ECLI:NL:RBGEL:2026:5219
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- 05.183502.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Man veroordeeld voor meermalen plegen van poging tot zware mishandeling van zijn levensgezel en bedreiging. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen¬, waarvan 94 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 200 uren.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 15 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen- zijn arm om de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden- met zijn arm die keel en/of hals van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen, en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden- een brandende sigaret op/tegen/in de handpalm van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt, en/of- veelvuldig, althans meermalen met de vuisten en/of met de vlakke hand op/tegen haar neus en/of kaak, althans haar hoofd en/of tegen haar ribben en/of rug en/of buik, althans haar lichaam, heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 15 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door- zijn arm om de keel van die [slachtoffer] te houden- met zijn arm die keel en/of hals van die [slachtoffer] dicht te drukken en/of dicht te knijpen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen te houden- een brandende sigaret op/tegen/in de handpalm van die [slachtoffer] uit te drukken en/of- veelvuldig, althans meermalen met de vuisten en/of met de vlakke hand op/tegen haar neus en/of kaak, althans tegen haar hoofd en/of tegen haar ribben en/of rug en/of buik, althans tegen haar lichaam, te slaan;
feit 2
hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen- met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of- meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of- met een verhitte lepel op/tegen de hand en/of het been van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door- met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] te drukken,- meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan, en/of- met een door vuur verhitte metalen lepel op/tegen de hand en/of het been van die [slachtoffer] te slaan;
feit 3
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, [slachtoffer] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen- Geloof mij maar, ik pak [naam] en met [naam] sla ik jou dood, geloof mij maar" en/of- Ik pak jou en je hele kankerfamilie” en/of-"Nee, jij kent mij jij durft niet eerlijk te zijn, want jij weet dat ik die kind in je buik en die kind die naast jou loopt dat ik die afmaak, dat weet jij. Dat weet jij heel goed!" en/of "Maakt niet uit ik pak jullie alle twee." en/of "Is goed, als jij dit volhoudt, wollah, ik pak jou die kind in je buik af. Ik zweer het op alles wat mij lief is." en/of Wacht maar tot ik je zelf tegenkom en ik je kankerkind uit je kankerbuik sla, ja?" en/of "Nou oké, maakt niet uit. Ik pak jou hoe dan ook. Linksom rechtsom. Linksom of rechtsom, goedschiks of kwaadschiks, ik pak jou. Ik pak jou. Ik laat zo een litteken in jouw leven achter hè, dat jij niet meer weet hoe ik heet. Let maar op." en/of "Ik beloof jou, ik beloof jou, ja, dat ik zo een wrak van jou maak hè. En dan mag de rechter beslissen, het politiebureau, jouw veilig thuis, jouw veilig bezorgd, wacht maar. De enigste waar ik jou mee sla dat is [naam] . Let maar op, let maar op. Dat is jou dierbaar toch. Let maar op, als ik hem pak en hem op de grond smack dan ga jij weten, oh ik had maar gewoon eerlijk moeten zijn, had die jongen mij gewoon met rust gelaten ." en/of Over tien jaar. Ja, ik ga jou pakken en dat is wat ik ga doen. ik heb er allemaal schijt aan, dan ga ik maar een jaar zittten. wacht maar. kankerhoer je bent een kankerhoer, net als je dooie kankermoeder", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde onder feit 1 en 2, en het tenlastegelegde onder feit 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde onder feit 1, nu uit het dossier onvoldoende bewijs volgt dat verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 heeft de raadsman betoogd dat de bewezenverklaring beperkt dient te worden tot de twee à drie klappen die verdachte heeft erkend. De overige ten laste gelegde geweldshandelingen vinden onvoldoende steun in het dossier en verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daarnaast betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde onder feit 2 vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft daarbij betoogd dat de rechtbank een eventuele bewezenverklaring van feit 3 niet zou moeten gebruiken als zelfstandig bewijs voor de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde geweldshandelingen.
