1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 juni 2024 te Hoog-Keppel, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam van die [slachtoffer] te steken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 juni 2024 te Hoog-Keppel, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd door meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam van die [slachtoffer] te steken.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat uit het dossier onvoldoende aanknopingspunten naar voren komen dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en heeft in zoverre vrijspraak gevorderd. Zij acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag van [slachtoffer] , hierna te noemen: [slachtoffer] .
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde moord. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde doodslag heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat verdachte [slachtoffer] met voorbedachte raad heeft gedood. Verdachte zal daarom van de primair ten laste gelegde moord worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt dat er ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde doodslag sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 62-63;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 83;
- NFI Forensisch pathologisch onderzoek, p. 870;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2026.