ECLI:NL:RBGEL:2026:5090
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- 05.282046-25 en 10.113116-24 (tul)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Ramkraak juwelier. Diefstal van sieraden en juwelen, diefstal van busje en twee vluchtscooters en een gebouw opzettelijk vernielen. Gevangenisstraf 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek en bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden en/of juwelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan [bedrijf] en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om sieraden, juwelen en/of geld en/of goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),
- zich met regenkleding, handschoenen, balaclava's, tassen, mokers en/of sloophamers vanuit Amsterdam naar het winkelpand van [bedrijf] begeven,
- een rolcontainer voor het rolluik en/of de ingang van voornoemd winkelpand geplaatst,
- meermalen, althans eenmaal, met een bestelbus tegen voornoemde rolcontainer aangereden,
- zich toegang tot voornoemd winkelpand verschaft,
- ( een deel van) het beveiligingssysteem van voornoemd winkelpand uitgeschakeld,
- meerdere vitrines, met daarin sieraden en/of juwelen, kapotgeslagen en/of
- sieraden en/of juwelen in tassen gestopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een gebouw, te weten een winkelpand van [bedrijf] , aan [adres] , heeft vernield en/of beschadigd, door
- een rolcontainer voor de rolluiken en/of ingang behorend bij voornoemd winkelpand te plaatsen en/of
- vervolgens meermalen, althans eenmaal, met een bestelbus tegen voornoemde rolcontainer te rijden, waardoor de rolluiken en/of ingang werden ontzet,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gebouw en de in dat gebouw aanwezige inboedel en/of de aangrenzende panden/woningen en de inboedel daarvan, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
3
hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorscooter (Vespa Piaggio met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Hilversum en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorscooter (Vespa Piaggio met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
4
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Utrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] en/of [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Utrecht en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bedrijfsauto (Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
5
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere kentekenplaten (met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Amsterdam en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere kentekenplaten (met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten. Voor het onder 5 primair ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie tot vrijspraak gerekwireerd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van de feiten 1 en 2 geldt ten aanzien van deze feiten dat sprake is van eendaadse samenloop.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij samen met zijn moeder eigenaar is van de juwelier [bedrijf] , gevestigd aan [adres] in Arnhem. Op woensdag 22 oktober 2025 om 03:17 uur werd hij wakker van het alarmsysteem van zijn winkel. Hij keek direct op zijn camerasysteem van zijn winkel en zag op één camera een soort van container voor zijn winkel staan. Hij zag dat de container bewoog. Hij hoorde meerdere knallen op zijn camerasysteem. De knallen werden veroorzaakt door de container die voor zijn winkel stond. De daders hadden de container voor de ingang van de winkel staan en reden vervolgens met een auto meerdere keren tegen de container aan, waardoor de container hard tegen de voorzijde van de winkel knalde, waarbij het rolluik werd opengebroken en de voordeur van de winkel werd geforceerd. [aangever 1] drukte direct nadat hij zag dat er iets gaande was in zijn winkel in de Verisure app op de noodknop. Daardoor werd ook een melding gedaan bij de politie. Het broertje van [aangever 1] bekeek de camerabeelden ook en zag dat de daders, toen zij in de winkel waren, direct naar het systeem van het rookgordijn liepen en dit vervolgens kapot sloegen. Toen zij naar de winkel reden zagen ze op de beelden nog dat er drie daders in de winkel waren en dat er twee daders buiten de winkel stonden. Deze twee stonden met scooters klaar voor de kapper " [bedrijf] ". Toen zij bij de winkel aankwamen, zag [aangever 1] een witte auto van het merk Volkswagen type Caddy staan. Deze auto was gebruikt om met de container de ingang van de winkel te forceren. Hij herkende de container. Deze container is vermoedelijk afkomstig van [adres] . In de auto hoorde [aangever 1] van zijn broertje dat de daders de vitrines waar de juwelen in lagen/stonden, kapotsloegen. Door de ramkraak heeft [aangever 1] veel schade aan zijn winkel. Het rolluik voor de winkel, de voordeur en de ramen, het rookgordijn en alle vitrines in de winkel zijn beschadigd.
