ECLI:NL:RBGEL:2026:5802
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 13 maart 2026
- Zaaknummer
- 05-313233-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte voor het (mede)plegen van meerdere winkeldiefstallen tot een gevangenisstraf van 70 weken met aftrek van voorarrest, waarvan 24 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
Hij in of omstreeks de periode van 31 oktober 2025 tot en met 14 november te Ermelo en/of Wijchen en/of Wormer en/of Son en Breugel en/of Ulvenhout en/of Breda en/of ‘s Hertogenbosch en/of Raamsdonkveer en/of Oosterhout althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer goederen zoals omschreven in het/de in deze tenlastelegging genoemde proces(sen) verbaal van aangifte met de/het volgende kenmerk(en):
1. PL0600-2025445789-2 - Kruidvat [adres] Ermelo pleegdatum: 1-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1017,76 euro) en/of;
2. PL0600-2025583126-2 – Kruidvat [adres] Wijchen pleegdatum 6-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1998,46) en/of;
3. PL0600-2025547795-2 Trekpleister [adres] Ermelo pleegdatum 1-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: € 1428,15 en/of
4. PL1100-2025264837-2 – Kruidvat [adres] Wormer pleegdatum 3-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1031,54) en/of;
5. PL2100-2025253986-2- Kruidvat [adres] Son en Breugel pleegdatum 6-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €4708,87) en/of;
6. PL2000-2025303365-2 – Kruidvat [adres] Ulvenhout pleegdatum 8-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1165,72)
7. PL2000-2025308755 – Kruidvat [adres] Breda pleegdatum 9-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €4104,26) en/of;
8. PL2000-2025308761 – Kruidvat Donk Breda pleegdatum 9-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €1618,-) en/of;
9. PL2100-2025263266 – Kruidvat [adres] ’s Hertogenbosch pleegdatum 12-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €1949,-) en/of;
10. PL2100-2025263269 – Kruidvat [adres] ’s Hertogenbosch pleegdatum 12-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €2470,76) en/of;
11. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €1748,56) en/of;
12. PL2000-2025312136 – Kruidvat [adres] Raamdonksveer pleegdatum 14-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €3593,11) en/of;
in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de in de proces(sen) verbaal van aangifte met eerdergenoemd(e) kenmerk(en) genoemde aangever(s), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
Hij in of omstreeks de periode van 8 november 2025 tot en met 14 november 2025 te Oudenbosch en/of Prinsenbeek en/of Oosterhout, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer goederen zoals omschreven in het/de in deze tenlastelegging genoemde proces(sen) verbaal van aangifte met de/het volgende kenmerk(en):
1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €2791,44) en/of;
2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1307,61) en/of
3. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €4450,-);
in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de in de proces(sen) verbaal van aangifte met eerdergenoemd(e) kenmerk(en) genoemde aangever(s), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
Hij op of omstreeks 18 november 2025 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voedingsmiddelen en/of schoonmaakmiddelen (met een totale waarde van €109,70), in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Albert Heijn [adres] te Hilversum, in elk geval een aan ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de tenlastegelegde feiten. Daarbij heeft de officier van justitie zich ten aanzien van feiten 2 en 3 op het standpunt gesteld dat sprake is van medeplegen. Bij feit 1 is daarentegen geen sprake van medeplegen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van feit 1 moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. Dit geldt ook voor de derde zaak van feit 2 (Oosterhout). Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Algemeen
De politie heeft kennis gekregen van deze zaak doordat het bedrijf [bedrijf] , dat onder andere de beveiliging van de Kruidvat verzorgt, een dossier had aangelegd met gegevens over een aantal diefstallen waarbij twee verdachten waren betrokken. Bij één van deze diefstallen had het winkelpersoneel gezien dat de verdachten wegreden in een witte Landrover met Duits kenteken [kenteken] . Dit voertuig is in de ANPR geplaatst en gaf een eindhit op de A27 te Nieuwegein. De politie heeft dit voertuig gevolgd en zag dat er twee personen in zaten, te weten verdachten [medeverdachte] en [verdachte] .
Beide verdachten verbleven in de woning van de nicht van verdachte [medeverdachte] aan [adres] in Hilversum. In de slaapkamer waar [medeverdachte] verbleef, werden verschillende dozen en tassen aangetroffen met daarin ruim 300 artikelen, waaronder verzorgingsartikelen. Deze waren voornamelijk afkomstig van de Kruidvat, maar ook van de Hema en de Albert Heijn etc.
In voornoemd voertuig werden twee ‘geprepareerde’ schoudertassen aangetroffen waarin op een heimelijke manier aluminiumfolie en bruine tape was verwerkt. Deze tassen droeg(en) verdachte(n) bij de onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde diefstallen. Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat één van deze tassen van hem is en dat hij die heeft gevonden in een doos die bij de vuilnis stond. Hij had meteen door dat de tassen geprepareerd waren en heeft ze daarom gebruikt om spullen weg te nemen.
Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de tassen uit het afval heeft gehaald.
Wat hier ook van zij, de rechtbank is van oordeel dat beide verdachten – op basis van de hieronder opgegeven bewijsmiddelen – met een geprepareerde tas winkels binnen zijn gegaan en hebben verlaten, met als kennelijk doel dat daardoor de alarmpoortjes niet zouden afgaan als zij met niet-betaalde goederen de winkel verlieten.
