1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2025 tot en met 4 juni 2025 te [woonplaats] , gemeente Bronckhorst en/of Zutphen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door
- die [aangever] (veelvuldig) (WhatsApp)berichten te sturen en/of
- een of meermalen door [adres] (te Zutphen) te rijden en/of
- kleding en/of andere spullen van die [aangever] (in een vuilcontainer) weg te gooien en/of
- die [aangever] een of meermalen met zijn auto te achtervolgen en/of (vervolgens) klem te rijden en/of
- zogenaamde 'WhatsApp statusupdates' over die [aangever] te plaatsen en/of foto's en/of teksten van/over die [aangever] op social media te plaatsen en/of
- een afbeelding van seksuele aard, te weten een foto waarop een vagina te zien is en/of (vervolgens) een foto waarop het gezicht van die [aangever] te zien is, naar een of meerdere personen via WhatsApp te sturen,
met het oogmerk die [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ten aanzien van de pleegperiode bepleit dat deze dient te starten op 7 april 2025, omdat de communicatie tussen verdachte en [aangever] pas vanaf dan vrijwel volledig eenzijdig is geworden.
Ten aanzien van het rijden door [adres] te Zutphen heeft de raadsvrouw bepleit dat uit het buurtonderzoek en uit het beeldmateriaal niet is gebleken dat verdachte zelf door de straat is gereden. Verdachte is weleens door de straat gereden omdat zijn kinderen daar verbleven, maar dat is onvoldoende voor het vereiste oogmerk. De rechtbank wordt verzocht verdachte van dat onderdeel vrij te spreken.
Ten aanzien van het weggooien van de spullen van aangeefster is door de raadsvrouw betoogd dat dit onderdeel buiten beschouwing dient te blijven, nu het weggooien van goederen naar zijn aard geen gedraging is die een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. Als dergelijke handelingen al hebben plaatsgevonden, ligt een beoordeling in de sfeer van vermogensdelicten meer voor de hand. Verdachte dient van dit onderdeel van de tenlastelegging eveneens te worden vrijgesproken.
Voor de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Mevrouw [aangever] (hierna: aangeefster) heeft op 15 april 2025 aangifte gedaan van stalking tegen verdachte, haar ex-partner. Zij heeft als volgt verklaard. Verdachte en aangeefster hebben tien jaar een relatie gehad en hebben samen drie kinderen. Op 3 februari 2025 heeft aangeefster een streep onder de relatie gezet. In het begin konden ze nog wel praten en heeft verdachte de kinderen nog wel gezien, maar daarna is verdachte twee weken niet thuis geweest voor de kinderen. Nadat aangeefster het op haar naam gestelde bedrijf van verdachte had beëindigd, begon alle ellende. Aangeefster kreeg heel veel WhatsApp-berichten van verdachte. De hoeveelheid berichten nam toe toen verdachte er eind februari 2025 van overtuigd raakte dat aangeefster een relatie had gekregen met zijn neef [naam 1] , ondanks het feit dat aangeefster hem had verteld dat het slechts een vriendschap betrof. Verdachte begon te dreigen dat hij zijn kinderen zou ontvoeren. Ook zei hij dat aangeefster een hoer was.
Begin april werd aangeefster in Zutphen klemgereden door verdachte en zijn zoon. Ze heeft toen de politie gebeld. Op 5 april 2025 kwam verdachte aangeefster tegemoet gereden toen zij samen met de neef van verdachte in de buurt van Gorssel reed. Toen verdachte hen zag, draaide hij zijn auto en reed hen achterna, waarna hij aangeefster en [naam 1] midden in Gorssel opnieuw heeft klemgereden.
Verdachte bewerkte foto’s van aangeefster en [naam 1] tot stickers en filmpjes en stuurde deze rond met liedjes en teksten over aangeefster erbij. Hij zette ook foto's en filmpjes online op sociale media en zijn WhatsApp-status. Aangeefster werd hierdoor veel gebeld door mensen die de berichten hadden gelezen. Aangeefster kreeg foto’s van verdachte waarop te zien was dat hij haar kleding in een kledingcontainer had gegooid. Hij had alles van haar weggegooid, waardoor zij niks meer had.
