ECLI:NL:RBGEL:2026:5714
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 9 april 2026
- Zaaknummer
- 05/222123-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt veroordeeld voor het verkopen van bijna een gram cocaïne en het gewoontewitwassen van een groot bedrag aan cryptovaluta en contant geld. De rechtbank legt de man een voorwaardelijke celstraf op van 6 maanden en een taakstraf van 240 uren. De inbeslaggenomen bedragen aan cryptovaluta en contant geld worden verbeurd verklaard.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 24
augustus 2022 te Nijkerk, althans in Nederland, een of meerdere voorwerpen, te weten een of meerdere contante geldbedragen (van in totaal ongeveer 17.094,68 euro) en/of een of meerdere wallets met cryptovaluta (ter waarde van in totaal ongeveer 204.375,69 euro), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerpen geheel of gedeeltelijk –onmiddellijk of middellijk– afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
feit 2
hij op of omstreeks 24 augustus 2022 te Nijkerk, althans in Nederland opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 0,79 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feiten 1 en 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde witwassen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de geldbedragen onmiddellijk afkomstig zijn van een door verdachte zelf begaan misdrijf en hij heeft witgewassen door de geldbedragen voorhanden te hebben. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte één of meerdere handelingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen en cryptovaluta. Het enkel verbergen van een geldbedrag is onvoldoende voor een bewezenverklaring van witwassen, waardoor verdachte dient te worden vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. Meer subsidiair is er enkel sprake van een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen waarbij de bewezenverklaarde periode voor de contante bedragen dient te worden beperkt tot de dag van het aantreffen hiervan, te weten 24 augustus 2022. Voor de cryptovaluta moet de periode worden beperkt van 28 maart 2022 tot en met 23 augustus 2022, omdat enkel in deze periode er transacties op de wallet hebben plaatsgevonden.
De raadsvrouw heeft met betrekking tot het tenlastegelegde feit onder 2 geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Bewijsmiddelen
In de auto van verdachte zijn op 25 augustus 2022 twee papieren met woordenreeksen – recovery phrases – aangetroffen die toegang gaven tot twee Bitcoinwallets en een Ethereumwallet. De eerste recovery phrase bleek gekoppeld aan een Bitcoin wallet waarin één adres gebruikt is. Op dit adres zijn 47 stortingen gedaan in de periode van 28 maart 2022 tot en met 23 augustus 2022 met een totaalbedrag van 12,88426392 Bitcoin ter waarde van, op het koersmoment, €285.335,41. Er zijn in totaal 22 betalingen gedaan ter hoogte van 1,00784498 Bitcoin. Een deel van deze cryptovaluta is, direct dan wel indirect, aangekocht via darknetmarket. Er is 0,0536 Bitcoin ontvangen die direct afkomstig is van de darknetmarket ‘ASAP Market’. Indirect is er 0,56 Bitcoin van de darknetmarket ‘Hydra Marketplace’, 1,585 Bitcoin van de darknetmarket ‘OMG1OMG!’, 1,08 Bitcoin van de darknetmarket ‘Mega Darknet Market’ en 0,005 Bitcoin van de darknetmarket ‘Blacksprut Market’ ontvangen.De tweede recovery phrase bleek gekoppeld aan een Bitcoin wallet waarin negen adressen gebruikt zijn. Op deze adressen zijn 12 stortingen gedaan in de periode van 21 juli 2022 tot en met 30 juli 2022 van totaal 8,0008142 Bitcoin met een waarde van – op het koersmoment - € 183.111,77. Daarnaast bleek deze recovery phrase gekoppeld aan een Ethereum wallet waar één adres werd gebruikt. De transacties op deze wallet vonden plaats tussen 7 juni 2022 tot en met 24 augustus 2022. Het saldo bedroeg 14,4971245687193 ETH en 2.612,891723 USDC.
Totaal is er, inclusief transactiekosten, 9,00865918 BTC, 2.612,891723 USDC en 14,4971018460466 ETH in beslag genomen. De netto-opbrengst van deze cryptovaluta, na verkoop door het openbaar ministerie, bedroeg € 204.375,69.
Verder is in de auto van verdachte muntgeld aangetroffen. In de middenconsole lag € 56,35 en in twee boterhamzakjes in de kofferbak onder het reservewiel lag respectievelijk € 20,70 en
€ 86,63. In één van de boterhamzakjes werd een simkaart aangetroffen. In de portemonnee, die onder de bijrijdersstoel werd aangetroffen, zat € 2.065,00.
