdachte – op een voor de tenlastelegging relevante manier – betrokken was bij de illegale elektriciteitsaansluiting.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.