Verbalisant [verbalisant 1] zag bij binnenkomt dat het kozijn van de ingang op de grond in de winkel lag. Hij zag rechts in de winkel bij de vitrines een tas op de grond liggen met daarin meerdere sieraden. Ook zag hij een honkbalknuppel liggen en zwarte handschoenen. De vitrines waren zwaar beschadigd en er lag veel glas op de grond.
Verbalisant [verbalisant 2] heeft beveiligingsbeelden bekeken die hij van de eigenaar van de juwelierszaak kreeg overhandigd. Hij zag hierop onder meer dat de voorpui tot drie keer toe werd geramd en dat er in totaal drie personen kruipend door het ontstane gat in de voorpui het pand in kwamen. Deze personen droegen gezichtsbedekking, waardoor gezichten niet te zien waren, en handschoenen en soortgelijke kleding die voorzien was van reflecterende strepen. Hij zag dat de eerste man die binnenkwam een kleine/korte moker vasthield, een grote tas droeg aan zijn schouder en een hoofdlamp droeg. De tweede man die binnenkwam hield een grote/lange moker vast, droeg een grote tas aan zijn schouder en droeg een hoofdlamp. De derde man die binnenkwam hield een kleine/korte moker vast en droeg een grote tas aan zijn schouder. [verbalisant 2] zag dat deze drie mannen verschillende vitrines kapotsloegen met hun mokers en goederen uit de vitrines graaiden en dat in hun tas stopten. Hij zag ook dat de tweede man direct nadat hij binnenkwam met de lange moker op de toonbank ging staan en met de moker hoog aan de muur of aan het plafond sloeg. [verbalisant 2] zag dat de drie personen op een gegeven moment trachtten naar buiten te kruipen om kennelijk het pand te verlaten. De eerste man die naar buiten trachtte te kruipen, kroop vrijwel direct weer terug naar binnen.
Verbalisant [verbalisant 3] heeft de opnamen bekeken van de beveiligingscamera die [bedrijf]
ter beschikking heeft gesteld. In het bestand ' [naam] ' zag hij onder meer een ruimte waar vitrines tegen de muren stonden. Er stonden in een L-vorm toonbank en vitrines. Hij zag dat er deuren waren met glas erin. Achter de deuren bevond zich een rolluik. Toen [verbalisant 3] de beelden afspeelde zag hij een impact op het rolluik en de deuren. De toonbank verschoof, de deuren bewogen en er verscheen een barst in één deur. Enkele seconden later was er een tweede impact. De deuren en het rolluik waren nu naar binnen gebogen. Er was ruimte ontstaan onder de deuren en het rolluik. Daarna volgde er nog een impact. De deuren en het rolluik waren nu nog verder naar binnen gebogen. NN2 kroop onder de deur en het rolluik naar binnen. NN2 had een voorwerp in zijn rechterhand. NN2 stond op en liep direct naar een vitrine die tegen de muur aan stond. NN2 maakte met het voorwerp een slaande beweging tegen de vitrine. Vervolgens pakte NN2 voorwerpen uit de vitrine en deed die in zijn tas. Vervolgens kroop NN4 onder de deuren en het rolluik naar binnen. NN4 had een voorhamer in zijn rechterhand. NN4 liep de ruimte in met versnelde pas, klom op een toonbank en bleef daarop staan. Alleen zijn benen waren nog in beeld. Er viel een voorwerp ter hoogte van NN4 het beeld in. NN4 sprong van de toonbank af en klom vervolgens terug over de toonbank. NN3 was naar binnen gekropen. NN3 had een voorwerp in zijn rechterhand. NN4 en NN3 klommen tegelijk op de toonbank. NN4 bleef op de toonbank zitten en sloeg met de voorhamer tegen de vitrines die tegen de muur stonden. NN3 klom over de toonbank en verdween gedeeltelijk uit beeld. NN2 klom over de toonbank en NN4 en NN2 pakten voorwerpen uit de vitrine en stopten deze in de tas die ze bij zich hadden. NN4 sloeg met de voorhamer tegen een vitrine. NN2 klom terug over de toonbank en liep naar de vitrines aan de andere kant. NN2 maakte daar met het voorwerp een slaande beweging richting de vitrine en vervolgens pakte NN2 uit zowel het bovenste als het onderste deel van de vitrine voorwerpen en stopte deze in zijn tas. NN3 klom over de toonbank en liep naar de achterkant van de ruimte. NN3 klom op de toonbank en ging daar zitten op zijn knieën. NN3 pakte vervolgens voorwerpen en deed deze in zijn tas. NN4 kwam weer in beeld en haalde uit met de voorhamer richting een vitrine. NN4 pakte voorwerpen en stopte deze in zijn tas. NN4 liep vervolgens naar een andere vitrine en ook hier pakte hij voorwerpen en stopte deze in zijn tas.