De meeste aldus uitgevoerde diefstallen vonden plaats bij de Kruidvat. Het beveiligingsbedrijf van de Kruidvat liet weten dat medewerkers van de Kruidvat dagelijks de voorraad producten bijhouden. Op grond van de camerabeelden kunnen de medewerkers de stellingen lokaliseren waar verdachten goederen hebben weggenomen. Vaak zijn de producten ook te zien, maar soms is het aantal producten dat wordt weggenomen niet goed te zien. Na een diefstal wordt er gekeken hoeveel producten er op voorraad zouden moeten zijn en hoeveel daarvan ontbreken. Hoewel dit systeem vrij accuraat is, kan de Kruidvat nooit met honderd procent zekerheid, maar wel met grote zekerheid, zeggen dat de weggenomen goederen precies matchen met de tekorten in de voorraad.
De rechtbank kan dus de exacte bedragen, zoals die ten laste zijn gelegd, niet bewezen verklaren, maar gelet op de hoeveelheid goederen en het soort goederen, te weten overwegend dure producten, kan in ieder geval worden vastgesteld dat het gaat om weggenomen producten met een grote totaalwaarde. De rechtbank gaat er daarom van uit dat verdachte in elk geval voor ruim € 25.000,- aan goederen heeft weggenomen.
Hierna zal de rechtbank ingaan op de afzonderlijke feiten en verweren.
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt telkens volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
1. PL0600-2025445789-2 - Kruidvat [adres] Ermelo pleegdatum: 1-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 96-97;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 99-103;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
2. PL0600-2025558312-2 – Kruidvat [adres] Wijchen pleegdatum 6-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 114-116;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 117-118;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
3. PL0600-2025547795-2 Trekpleister [adres] Ermelo pleegdatum 1-11-2025 Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 105-106;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 108-112;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
4. PL1100-2025264837-2 – Kruidvat [adres] Wormer pleegdatum 3-11-2025 Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 122-123;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 125-126;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
5. PL2100-2025253986-2- Kruidvat [adres] Son en Breugel pleegdatum 6-11-2025 Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 129-132;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 134-137;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
6. PL2000-2025303365-2 – Kruidvat [adres] Ulvenhout pleegdatum 8-11-2025 Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 139-140;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 142-144;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
7. PL2000-2025308755 – Kruidvat [adres] Breda pleegdatum 9-11-2025 Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 171-173;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 190-191;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
8. PL2000-2025308761 – Kruidvat Donk Breda pleegdatum 9-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 167-169;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 192-194;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
9. PL2100-2025263266 – Kruidvat [adres] ’s Hertogenbosch pleegdatum 12-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 186-188;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 195-197;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
10. PL2100-2025263269 – Kruidvat [adres] ’s Hertogenbosch pleegdatum 12-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 163-165;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 204-206;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
11. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 174-176;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 198-200;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
12. PL2000-2025312136 – Kruidvat [adres] Raamdonksveer pleegdatum 14-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 177-179;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 201-203;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat uit het procesdossier niet blijkt dat verdachte deze feiten in vereniging heeft gepleegd. In zoverre wordt verdachte vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt telkens volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 155-158;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 159-162;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 146-148;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 149-153;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
3. PL2000-2025312141 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 181-184;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 208-211;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.
Volgens de politie stond verdachte [medeverdachte] in zaak PL2000-2025312025 buiten de winkel te wachten met een doos en zou verdachte [verdachte] de gestolen goederen aan hem hebben afgegeven. De rechtbank heeft deze camerabeelden in raadkamer bekeken, maar heeft [medeverdachte] niet waargenomen. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat uit het procesdossier niet blijkt dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd. In zoverre wordt verdachte vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
Feit 3
Op 18 november 2025 zagen verbalisanten dat verdachten [medeverdachte] en [verdachte] de Albert Heijn binnen gingen. [medeverdachte] had een winkelmandje en bleef voorin de winkel hangen. [verdachte] had twee bigshoppers van de Albert Heijn bij zich. [verdachte] liep helemaal naar achteren in de winkel, waar hij de bigshoppers in zeer korte tijd vulde met vleesproducten uit de koeling. Vervolgens liep [verdachte] door de winkel en hij pakte her en der wat producten uit het schap. Op een gegeven moment kwamen ze samen en zag één van de verbalisanten dat de twee bigshoppers inmiddels gevuld waren, terwijl ze eerder nog geheel leeg waren. In het schap met de wasmiddelen zag een verbalisant dat [medeverdachte] een fles in zijn handen had, de dop eraf schroefde en eraan rook. [verdachte] zette de bigshoppers in het mandje en liep voorbij de kassa’s zonder dat hij iets in zijn handen had. Vervolgens liep [verdachte] weer richting het ingangspoortje tot deze opende, maar hij ging niet naar binnen. Vervolgens liep [medeverdachte] met de twee bigshoppers langs de geopende ingangspoortjes. Daarna liepen ze samen de winkel uit richting hun auto.
[aangever 2] heeft vervolgens aangifte gedaan namens de Albert Heijn aan de [adres] in Hilversum. Hij zag op de camerabeelden dat twee personen de winkel verlieten met twee shoppers, terwijl de politie er maar één bij zich had. In de tweede tas zat onder andere wasmiddel. Er is een bon gemaakt van de goederen die de politie had meegenomen. Deze goederen bedroegen € 109,70, maar dat waren dus niet alle gestolen goederen.
Op basis van het voorgaande acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen, inclusief het ten laste gelegde in vereniging plegen. Uit de observaties van de politie blijkt immers dat er duidelijk sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de twee verdachten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.