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen
Aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft verklaard dat zij sinds 2021 een relatie had met verdachte. In 2022 is hun zoon geboren. Na een breuk van zes maanden kwamen [slachtoffer] en verdachte weer bij elkaar. In maart 2025 bleek [slachtoffer] weer zwanger te zijn.
feit 1
Op 15 juni 2025 kwam bij de politie een melding binnen van een mishandeling in een woning aan [adres] in Nijmegen. De bewoonster, [slachtoffer] , had bij een buurvrouw aangebeld. Zij was met haar kind haar woning uit gevlucht nadat zij door verdachte was mishandeld. [slachtoffer] vertelde aan de agenten dat verdachte haar bont en blauw had geslagen. [slachtoffer] verklaarde dat zij zwanger was van verdachte en dat verdachte haar bewust in haar buik had geslagen. Daarnaast verklaarde [slachtoffer] dat zij veel pijn aan haar rug, arm, neus en gezicht had en dat zij door verdachte was gewurgd. Verbalisant [verbalisant 1] zag een aantal rode puntjes in de nek van [slachtoffer] en zag dat zij op haar rechterarm een grote blauwe plek had. [slachtoffer] had onder haar linkeroog ook een blauwe plek. De neus van [slachtoffer] was aan de linkerkant dik. [slachtoffer] verklaarde dat zij last had van haar rechterkaak.
[slachtoffer] heeft aangifte gedaan en daarbij het volgende verklaard. Verdachte begon na zijn thuiskomst in de nacht van 15 juni 2025 haar vragen te stellen over het daten met een andere man, iets wat hij ook al eerder had gedaan (waarover meer bij de overwegingen over feit 2). [slachtoffer] zag dat verdachte zijn arm ophief en voelde meteen de vlakke hand van verdachte waarmee hij haar op de linkerwang sloeg. Ze voelde een tintelend en branderig gevoel op haar linkerwang. Vervolgens dwong verdachte haar om haar rechterhand uit te steken. [slachtoffer] stak haar rechterhand met de palm omhoog naar hem uit. Verdachte pakte haar hand vast en zij voelde tegelijkertijd een scherpe pijn en een brandend gevoel op haar handpalm. Verdachte drukte zijn brandende sigaret op haar handpalm uit en draaide daarna de nog smeulende peuk een aantal keren rond totdat de sigaret helemaal uit was. Verdachte begon haar met gebalde vuisten op haar hoofd en neus te slaan. Hij beukte onafgebroken met gebalde vuisten op haar kaak, ribben, rug en buik. Toen voelde [slachtoffer] dat verdachte zijn rechteronderarm om haar nek sloeg en dat hij haar keel dichtdrukte. [slachtoffer] kon niets meer zeggen, huilen of schreeuwen. Ze kreeg geen lucht meer en zag geen kleur meer, de wereld om haar heen vervaagde. [slachtoffer] zakte langzaam weg. Plotseling liet verdachte haar los. Het duurde even voordat zij weer een beetje bij haar positieven was.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer] die avond twee à drie keer met de platte hand heeft geslagen.
feit 2
[slachtoffer] heeft in haar hiervoor aangehaalde aangifte verder verklaard dat verdachte al eerder, op 11 juni 2025, aan haar vragen begon te stellen over de tijd dat zij uit elkaar waren. In die tijd had zij gedatet met een andere man en verdachte wilde weten of zij seks had gehad met die date. Elke keer dat [slachtoffer] iets zei, kreeg ze van verdachte een klap met de platte hand. Hij sloeg [slachtoffer] op haar hoofd. Bij iedere klap hief verdachte zijn arm op en bewoog deze naar achteren om daarna met kracht op haar hoofd te slaan. [slachtoffer] voelde zich duizelig worden. Verdachte bleef doorslaan. Verdachte had een grote ijzeren opscheplepel in zijn hand en hield deze boven het vuur van het fornuis. De lepel werd verhit en kreeg een rode kleur. Verdachte pakte haar rechterhand vast en drukte de roodgloeiende lepel in de palm van haar hand. [slachtoffer] schreeuwde van pijn en angst. Verdachte drukte met kracht zijn hand op haar mond om haar schreeuwen te smoren. Verdachte sloeg [slachtoffer] met de inmiddels afgekoelde lepel op de bovenzijde van haar rechterhand en op haar linkerbovenbeen.
Feit 1 en 2
Letsel [slachtoffer]
Door een arts en forensisch fotograaf zijn op 17 juni 2025 de volgende letsels bij [slachtoffer] waargenomen en gefotografeerd.