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij geld nodig had. Hij zag ramkraakfilmpjes en zo kwamen zij op het idee om op een makkelijke manier aan geld te komen. Zij zijn vanuit Amsterdam met het (ram)busje naar Arnhem gekomen. Zij waren met zijn vieren. Er zaten er drie voorin het busje en één achterin. In de laadruimte van het busje stond een motor en lag een lange moker. Het busje was door één van hen gestolen in Utrecht. Dat was op 21 oktober 2025. Ook de motor was door één van hen gestolen. Zij kwamen bij deze juwelierszaak in Arnhem uit door te zoeken naar juweliers en dan te gaan kijken. Dat was een tijdje geleden. Het was zo gepland. Alles was gepland. Zij hebben het politiebureau gecheckt, de route hoe zij weg moesten rijden en de plek waar zij de motors moesten uitladen. De anderen hadden kleine mokers bij zich. Zij hebben een metalen vuilniscontainer gebruikt die een straat ernaast stond. Ook dit hoorde bij de voorbereiding. Zij hadden vanaf het begin al overlegd om een container te gebruiken. Er waren twee motoren. Die waren allebei gestolen. [medeverdachte 1] had een zwart skimasker op met een bouwlampje op zijn hoofd. Hij had twee vesten aan en daaronder een T-shirt, evenals een korte broek en twee lange trainingsbroeken, korte sokken, lange sokken en een regenbroek, in totaal dus drie broeken. Alle kleding was zwart. Ook droeg hij twee paar handschoenen, zwartkleurig, en tape om zijn polsen en enkels om makkelijk te werken, zodat er geen glas binnen kon komen en dat hij zijn haartjes niet kon verliezen. De voorbereiding kostte een maandje, anderhalf maandje. Buiten stond de vluchtpersoon, de rammer, te wachten voordat de politie kwam. [medeverdachte 1] heeft in de juwelierszaak het rookalarm stuk gemaakt en misschien één à twee vitrines. Hij pakte ook goederen uit de vitrines. Deze goederen deed hij in een big shopper. Deze was groot en zwart. De anderen hadden dezelfde tassen bij zich. Het vluchtplan was overstappen op de motor en dan een route rijden om op een plaats uit te komen waar zij konden overnachten. De buit zou gedeeld worden door vier. Zij zouden de buit samen verdelen. Het idee van de ramkraak was van hen allen. Zij kwamen er met zijn vieren op. [medeverdachte 1] schatte de buit vooraf op vier à vijf ton.
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat het zijn taak was om vitrinekasten te slopen. Hij had een zwart regenpak aan en twee trainingspakken daaronder, omdat hij zichzelf geen pijn wilde doen. Ook had hij zwarte handschoenen aan en was zijn gezicht bedekt met een balaclava. Hij had een sporttas bij zich om de eventuele buit in te stoppen.
Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij vitrinekasten heeft gesloopt. Als ze bij de juwelier waren, moest hij vitrines kapotmaken en goud in de tas stoppen. Dat was de bedoeling. Zij zaten met zijn vieren in het busje. Hij was samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Er was tegen hem vooraf gezegd dat er snel tonnen ‘geraapt’ zouden kunnen worden.