In het bedrijfspand van [bedrijf] , het bedrijf van verdachte, in Nijkerk werd een contant bedrag van € 14.870,00 in verschillende coupures, waaronder briefjes van € 200,00, aangetroffen boven op een aantal kartonnen dozen en in een jute zak.
Op de in de auto aangetroffen simkaart stonden meerdere contacten opgeslagen die in de politiesystemen te boek staan als harddrugsgebruikers.
Getuige [getuige 1] heeft over [bedrijf] verklaard dat er een koelcel voor groente en fruit in het pand stond, maar hij nooit groente en fruit heeft zien komen en gaan. Getuige heeft één keer per dag rond 17.00/17.30 uur een persoon bij het bedrijf gezien. Getuige beschrijft dat ze de rolluiken afschermen met een vrachtwagen en dat er pallets voor de ramen stonden.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat er het laatste jaar geen klanten meer komen bij [bedrijf] en dat hij nooit personeel ziet. Getuige heeft opgemerkt dat er een koelcel in het pand stond waar niks mee gebeurde, pallets voor de ramen stonden en er geen bedrijvigheid plaatsvond.
De politie heeft onderzoek gedaan naar de handelsactiviteiten van [bedrijf] , een groothandel in groente, fruit en textiel, volgens de gevorderde bankrekeningen van verdachte. Er is vermoedelijk 8 keer een partij kleding aangekocht in de periode tussen 1 september 2020 en 14 oktober 2021. In de periode daarna tot 15 augustus 2022 is er geen partij kleding aangeschaft die terug te vinden is op de bankrekening van de [bedrijf] . In totaal is door [bedrijf] € 74.548,75 aan partijen kleding betaald. Dit komt neer op een gemiddelde van € 9.318,59 per partij kleding.
Verder is er mogelijk 15 keer een partij groente en fruit aangeschaft in de periode tussen 29 november 2021 en 20 juni 2022. In de periodes van 1 januari 2020 t/m 28 november 2021 en 21 juni 2022 t/m 15 augustus 2022 zijn er geen afschrijvingen op de bankrekening van [bedrijf] waargenomen voor de inkoop van groente en fruit. Er is totaal
€ 53.331,10 aan inkoop van groente en fruit (en mogelijk transport hiervan) afgeschreven.
De politie concludeert dat verdachte een zeer lage frequentie van inkoop had van handelswaar. Dit komt omdat in een periode van ongeveer 32 maanden totaal 23 partijen kleding en groente en fruit is ingekocht door [bedrijf] . Dit komt neer op 0,72 partij per maand.
Aan verdachte is door de politie gevraagd om een verklaring en stukken te overleggen over de herkomst van het geld en over de herkomst van de waarde van de cryptovaluta wallets. Pas na meermalen hierom verzocht te hebben zijn er na enige tijd stukken overgelegd.
De politie heeft onderzoek gedaan naar deze door de verdediging overgelegde facturen ter verklaring van de aangetroffen contante gelden. Dit zijn facturen uit november 2020 tot en met maart 2022. De politie acht het onwaarschijnlijk dat de contante kasgelden van een goedlopende handelsonderneming één tot twee jaar later worden aangetroffen in het bedrijfspand. Ook is er onderzoek gedaan naar de kosten van paprika, tomaat en pepers in de handelswereld. De politie constateert dat de handelsprijzen hoger liggen dan de prijzen die de [bedrijf] hiervoor rekende. Verder blijkt uit de overgelegde facturen geen contante betaalbewijzen. Op de facturen ontbreken tevens de vervaldata of uiterste betaaltermijnen. De factuurbedragen komen eveneens niet voor op de bankrekening van de [bedrijf] .
De politie heeft geconcludeerd naar aanleiding van het onderzoek dat verdachte geen goedlopende groothandel had. Er werd in de periode van 15 februari 2022 tot 15 augustus 2022 een verlies geleden door de groothandel van € 14.253,40. Daarnaast ontving verdachte in de jaren 2017 tot en met 2022 zorgtoeslag. Tot slot heeft verdachte in de periode tussen 10 juni 2021 en 10 augustus 2022 salaris ontvangen. Dit gaat in 2021 om een totaal van € 17.228,00 en in het jaar 2022 om € 14.118,00 en € 4.103,00. In het half jaar voor de aanhouding van verdachte werd er op zijn privé rekening € 1.998,25 meer bijgeschreven dan afgeschreven. Op de rekening van Taxi service Nijkerk, een rekening van verdachte, werd in die periode € 878,96 meer afgeschreven dan bijgeschreven.