Ten tijde van de aangifte zat aangeefster al een week binnen met haar kinderen. De kinderen gingen niet naar school omdat aangeefster bang was dat verdachte naar school zou komen en de kinderen zou meenemen. Verdachte reed de hele dag rondjes om haar maar in de gaten te houden. Hij stopte dan met de auto voor de deur en gaf dan veel gas zodat men hoorde dat hij er was.
De politie heeft een overzicht opgemaakt van de meldingen door aangeefster in de periode na de aangifte. Daaruit volgt dat aangeefster tussen 16 april 2025 en 3 juni 2025 verschillende meldingen heeft gedaan van gedragingen van verdachte. Zo zou verdachte meermaals achter haar aan zijn gereden. Ook zou hij met verschillende auto’s hard door de straat hebben gereden en daarbij dingen hebben geroepen. Op 8 mei 2025 meldde aangeefster dat verdachte foto’s van een naakte vrouw had verspreid en erbij had gezet dat het om haar ging. Op 30 mei 2025 werd vanuit Veilig Thuis het verzoek gedaan om een afspraak op locatie te maken, omdat vader dreigde de kinderen met geweld weg te halen op de verschillende adressen.
Op 27 november 2025 is aangeefster door de politie aanvullend gehoord. Zij verklaarde dat zij in de maanden mei en juni 2025 dagelijks tientallen berichten van verdachte ontving via WhatsApp. Ook kwamen er op meerdere data tussen 15 mei 2025 en 1 juni 2025 meerdere voertuigen door de straat waar ze verbleef. Aangeefster verklaarde verder dat verdachte met veel mensen een foto van een vagina heeft gedeeld, waarvan mensen dachten dat zij het was. Deze foto kwam van een website af.
De politie heeft de telefoon (een iPhone 13) onderzocht die onder verdachte in beslag werd genomen. Uit het onderzoek komt naar voren dat vanuit deze telefoon, die door verdachte werd gebruikt, tussen 19 maart 2025 en 4 juni 2025 via WhatsApp in totaal 2.923 acties (berichten, bellen, blokkeren en deblokkeren) zijn verricht naar aangeefster. De berichten gaan voornamelijk over de kinderen en de (volgens verdachte) nieuwe partner van aangeefster, de neef van verdachte. Uit de context van de berichten is op te maken dat verdachte wanhopig is en niet wil dat zijn kinderen bij zijn neef waren. Verdachte wil dat aangeefster bij haar (aldus verdachte) nieuwe partner weggaat dan wel dat de kinderen naar hem of naar een pleeggezin gaan. Als ze maar niet bij zijn neef zijn. Dit zou goedschiks dan wel kwaadschiks gebeuren. Verdachte heeft hierbij meermaals bericht dat hij nooit zal opgeven en nog liever dood gaat, dat aangeefster het zeker zal verliezen en dat het nooit goed zal komen. Ook gaf verdachte aan dat hij berichten over aangeefster op Facebook en zijn WhatsAppstatus heeft gezet en nog zal zetten en dat hij haar zal controleren, in de gaten zal houden en bij haar zal langskomen. Uit de berichten komt een vorm van dreiging naar voren.
Uit het onderzoek volgt dat verdachte in de tenlastegelegde periode via WhatsApp veelvuldig schermafbeeldingen van WhatsAppgesprekken met aangeefster, Facebookberichten, foto's en filmpjes van en over aangeefster heeft gedeeld met zijn contacten. Meermaals werd een foto van een vagina gedeeld, direct gevolgd door een foto van aangeefster. Op Facebook plaatste verdachte foto’s van aangeefster waar zij herkenbaar op stond, gepaard met negatieve teksten.