De rechtbank ziet zich in de eerste plaats voor de vraag gesteld of er – kort gezegd – sprake is van een voltooide diefstal, zoals primair ten laste is gelegd, ofwel dat het bij een poging is gebleven, zoals subsidiair ten laste is gelegd.
Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat er een gezamenlijk plan was om een ramkraak te plegen. Men is samen vanuit Amsterdam naar Arnhem gereden om [bedrijf] te beroven. Ter plaatse zijn verdachte en zijn medeverdachten de juwelierszaak binnengekomen nadat het rolluik was ontzet doordat er met een busje en een rolcontainer meerdere malen tegen dat rolluik was aangereden. Verdachte en zijn medeverdachten sloegen vervolgens glazen vitrines kapot, graaiden de daarin aanwezige sieraden/juwelen eruit en stopten deze in meegebrachte sporttassen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachten door de sieraden/juwelen in sporttassen te stoppen de goederen zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende, juwelierszaak [bedrijf] , onttrokken dat de wegneming van die goederen als voltooid kan worden beschouwd. Zij hebben op dat moment als heer en meester over de sieraden/juwelen kunnen beschikken. Naar de uiterlijke verschijningsvorm van genoemde handelingen was het opzet van verdachten hierop ook gericht. Derhalve was er op dat moment al sprake van een voltooide diefstal. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van medeplegen van deze diefstal. Verdachte heeft immers net als zijn medeverdachten een wezenlijk bijdrage geleverd aan de diefstal door, nadat zij zich een weg naar binnen hebben gebaand door de kapotte pui, vitrines kapot te slaan en sieraden/juwelen in een sporttas te doen. De bijdrage van verdachte is daarmee van voldoende gewicht geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.
Feit 2
Aangever [aangever 6] heeft verklaard dat hij bestuurder is van het bedrijf [bedrijf] en zodoende eigenaar is van het pand aan [adres] in Arnhem waarin de juwelier [bedrijf] is gevestigd. Op woensdag 22 oktober 2025 werd hij omstreeks 08:00 uur gebeld door zijn compagnon die op dat moment in Spanje verbleef. Van hem vernam [aangever 6] dat er eerder die nacht een ramkraak had plaatsgevonden op de genoemde juwelier en dat er drie verdachten waren aangehouden. Diezelfde dag, woensdag 22 oktober 2025, is [aangever 6] ter plaatse gegaan bij het pand en zag hij de schade waarbij de voorpui van het pand compleet vernield was.
In het door verbalisant [verbalisant 3] bekeken bestand ‘ [naam] ' zag hij op minuut 6:30 twee scooters en een voertuig het scherm inrijden. De twee scooters werden op de hoek van de kruising gezet. Er kwamen twee personen al duwend met een rolcontainer aanlopen. Deze personen zijn nader aangeduid als 'NN1' en 'NN2'. NN1 en NN2 verplaatsten samen de container naar de paaltjes. NN1 liep vervolgens weg en NN2 zette de container tussen de paaltjes. Er kwam een derde persoon aanlopen. Deze persoon is nader aangeduid als 'NN3'. NN3 maakte een handbeweging in de richting van het plantsoen. Vervolgens liepen NN2 en NN3 weg. Op minuut 7:00 kwam het eerder genoemde voertuig door het plantsoen met snelheid het beeld inrijden. Vervolgens ramde de bedrijfswagen de container. Daarna reed de bedrijfswagen achteruit en verdween uit beeld. Tegelijk liepen NN2, NN3 en een vierde persoon naar de container. Deze persoon is nader aangeduid als 'NN4'. NN4 zette de container weer recht voor het rolluik. Vervolgens maakten NN4 en NN2 in de richting van de bedrijfswagen een handbeweging en liepen zij weg. De bedrijfswagen verscheen weer in beeld en ramde de container nogmaals met snelheid. NN2, NN3 en NN4 renden naar het rolluik. Zij konden nog niet naar binnen, want ze kwamen terug. NN4 zette de container weer recht en NN2 liep naar de bestuurderskant van de bedrijfswagen. De bedrijfswagen reed weer naar achteren en ramde voor de derde keer de container. NN2, NN4 en NN3 renden naar het rolluik. Zij verdwenen op minuut 7:32 uit beeld bij het rolluik. De bedrijfswagen reed achteruit en verdween uit het beeld.
Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben een onderzoek ingesteld in/aan het pand aan [adres] in Arnhem. Zij zagen dat de pui aan de voorzijde van de juwelier naar binnen was gevallen en dat daardoor veel schade werd veroorzaakt. Zij zagen dat het plafond deels was ingestort en dat de gehele pui vernield was.
Uit de voorgaande bewijsmiddelen, in combinatie met de onder feit 1 opgenomen bewijsmiddelen, leidt de rechtbank het volgende af. NN2, NN3 en NN4 zijn allen betrokken geweest bij het verplaatsen en/of rechtzetten van de rolcontainer voor het rolluik van de juwelierszaak, dan wel bij het geven van aanwijzingen aan de chauffeur van het busje. Dezelfde personen hebben vervolgens ook het pand betreden nadat het rolluik was ontzet doordat er met het busje en de rolcontainer meerdere malen tegen dat rolluik was aangereden. Vast staat verder dat verdachte één van de personen is geweest die in de juwelierszaak is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarmee, net als zijn medeverdachten, een wezenlijk bijdrage geleverd aan het vernielen van de juwelierszaak. De bijdrage van verdachte is van voldoende gewicht geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Het onder 2 ten laste gelegde feit is dus wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat, hoewel verdachte het winkelpand van [bedrijf] heeft vernield, deze vernieling zodanig was dat daarvan gemeen gevaar voor de aangrenzende panden/woningen en de inboedel daarvan te duchten was. Van dit onderdeel zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken.
De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar betoog dat er ten aanzien van de feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop. Van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is sprake indien de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. Naar het oordeel van de rechtbank was er weliswaar sprake van één overkoepelend plan, maar de bewezenverklaarde gedragingen hangen niet zo nauw met elkaar samen dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt. Hij heeft telkens een nieuw besluit genomen en in dat verband verschillende handelingen verricht. Bovendien loopt de strekking van de desbetreffende strafbepalingen meer dan enigszins uiteen. De diefstalbepaling (feit 1) beschermt het vermogen, in het bijzonder de eigendom en het bezit van roerende zaken, terwijl artikel 170 Sr (feit 2) beschermt tegen gevaren voor (onder meer) goederen die voortvloeien uit vernieling van (onder meer) een gebouw. Er is dan ook sprake van meerdaadse samenloop.
Feit 3 en 4
Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat hij eigenaar is van het motorvoertuig Vespa Piaggio met kenteken [kenteken] . Via Marktplaats bood hij dit voertuig te koop aan. Op 17 oktober 2025, om 00:02 uur, kreeg hij een bericht van ‘ [naam] ’. Deze vroeg of hij kon langskomen om te kijken naar de motor. Omstreeks 17:45 uur kwam er een jonge jongen aan de deur. Hij zei dat hij twintig jaar was geworden. Hij was licht getint, had een Marokkaans uiterlijk, korte zwarte krullen en droeg een bril, een grijze trui en een zwarte broek. Ook had hij een schoudertasje van het merk Louis Vuitton. De jongen vroeg of de motor nog goed was en waarom [aangever 2] hem weg deed. Hij kwam oprecht geïnteresseerd over. [aangever 2] legde hem een beetje uit hoe de motor werkte. De jongen overhandigde zijn schoudertas en zei dat hij zo terug was. Na tien minuten voelde [aangever 2] al nattigheid en na een half uur belde hij de politie. De jongen is niet meer teruggekomen.
Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat hij mede-eigenaar is van een bedrijfsauto van het merk Volkswagen, type Caddy, wit van kleur en voorzien van kenteken [kenteken] . De auto staat in het kentekenregister op naam van zijn partner, mevrouw [aangever 4] . [aangever 3] bood het voertuig te koop aan via Marktplaats. Op de advertentie werd gereageerd door [naam] . Op 21 oktober 2025 spraken zij af dat [naam] een proefrit mocht maken. Op 21 oktober 2025 om 22:15 uur kwam er een persoon opdagen die aangaf [naam] te zijn. [aangever 3] schatte zijn leeftijd tussen de achttien en twintig jaar. De man was tussen 1.75 meter en 1.80 meter lang, had een slanke lichaamsbouw en een Marokkaans uiterlijk. Zij spraken af dat de man een blokje om ging met de auto en de auto daarna in goede orde terugbracht. Omstreeks 22:20 uur was de man nog steeds niet terug met het voertuig. Toen [aangever 3] hem belde op het opgegeven telefoonnummer kreeg hij geen gehoor. Hij belde dit nummer later meermaals zonder resultaat, terwijl contact via dit nummer voorafgaand aan de proefrit wel mogelijk was. Op woensdag 22 oktober 2025 om 09:50 uur was het voertuig nog niet teruggebracht.
De scooter met kenteken [kenteken] is bij aanhouding van verdachten door de politie aangetroffen met draaiende motor op - kort gezegd - de stoep naast [bedrijf] .
Ter plekke zag de politie ook een witte Volkswagen Caddy met flinke schade aan de voorzijde en in de laadruimte werden twee kentekenplaten met kenteken [kenteken] aangetroffen.
Uit de bovenstaande bewijsmiddelen, in combinatie met de verklaringen van verdachte [verdachte] en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zoals hiervoor onder feit 1 opgenomen, leidt de rechtbank af dat verdachte samen met drie anderen de gepleegde ramkraak bij [bedrijf] ruim van tevoren heeft gepland en in dat verband ook allerlei voorbereidingen heeft getroffen. Onderdeel van die voorbereidingen was onder meer het stelen van twee vluchtscooters en een busje door een van hen in de dagen voorafgaand aan de ramkraak. Op de avond van de ramkraak zijn in ieder geval verdachte [verdachte] , medeverdachte [medeverdachte 1] en twee anderen met het gestolen busje met daarin de gestolen scooters vanuit Amsterdam naar Arnhem gereden om de ramkraak te plegen.
Daarmee zijn de onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde diefstallen wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank deze feiten tezamen en in vereniging met anderen gepleegd. Er was sprake van één gezamenlijk plan om een ramkraak te plegen waarbij gebruik zou worden gemaakt van gestolen voertuigen om dit plan uit te voeren (het busje waarmee is geramd) en/of de vlucht de verzekeren (de motorscooters). Verdachte heeft als onderdeel van dat plan een wezenlijke bijdrage geleverd aan de ramkraak, zoals hiervoor al overwogen onder de feiten 1 en 2. Hij zou als één van de vier betrokken daders bovendien delen in de buit van de ramkraak (‘tonnen rapen’). Tenminste één van de verdachten heeft voornoemde voertuigen ook daadwerkelijk gestolen, terwijl verdachte op de avond van de ramkraak in het gestolen busje en met medebrenging van de gestolen scooters vanuit Amsterdam naar Arnhem is gereden. Door mede uitvoering te geven aan en te delen in de verwachte buit van het overkoepelende plan (de ramkraak), heeft verdachte daarmee ook een bijdrage van voldoende gewicht geleverd aan de onder dit plan vallende diefstallen van de scooter en het busje. Daarom is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders en (dus) van medeplegen.
Feit 5
Dit feit ziet op de diefstal dan wel de heling van een of meer kentekenplaten die op het gestolen busje waarmee de ramkraak is gepleegd waren gemonteerd. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier echter geen aanknopingspunten van enige betrokkenheid van verdachte hierbij. Verder blijkt niet uit het dossier dat het stelen van kentekenplaten deel uitmaakte van het plan om een ramkraak te plegen en ook is onduidelijk wie en op welk moment dat dan heeft gedaan. Bovendien kan uit het dossier niet worden afgeleid dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde kentekenplaten voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van dat voorhanden krijgen wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze kentekenplaten van diefstal afkomstig waren. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 5 primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.