Er is onderzoek gedaan naar de bij verdachte inbeslaggenomen Samsung S8. Op deze telefoon zijn de volgende zoekopdrachten gevonden: ‘natte bankbiljetten droog’, ‘Cocaïne Duitsland’, ‘Panama drugs’, ‘Cocaïne smokkel’ en ‘Wat kost een kilo coke in Mexico’. Verder stond een Google zoekopdracht naar ‘prijs cocaïne Rusland’ in een bookmark. Een bookmark is een verwijzing naar een webadres dat wordt bewaard in de browser en snel oproepbaar is.Uit de chatberichten van Whatsapp en Signal wordt door de politie, gelet op de hoeveelheid berichten, een algemeen beeld geschetst. Hieruit blijkt dat er in meerdere chats afspraken worden gemaakt die lijken op afnemers en dealers van verdovende middelen. Ook lijkt er gehandeld te worden in diverse soorten rustgevende medicatie te weten Benzoiden (kalmeringsmiddelen). Er worden diverse types genoemd als: zopiclon, tema, Rita
en Dia. Tevens zijn er afspraken te zien waar vermoedelijk door middel van woorden van diverse groentes wordt gesproken over drugs waarbij ook bedragen worden genoemd. De chats bevatten ook zelfvernietigende links.
Verdachte heeft verklaard dat de, in het bedrijfspand en in de auto, inbeslaggenomen contante geldbedragen en inbeslaggenomen cryptovaluta van hem zijn. De inbeslaggenomen Samsung S8 is ook van verdachte. Hij was de enige die toegang had tot deze telefoon. Tot slot heeft verdachte verklaard dat hij de contante geldbedragen heeft verdiend met de handel in textiel, groente en fruit. Voorts had hij de cryptovaluta aangeschaft met de contante verdiensten uit zijn bedrijf. Hij gaf de contante inkomsten uit zijn bedrijf niet op bij de belastingdienst. De verkoop van kleding werd per losse stukken in het bedrijfspand gedaan. Omdat deze detailhandelverkoop niet overeenkwam met het bestemmingsplan heeft de Omgevingsdienst [bedrijf] per brief aan verdachte laten weten dat de [bedrijf] , desnoods onder last van een dwangsom, uiterlijk 6 september 2021 diende te stoppen met de detailhandel. Verdachte heeft verklaard vanaf toen de verkoop van kleding wel doorgezet te hebben, maar enkel op afspraak en in overeenstemming met het bestemmingsplan.
Inleiding
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van verschillende contante geldbedragen en cryptovaluta en van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank zal eerst de voorwerpen benoemen, waarna in wordt gegaan op de vraag of deze voorwerpen al dan niet een criminele herkomst hebben en of verdachte dat wist. Als geconcludeerd kan worden dat er sprake is geweest van witwassen, dan zal de rechtbank ingaan op de vraag of verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.
De ten laste gelegde voorwerpen
De onder verdachte aangetroffen woordenreeksen – recovery phrases – gaven toegang tot wallets waar cryptovaluta in zat. De inbeslaggenomen cryptovaluta leverde een netto-opbrengst op van € 204.375,69. Daarnaast zijn er een contante geldbedragen van in totaal € 17.094,68 aangetroffen in de auto en het bedrijfspand van verdachte.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zowel de contante geldbedragen als de cryptovaluta zijn bezit zijn. Hierdoor staat vast dat verdachte aan deze voorwerpen te koppelen is.
De criminele herkomst
Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ in artikel 420bis Sr, dat verder is toegesneden in de tenlastelegging in deze zaak, is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het volgende vereist. Gelet op het doel en de strekking van deze wetsbepaling volgt uit de wetsgeschiedenis dat niet vereist is dat uit de bewijsmiddelen van het procesdossier precies vast moet komen te staan, dat het voorwerp uit een aan te wijzen specifiek misdrijf afkomstig is. Kortom er hoeft niet uit de bewijsmiddelen vast komen te staan door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Verder is niet vereist dat het voorwerp geheel uit misdrijf afkomstig is. Een voorwerp dat gedeeltelijk is gefinancierd met crimineel geld en voor het overige met legaal geld is van misdrijf afkomstig: zogenoemde vermenging.
Als er op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen direct verband valt te leggen met een misdrijf, dan kan de criminele herkomst alsnog bewezen worden. Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden moet dan blijken dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie om het bewijs hiervoor aan te dragen.