Uit het overzicht van de WhatsApp-gesprekken volgt dat verdachte op 5 april 2025 aan WhatsApp-contact ‘ [naam 2] ’ een foto van aangeefster naast een auto stuurde, waarbij hij onder meer schreef: ‘ik reed ze klem’.
Op 8 april 2025 stuurde verdachte aan WhatsApp-contact ‘ [naam 2] ’ een aantal foto’s van kleding in een textielcontainer, gevolgd door de teksten: “wil je lachen”, “ik heb al heel veel kleding en dildo’s weggegooid” en “ik gooi alles van haar weg, ze krijgt niks meer en mag hier nooit meer een stap zetten”. Op 25 april 2025 stuurde verdachte aan aangeefster tientallen berichten waarvan één met de volgende inhoud: “Alles van jou is hier al uit het huis weg kleding echo's kistjes en doosjes en foto’s dus je hebt hier helemaal niks meer te zoeken. Echt alles wat aan jou herinneringen is weggegooid” en één met de volgende inhoud: “Echt alles is weg hier. Dus je hebt hier niks meer te zoeken. En heb maar geen hoop dat er nog iets zou liggen want dan heb je valse hoop”.
Aangeefster verbleef in de ten laste gelegde periode aan [adres] te Zutphen. Uit het buurtonderzoek van de politie volgt dat meerdere buurtbewoners hebben gezien dat door verschillende auto’s erg hard door de straat werd gereden, soms wel tien keer per dag. Deze auto’s werden bestuurd door een vader en zijn zoon die een conflict zouden hebben met de bewoners van nummer [nummer] . Volgens een buurtbewoner zou het gaan om verdachte en zijn zoon.
De heer [getuige] is door de politie als getuige gehoord en verklaarde dat in [adres] erg veel werd gescholden en geschreeuwd door verdachte en zijn zoon. Zij reden wel 10 tot 15 keer per dag als een dwaas door de straat en keken dan alleen naar de woning van nummer [nummer] .
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het klopt dat hij veelvuldig WhatsApp-berichten naar aangeefster heeft verstuurd en dat hij foto’s van aangeefster op sociale media heeft geplaatst. De afbeelding van de vagina werd aan hem doorgestuurd en die heeft hij vervolgens zelf ook weer doorgestuurd. Ook heeft hij aangeefster op 5 april 2025 klemgereden in Gorssel. Met zijn gedragingen wilde hij bereiken dat zijn kinderen permanent bij hem zouden komen wonen, in plaats van bij zijn ex-partner en zijn neef. Verder heeft hij enkele malen, in ieder geval op 28 en 29 mei 2025, door [adres] gereden om zijn kinderen te zien. Ook heeft hij kleding en een vibrator van aangeefster weggegooid. Volgens de verklaring van verdachte ter terechtzitting ging het daarbij om oude kleding en rommel van aangeefster die door hem zijn opgeruimd omdat zij die niet kwam ophalen. Aangeefster zou eerder bijna al haar spullen al hebben meegenomen. Het WhatsApp-bericht “wil je lachen” aan ‘ [naam 2] ’ zag volgens verdachte op de vibrator. Op 3 april 2025 heeft hij aangeefster niet klemgereden, maar alleen naast haar gestaan met de auto.
Overwegingen van de rechtbank
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belaging (stalking) van zijn ex-partner [aangever] in de periode van 22 maart 2025 tot en met 4 juni 2025. Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de ten laste gelegde gedragingen van verdachte op basis van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Vervolgens zal zij beoordelen hoe de vast te stellen gedragingen juridisch dienen te worden gekwalificeerd.