1. Blauwe en gezwollen oogkas;
2. Gezwollen kaak rechterzijde van het gezicht;
3. Schaafwondje onder de kaak links;
4. Striem/blauwe plek in de nek/hals;
5. Rechterhand binnenkant kleine ronde brandwond en een grotere brandwond;
6. Rechterhand bovenkant licht gezwollen en blauw;
7. Linker onderarm blauwe plek;
8. Linker bovenarm grotere blauwe plek;
9. Onderrug meerdere blauwe plekken;
9. Zijkant buik links blauwe plek/verkleuring;
10. Linkerbeen boven de knie een blauwe plek;
11. Linkerbeen zijkant bovenbeen een blauwe plek.
Door de arts werd gezegd dat het letsel in de hals vermoedelijk was veroorzaakt door een drukkende kracht.
De bevindingen van de arts en de foto’s van de forensisch fotograaf zijn opgenomen in de forensisch geneeskundige letselbeschrijving.
Bewijsoverwegingen feit 1 en 2
Verdachte erkent dat hij op 15 juni 2025 [slachtoffer] twee à drie klappen met de platte hand heeft gegeven. Verdachte ontkent echter dat hij de rest van de onder feit 1 en 2 ten laste gelegde geweldshandelingen heeft gepleegd.
Gelet op de verklaring van aangeefster ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of sprake is geweest van de (overige) geweldshandelingen zoals ten laste is gelegd. Het gaat hier om een verdenking van geweld binnen de relatie tussen beiden in de woning van aangeefster, waarbij er geen getuigen waren die rechtstreeks iets hebben waargenomen van de vermeende geweldshandelingen. De vraag die de rechtbank in dit verband (daarom) moet beantwoorden, is of de verklaring van [slachtoffer] voldoende betrouwbaar is en of deze in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de gepleegde geweldshandelingen op 15 juni 2025 authentiek, voldoende consistent en gedetailleerd is. [slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard hoe en op welke plekken verdachte haar sloeg en beschreef gedetailleerd hoe verdachte de brandende peuk op haar handpalm uitdraaide en de pijn die zij daardoor ervoer. [slachtoffer] beschrijft daarnaast uitgebreid welke effecten het door verdachte dichtdrukken van haar keel had, namelijk dat zij niets meer kon zeggen, dat zij geen kleur meer zag en dat zij geen lucht meer kreeg. De gedetailleerde beschrijving van het geweld en de gevolgen daarvan komt op de rechtbank geloofwaardig en authentiek over.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de geweldshandelingen van 15 juni 2025 betrouwbaar en neemt zij deze als uitgangspunt. De verklaring van [slachtoffer] vindt bovendien voldoende steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Eén van de verbalisanten die kort na de melding bij de buurvrouw bij wie [slachtoffer] haar toevlucht had gezocht arriveerden, zag dat [slachtoffer] diverse letsels had, waaronder diverse blauwe plekken en rode puntjes in de nek. Bij het forensisch onderzoek aan het lichaam van [slachtoffer] werden diverse letsels waargenomen en door de forensisch fotograaf vastgelegd. Deze letsels kwamen overeen met de door haar beschreven geweldshandelingen. Onder andere werd waargenomen en vastgelegd dat [slachtoffer] meerdere blauwe plekken verspreid over haar gezicht en haar lichaam had. Ook werd waargenomen dat zij een striem c.q. blauwe plek in haar hals had.
De rechtbank overweegt dat het bij [slachtoffer] waargenomen letsel zozeer past bij de geweldshandelingen die zij beschrijft, dat dit steun oplevert voor die geweldshandelingen. Zo ondersteunen dat letsel, en de rode puntjes in de hals die door de verbalisant zijn waargenomen, de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte haar hals heeft dichtgedrukt. Eén van de brandwonden die op de hand van [slachtoffer] werd waargenomen, werd door de arts omschreven als een kleine, ronde brandwond. De rechtbank stelt vast dat dat letsel past bij de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte een brandende sigaret uitdrukte en ronddraaide op haar handpalm. Dat [slachtoffer] dit letsel aan zichzelf zou hebben toegebracht, zoals door verdachte is gesuggereerd, acht de rechtbank onaannemelijk, te meer nu verdachte een ander deel van het uitgeoefende geweld wél bekent.