Van verdachte mag een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring worden verlangd waarom een voorwerp niet van misdrijf afkomstig is als door het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs het vermoeden wordt gerechtvaardigd dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het openbaar ministerie moet deze verklaring onderzoeken, omdat het niet op de weg van de verdachte ligt om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van enig misdrijf afkomstig is. De rechtbank zal, mede op basis van de resultaten van het onderzoek naar de verklaring van verdachte, moeten beoordelen of bewezen kan worden dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
De rechtbank overweegt over de contante geldbedragen die zijn aangetroffen in de auto en het bedrijfspand van verdachte dat het, in totaal, om een enorm contant geldbedrag gaat. Het bewaren van contant geld ter waarde van ongeveer €15.000,00, in een bedrijfspand, in het zicht op kartonnen dozen is niet gebruikelijk en brengt het risico met zich mee dat dit bedrag gestolen wordt. Het geldbedrag in het bedrijfspand bestond daarnaast uit coupures van onder andere €200,00. Deze coupures zijn in het dagelijks betalingsverkeer niet gangbaar en lastig te gebruiken, en worden regelmatig in het criminele circuit aangetroffen. De contante gelden uit de auto zijn deels op ongebruikelijke plekken aangetroffen. Het briefgeld lag in de middenconsole, maar het muntgeld zat in zakjes bij het reservewiel. Ook zat er contant geld in een portemonnee, waar men contant geld verwacht, maar lag deze portemonnee op een ongebruikelijke plek in de auto, namelijk onder de bijrijdersstoel. Op de in de auto aangetroffen simkaart stonden meerdere contacten opgeslagen die in de politiesystemen te boek staan als harddrugsgebruikers. Verder is verdachte aangehouden terwijl hij cocaïne verkocht aan een ander, zoals tenlastegelegd onder feit 2. En blijkt uit meerdere zoekopdrachten en chats op zijn telefoon dat hij zich mogelijk bezig hield met de handel in cocaïne.
Over de aangetroffen cryptovaluta overweegt de rechtbank dat het gaat om een zeer groot bedrag. In één van de aangetroffen Bitcoinwallets staat na 47 stortingen in een periode van 5 maanden in 2022, een totaal van 12,88426392 Bitcoin ter waarde van € 285.335,41. In de andere aangetroffen Bitcoinwallet is in een periode van negen dagen een totaal bedrag van 8,0008142 Bitcoin ter waarde van € 183.111,77, in 12 stortingen gedaan. Zowel direct als indirect zijn er Bitcoin ontvangen van darknetmarkten. Verder is een Ethereum wallet aangetroffen. Het saldo bedroeg 14,4971245687193 ETH en 2.612,891723 USDC. Het is een feit van algemene bekendheid dat in het criminele milieu regelmatig gehandeld wordt in Bitcoin en andere cryptovaluta en meer in het bijzonder die afkomstig zijn van de darknetmarkten.
Uit het onderzoek naar het financiële vermogen van verdachte is niet gebleken dat hij over grote inkomstenbronnen beschikte. Zijn [bedrijf] leed zelfs blijkens de bankafschriften verlies.
Gelet op alle feiten en omstandigheden en de financiële situatie van verdachte is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van het contante geldbedrag en de cryptovaluta een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat deze voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf.
Van verdachte kan daardoor worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de voorwerpen niet van enig misdrijf afkomstig zijn.
De verklaring van verdachte en zijn wetenschap
Verdachte heeft bij de politie een verklaring gegeven over de herkomst van de bij hem aangetroffen contante geldbedragen en de cryptovaluta. Kort gezegd heeft verdachte verklaard dat deze inkomsten alleen afkomstig zijn geweest van zijn handel in textiel, groente en fruit. Hiertoe zijn een vijftal facturen overgelegd met een totaalbedrag van € 17.504,35. Ook is er een proef- en saldibalans overgelegd waaruit zou volgen dat € 17.000,00 in kas van de onderneming aanwezig was en dit het contante geldbedrag zou zijn, dat door de politie contant is aangetroffen.
Verdachte heeft verklaard dat hij in 2022 kleding heeft verkocht aan iemand uit Tsjechië die met Ethereum heeft betaald. Verder zijn er bankrekeningoverzichten overgelegd.
