ECLI:NL:RBGEL:2026:5352
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- 05.249116.25militair
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling artikel 5 WVW94 met toepassing van artikel 9a Sr. Militair.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Amsterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), daarmede rijdende over de weg, Tafelbergweg (ter hoogte van of nabij de Fastned laadlocatie) zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, het door hem, verdachte bestuurde voertuig niet (voortdurend) onder controle heeft gehad en/of zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was tengevolge waarvan hij, verdachte, met dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (motorfiets) tegen een aldaar aanwezige voetganger ( [slachtoffer] ) is gereden en/of gebotst, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelbreuk en/of hersenkneusing en/of hersenbloedingen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig (motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Tafelbergweg (ter hoogte van of nabij de Fastned laadlocatie), het door hem, verdachte bestuurde voertuig niet (voortdurend) onder controle heeft gehad en/of zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was tengevolge waarvan hij, verdachte, met dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (motorfiets) tegen een aldaar aanwezige voetganger ( [slachtoffer] ) is gereden en/of gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 16 mei 2024 was verdachte bestuurder van een motor en reed hij op de Tafelbergweg in Amsterdam. Hij bereed de rijbaan van de Tafelbergweg, de foodstrip, komende uit de richting van de Meibergdreef en gaande in de richting van de Rijksweg A9. Ter hoogte van de Fastned laadlocatie verloor hij de controle over zijn motor. Ten gevolge hiervan schoot de motorfiets door en reed tegen een voetganger, [slachtoffer] aan.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het primair tenlastegelegde vrijspraak bepleit, nu de ondergrens van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) niet wordt gehaald. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde is geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de militaire kamer
Uit de verkeersongevallenanalyse is gebleken dat er geen bijzonderheden waren met betrekking tot de motor, de weersomstandigheden en de verlichting. Ook is er forensisch technisch geen aanwijzing dat de snelheid van de motor significant hoger heeft gelegen dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. De oorzaak waardoor de bestuurder van de motor de controle over de motor verloor is forensisch technisch niet vastgesteld. Het meest waarschijnlijke scenario is dat de bestuurder van de motor tijdens het rijden over de verkeersdrempel een bedieningsfout maakte en hierdoor de controle over de motorfiets verloor. De bestuurder van de motor was niet in staat om zijn voertuig tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was.
Verdachte was niet onder invloed van alcohol of drugs.
Verdachte heeft verklaard dat hij niet precies weet wat er is gebeurd omdat het zo snel ging, maar dat hij vermoedt dat de motor op een of andere manier bij het terugschakelen schokte. Hierdoor greep verdachte uit automatisme zijn stuur vast en trok daardoor het gas open waardoor de motor begon te accelereren en de motor naar voren schoot. Verdachte heeft nog geprobeerd te remmen en uit te wijken, maar er was geen houden meer aan. Verdachte vergelijkt het met een whiskey throttle.
Artikel 6 WVW 1994
Van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 is sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor een bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Bij de vraag of sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994 komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij komt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
Het rijgedrag van verdachte is op zichzelf onvoldoende om te kunnen spreken van een aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid. Verdachte heeft weliswaar de controle over zijn motor verloren en heeft daardoor [slachtoffer] geraakt, maar er is geen sprake van bijkomende omstandigheden of fouten van verdachte die van invloed zijn geweest op het plaatsvinden van het ongeval. Onder die omstandigheden acht de militaire kamer dat niet voldaan is aan de voor artikel 6 WVW 1994 vereiste mate van schuld om te kunnen spreken van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Daarom zal verdachte van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Artikel 5 WVW 1994
Het subsidiair ten laste gelegde is toegesneden op artikel 5 WVW 1994, waarin strafbaar wordt gesteld het zich zodanig op de weg gedragen dat gevaar wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Het gaat daarbij om concrete gevaarzetting of hinder. Bij de vraag of een bepaalde handeling kan worden aangemerkt als gevaarlijk gaat het om de handeling in concreto in het licht van alle omstandigheden van het geval.
Door zijn rijgedrag heeft verdachte gevaar op de weg veroorzaakt. De militaire kamer acht overtreding van artikel 5 WVW 1994, het subsidiair tenlastegelegde, dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.