[slachtoffer] verklaart naar het oordeel van de rechtbank ook over de geweldshandelingen van 11 juni 2025 authentiek en gedetailleerd. Zo beschrijft zij ook hier in detail hoe verdachte haar sloeg en een door hem verhitte roodgloeiende hete opscheplepel in haar handpalm drukte. Deze verklaring vindt steun in de bevindingen van de ingeschakelde arts en forensisch fotograaf. Die hebben waargenomen en vastgelegd dat [slachtoffer] , meer richting de pols ten opzichte van de kleine ronde brandwond, ook een grotere brandwond op haar hand had. De geweldshandelingen vertonen hierin ook een belangrijke overeenkomst: dat verdachte het stellen van (dwingende) vragen gepaard liet gaan met het op de hand van [slachtoffer] drukken van een brandend heet voorwerp. Ook deze verklaring is daarmee betrouwbaar en kan worden gebruikt voor het bewijs.
Nu de verklaring van [slachtoffer] zowel ten aanzien van de geweldshandelingen op 15 als ten aanzien van die van 11 juni 2025 door de rechtbank betrouwbaar wordt geacht en voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat alle door haar beschreven geweldshandelingen hebben plaatsgevonden.
Kan uit dat handelen worden afgeleid dat verdachte gepoogd heeft [slachtoffer] zwaar te mishandelen, ofwel: kan het onder feit 1 en 2 primair tenlastegelegde worden bewezen? Daarover oordeelt de rechtbank als volgt.
Poging tot zware mishandeling
Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte vol opzet had om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank is echter op grond van het volgende van oordeel dat verdachte wel voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat verdachte op 15 juni 2025 haar keel/hals heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt heeft gehouden, dat zij daardoor geen lucht kreeg en dat het wel even duurde voordat ze weer een beetje bij haar positieven was. Het is een feit van algemene bekendheid dat in de keel en hals zich kwetsbare en vitale organen bevinden zoals de luchtpijp, het strottenhoofd en de halsslagader en dat het dichtknijpen van de keel en hals snel tot ademnood leidt hetgeen tot uitval van vitale organen kan leiden.
Daarnaast heeft verdachte bewust brandwonden aan [slachtoffer] toegebracht door op 11 juni 2025 een verhitte opscheplepel in haar handpalm te drukken en op 15 juni 2025 een brandende sigaret op haar handpalm uit te drukken en rond te draaien. Het is algemeen bekend dat brandwonden tot blijvend letsel in de vorm van ontsieringen aan het lichaam kunnen leiden. Bovendien kan voor brandwonden medisch ingrijpen noodzakelijk zijn. Ten slotte heeft verdachte meerdere keren op het hoofd van [slachtoffer] geslagen en op 15 juni 2025 heeft hij [slachtoffer] in haar buik heeft geslagen, terwijl hij wist dat [slachtoffer] zwanger was. Verdachte heeft [slachtoffer] aldus veelvuldig op kwetsbare plekken van haar lichaam geraakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat het meermalen (met kracht) slaan tegen het hoofd van een persoon tot breuken en hersenletsel kan leiden en dat het slaan in de buik van een zwangere vrouw kan leiden tot een mogelijk verlies van het ongeboren kind. Al deze mogelijke gevolgen vallen volgens de rechtbank onder de noemer “zwaar lichamelijk letsel”.
Verdachte moet zich ervan bewust zijn geweest dat er een aanmerkelijke kans was dat een of meerdere van deze geweldshandelingen bij [slachtoffer] tot zwaar lichamelijk letsel zou leiden, gelet op de aard en intensiteit van het geweld, en die kans heeft verdachte op de koop toegenomen (bewust aanvaard). Daarmee is het voor een bewezenverklaring benodigde opzet, in voorwaardelijke vorm, vast komen te staan.
De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door wat zij hieronder ten aanzien van feit 3 bewezen zal verklaren, de eerdere ernstige bedreigingen aan het adres van [slachtoffer] en de meermaals geuite sterke wens van verdachte, de zwangerschap van [slachtoffer] te laten onderbreken. Daaruit blijkt ook dat het bij de feiten 1 en 2 telkens niet ging om een opwelling bij verdachte, maar om opzettelijk handelen. In een korte tijdspanne van minder dan twee weken ging verdachte drie keer over tot ernstig geweld; eerst verbaal en daarna, twee keer, in de lijn van zijn bedreigingen, fysiek.
De rechtbank komt op grond van wat zij hiervoor heeft overwogen en vastgesteld, tot een bewezenverklaring van de zowel onder 1 primair als onder 2 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] .
feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen p. 82-85;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 juni 2026.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.