De ten laste gelegde handelingen
Gelet op het voorgaande constateert de rechtbank dat niet ter discussie staat dat verdachte in een relatief korte periode duizenden WhatsApp-berichten naar aangeefster heeft verstuurd en dat hij zogenaamde WhatsApp-statusupdates over aangeefster en foto’s en teksten over en van aangeefster op sociale media heeft geplaatst. Ook staat niet ter discussie dat verdachte via WhatsApp naar meerdere personen een afbeelding heeft gestuurd van seksuele aard, te weten een foto waarop een vagina te zien is, gevolgd door een foto waarop het gezicht van aangeefster te zien is.
Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het voorgaande ook worden vastgesteld dat verdachte in de ten laste gelegde periode meermaals door [adres] is gereden. De aangifte wordt op dit punt ondersteund door de bevindingen van het buurtonderzoek en de getuigenverklaring van [getuige] , waaruit volgt dat verdachte – al dan niet samen met zijn zoon – soms wel 10 keer per dag op hoge snelheid en met veel geschreeuw en gescheld door de straat reed en daarbij vooral gericht was op de woning aan nummer [nummer] , waar aangeefster in de ten laste gelegde periode verbleef. In zijn verklaring ter terechtzitting heeft verdachte zelf ook erkend dat hij ‘enkele keren’ door de straat heeft gereden. Het betoog van de verdediging dat verdachte dit enkel deed om zijn kinderen te zien, en niet met het oogmerk om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, wordt door hetgeen hiervoor is overwogen – met name ten aanzien van de frequentie, snelheid en het schelden – weersproken.
Op basis van de verklaring van verdachte ter terechtzitting kan tevens worden vastgesteld dat hij spullen en kleding van aangeefster heeft weggegooid, hetgeen ook volgt uit de aangifte, het onderzoek naar de telefoon van verdachte en de hiervoor weergegeven chatberichten van verdachte van 25 april 2025.
Ook kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte aangeefster meermalen met zijn auto heeft achtervolgd en (vervolgens) heeft klemgereden. Aangeefster spreekt van twee incidenten die op 3 en 5 april 2025 hebben plaatsgevonden. Verdachte heeft ter terechtzitting het incident op 5 april 2025 bekend, maar zegt bij het eerste incident alleen met zijn auto naast aangeefster te hebben gestaan. De rechtbank overweegt dat zij, gelet op al het voorgaande, geen reden heeft om aan de verklaring van aangeefster op dit punt te twijfelen en acht dus bewezen dat verdachte aangeefster meermalen heeft achtervolgd en klemgereden.
Pleegperiode
Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt dat alle voornoemde gedragingen van verdachte hebben plaatsgevonden in de ten laste gelegde pleegperiode van 22 maart 2025 tot en met 4 juni 2025. Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte volgt dat verdachte al vanaf 19 maart 2025 veelvuldig WhatsApp-berichten heeft verstuurd naar aangeefster, hetgeen ter terechtzitting ook door hem is bekend. Dat aangeefster in de periode van 19 maart 2025 tot en met 6 april 2025 nog (sporadisch) heeft gereageerd op de berichten van verdachte, zoals door de verdediging naar voren is gebracht, doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.
Juridische kwalificatie
De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van alle hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster zodanig zijn geweest dat sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
Door de verdediging is bepleit dat het weggooien van de spullen van aangeefster hierbij buiten beschouwing dient te blijven, omdat deze gedraging naar zijn aard geen gedraging zou zijn die een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. De rechtbank overweegt echter dat het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ als bedoeld in artikel 10 van de Grondwet geen vastomlijnd begrip is en dat het tal van terreinen omvat. Met het welbewust weggooien van de kleding en spullen van aangeefster en het vervolgens versturen van foto’s daarvan naar aangeefster zelf en naar derden, met teksten als “wil je lachen” en “ik gooi alles van haar weg, ze krijgt niets meer”, heeft verdachte opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
Gelet op de inhoud van de vele berichten stelt de rechtbank vast dat verdachte met zijn handelen het oogmerk heeft gehad het slachtoffer te dwingen iets te doen, iets niet te doen, iets te dulden en haar vrees aan te jagen.
Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde belaging van aangeefster.