Pas ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij door de losse verkoop van kleding veel (met name) contant geld verdiende. Hij zou hiervan de administratie goed bij moeten houden, aldus zijn boekhouder. Verdachte heeft verklaard dat hij heeft nagelaten dit contante geld aan te geven bij de Belastingdienst omdat hij dan precieze administratie moest bijhouden en liever het geld herinvesteerde in handel. Verder heeft hij verklaard dat iedere keer als hij contant geld van zijn verdiensten overhad, hij de cryptovaluta periodiek aankocht per Bitcoin, hij investeerde dan ongeveer € 20.000 á €30.000,00 per keer in Bitcoins.
De verklaring van verdachte met de overlegde facturen ter onderbouwing dat het bij hem aangetroffen contante geld, kasgeld is uit de onderneming, acht de rechtbank op voorhand hoogst onwaarschijnlijk omdat zij het niet aannemelijk acht dat de contante kasgelden van een goedlopende handelsonderneming één tot twee jaar later worden aangetroffen in het bedrijfspand. Voorts acht de rechtbank deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig gelet op de geconstateerde onregelmatigheden in de door de verdediging overgelegde facturen en gelet op de wijze en de plek waarop de contante gelden zijn gevonden en gelet op de grote coupures.
Wat betreft de cryptovaluta overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat verdachte slechts in algemene zin en pas ter terechtzitting heeft verklaard over de contante (zwarte) geldstromen en het gebrek aan administratie daarvan. De rechtbank constateert dat deze verklaring niet zonder meer concreet is en niet kan worden geverifieerd wegens het gebrek aan administratie.
Bovendien acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij zijn verdiende contante inkomsten periodiek investeerde in Bitcoins, zodra hij weer wat contant geld overhad, niet geloofwaardig. De cryptovaluta zijn aangekocht in een korte periode van maart 2022 tot en met augustus 2022. De rechtbank acht niet aannemelijk dat verdachte in die periode contante verdiensten had van meer dan 2 ton. Ook zijn meerdere cryptovaluta aangekocht middels een darknetmarket. De rechtbank gaat er vanuit dat Bitcoins afkomstig van darknetmarkets een criminele herkomst hebben.
Hieruit volgt dat verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen. Dit maakt dat de rechtbank tot het oordeel komt dat het niet anders kan dan dat de voorwerpen van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat wist.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het contante geldbedrag ter hoogte van € 17.504,35 en de cryptovaluta ter waarde van € 204.375,69 door deze voorwerpen in de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2022 voorhanden te hebben en/of gebruik van te maken. Bij verdachte zijn de contante geldbedragen en de cryptovaluta aangetroffen, waarbij eveneens betalingen zijn gedaan met de cryptovaluta. Gelet op de door de politie onderzochte periode ziet de rechtbank geen reden om een bewezenverklaring in te concluderen dat verdachte in een kortere periode dan de tenlastegelegde en de onderzoeksperiode door de politie heeft witgewassen.
Gewoonte
Nu er sprake is van het witwassen van meerdere voorwerpen gedurende een langere periode, acht de rechtbank bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van deze voorwerpen.
Feit 2
Op 24 augustus 2022 zag de politie een Opel Astra, welke op naam stond van verdachte. De politie zag dat verdachte ook de bestuurder van de auto was. Verdachte ging met zijn Opel Astra direct achter een Volkswagen Polo op een parkeerhaven staan in Nijkerk. Uit de Volkswagen Polo stapte een persoon over naar de Opel Astra. Na 30 seconden stapte de persoon weer in de Volkswagen Polo. De politie heeft bij de persoon, naar later bleek [persoon] , een wikkel met vermoedelijk cocaïne aangetroffen. [persoon] heeft verklaard dat hij de drugs van de bestuurder van de Opel heeft gekocht. Verdachte is enige tijd later staande gehouden in zijn Opel Astra, probeerde te vluchten en is na een korte achtervolging alsnog aangehouden.
Het poeder dat is aangetroffen in de wikkel bij [persoon] is getest door het NFI. Hieruit blijkt dat er sprake is van 0,79 gram cocaïne.
Op 24 augustus 2022 heeft de politie een drugsdeal waargenomen tussen de bestuurder van de Opel Astra en de bestuurder van de Volkswagen Polo. [persoon] was de bestuurder van de Volkswagen Polo en heeft verklaard dat hij de wikkel met cocaïne heeft gekocht van de bestuurder van de Opel Astra. Op grond van de waarneming van de verbalisant dat de bestuurder van de Opel Astra verdachte is en verdachte korte tijd later in zijn auto is staande gehouden, komt de rechtbank tot de conclusie dat het verdachte was die de drugs aan [persoon] heeft verkocht.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 24 augustus 2022 0,79 gram cocaïne aan [persoon] heeft verkocht en zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 2.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.