ECLI:NL:RBGEL:2026:5082
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- 05/282045-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Ramkraak juwelier. Diefstal van sieraden en juwelen, diefstal van busje en twee vluchtscooters en een gebouw opzettelijk vernielen. Gevangenisstraf 14 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek en bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden en/of juwelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om sieraden, juwelen en/of geld en/of goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),
- zich met regenkleding, handschoenen, balaclava's, tassen, mokers en/of sloophamers vanuit
Amsterdam naar het winkelpand van [bedrijf] begeven,
- een rolcontainer voor het rolluik en/of de ingang van voornoemd winkelpand geplaatst,
- meermalen, althans eenmaal, met een bestelbus tegen voornoemde rolcontainer aangereden,
- zich toegang tot voornoemd winkelpand verschaft,
- ( een deel van) het beveiligingssysteem van voornoemd winkelpand uitgeschakeld,
- meerdere vitrines, met daarin sieraden en/of juwelen, kapotgeslagen en/of
- sieraden en/of juwelen in tassen gestopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 22 oktober 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een gebouw, te weten een winkelpand van [bedrijf] , aan [adres] , heeft vernield en/of beschadigd, door
- een rolcontainer voor de rolluiken en/of ingang behorend bij voornoemd winkelpand te plaatsen en/of
- vervolgens meermalen, althans eenmaal, met een bestelbus tegen voornoemde rolcontainer te
rijden, waardoor de rolluiken en/of ingang werden ontzet,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gebouw en de in dat gebouw aanwezige inboedel en/of de aangrenzende panden/woningen en de inboedel daarvan, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
3
hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorscooter (Vespa Piaggio met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Hilversum en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorscooter (Vespa Piaggio met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
4
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Utrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] en/of [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Utrecht en/of
Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bedrijfsauto (Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
5
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Amsterdam,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
één of meerdere kentekenplaten (met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2025 tot en met 22 oktober 2025 te Amsterdam en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere kentekenplaten (met kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten. Voor het onder 5 primair ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie tot vrijspraak gerekwireerd.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zij het dat volgens hem ten aanzien van feit 2 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen het onderdeel ‘terwijl daarvan gemeen gevaar voor de aangrenzende panden/woningen en de inboedel daarvan te duchten was’. Ook is de raadsman van mening dat ten aanzien van deze feiten sprake is van eendaadse samenloop.
De raadsman heeft verder bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de feiten 3, 4 en 5.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 85-87;
- het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, p. 268;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 juni 2026.
Op grond van deze bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Overeenkomstig het standpunt van de raadsman acht de rechtbank ten aanzien van feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen dat, hoewel verdachte het winkelpand van [bedrijf] heeft vernield, deze vernieling zodanig was dat gemeen gevaar voor de aangrenzende panden/woningen en de inboedel daarvan te duchten was. Van dit onderdeel zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken.
De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog dat er sprake is van eendaadse samenloop. Van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is sprake indien de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt.
Naar het oordeel van de rechtbank was er weliswaar sprake van één overkoepelend plan, maar de bewezenverklaarde gedragingen hangen niet zo nauw met elkaar samen dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt. Hij heeft telkens een nieuw besluit genomen en in dat verband verschillende handelingen verricht. Bovendien loopt de strekking van de desbetreffende strafbepalingen meer dan enigszins uiteen. De diefstalbepaling (feit 1) beschermt het vermogen, in het bijzonder de eigendom en het bezit van roerende zaken, terwijl artikel 170 Sr (feit 2) beschermt tegen gevaren voor (onder meer) goederen die voortvloeien uit vernieling van (onder meer) een gebouw. Er is dan ook sprake van meerdaadse samenloop.
Feit 3 en 4
Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat hij eigenaar is van het motorvoertuig Vespa Piaggio met kenteken [kenteken] . Via Marktplaats bood hij dit voertuig te koop aan. Op 17 oktober 2025, om 00:02 uur, kreeg hij een bericht van ‘ [naam 1] ’. Deze vroeg of hij kon langskomen om te kijken naar de motor. Omstreeks 17:45 uur kwam er een jonge jongen aan de deur. Hij zei dat hij twintig jaar was geworden. Hij was licht getint, had een Marokkaans uiterlijk, korte zwarte krullen en droeg een bril, een grijze trui en een zwarte broek. Ook had hij een schoudertasje van het merk Louis Vuitton. De jongen vroeg of de motor nog goed was en waarom [aangever 2] hem weg deed. Hij kwam oprecht geïnteresseerd over. [aangever 2] legde hem een beetje uit hoe de motor werkte. De jongen overhandigde zijn schoudertas en zei dat hij zo terug was. Na tien minuten voelde [aangever 2] al nattigheid en na een half uur belde hij de politie. De jongen is niet meer teruggekomen.
Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat hij mede-eigenaar is van een bedrijfsauto van het merk Volkswagen, type Caddy, wit van kleur en voorzien van kenteken [kenteken] . De auto staat in het kentekenregister op naam van zijn partner, mevrouw [aangever 4] . [aangever 3] bood het voertuig te koop aan via Marktplaats. Op de advertentie werd gereageerd door ‘ [naam 2] ’. Op 21 oktober 2025 spraken zij af dat ‘ [naam 2] ’ een proefrit mocht maken. Op 21 oktober 2025 om 22:15 uur kwam er een persoon opdagen die aangaf ‘ [naam 2] ’ te zijn. [aangever 3] schatte zijn leeftijd tussen de achttien en twintig jaar. De man was tussen 1.75 meter en 1.80 meter lang, had een slanke lichaamsbouw en een Marokkaans uiterlijk. Zij spraken af dat de man een blokje om ging met de auto en de auto daarna in goede orde terugbracht. Omstreeks 22:20 uur was de man nog steeds niet terug met het voertuig. Toen [aangever 3] hem belde op het opgegeven telefoonnummer kreeg hij geen gehoor. Hij belde dit nummer later meermaals zonder resultaat, terwijl contact via dit nummer voorafgaand aan de proefrit wel mogelijk was. Op woensdag 22 oktober 2025 om 09:50 uur was het voertuig nog niet teruggebracht.
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij geld nodig had. Hij zag ramkraakfilmpjes en zo kwamen zij op het idee om op een makkelijke manier aan geld te komen. Zij zijn vanuit Amsterdam met het (ram)busje naar Arnhem gekomen. Zij waren met zijn vieren. Er zaten er drie voorin het busje en één achterin. In de laadruimte van het busje stond een motor en lag een lange moker. Het busje was door één van hen gestolen in Utrecht. Dat was op 21 oktober 2025. Ook de motor was door één van hen gestolen. Zij kwamen bij deze juwelierszaak in Arnhem uit door te zoeken naar juweliers en dan te gaan kijken. Dat was een tijdje geleden. Het was zo gepland. Alles was gepland. Zij hebben het politiebureau gecheckt, de route hoe zij weg moesten rijden en de plek waar zij de motors moesten uitladen. De anderen hadden kleine mokers bij zich. Zij hebben een metalen vuilniscontainer gebruikt die een straat ernaast stond. Ook dit hoorde bij de voorbereiding. Zij hadden vanaf het begin al overlegd om een container te gebruiken. Er waren twee motoren. Die waren allebei gestolen. [medeverdachte 1] had een zwart skimasker op met een bouwlampje op zijn hoofd. Hij had twee vesten aan en daaronder een T-shirt, evenals een korte broek en twee lange trainingsbroeken, korte sokken, lange sokken en een regenbroek, in totaal dus drie broeken. Alle kleding was zwart. Ook droeg hij twee paar handschoenen, zwartkleurig, en tape om zijn polsen en enkels om makkelijk te werken, zodat er geen glas binnen kon komen en dat hij zijn haartjes niet kon verliezen. De voorbereiding kostte een maandje, anderhalf maandje. Buiten stond de vluchtpersoon, de rammer, te wachten voordat de politie kwam. [medeverdachte 1] heeft in de juwelierszaak het rookalarm stuk gemaakt en misschien één à twee vitrines. Hij pakte ook goederen uit de vitrines. Deze goederen deed hij in een big shopper. Deze was groot en zwart. De anderen hadden dezelfde tassen bij zich. Het vluchtplan was overstappen op de motor en dan een route rijden om op een plaats uit te komen waar zij konden overnachten. De buit zou gedeeld worden door vier. Zij zouden de buit samen verdelen. Het idee van de ramkraak was van hen allen. Zij kwamen er met zijn vieren op. [medeverdachte 1] schatte de buit vooraf op vier à vijf ton.
Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met de bus naar Arnhem kwam en dat zij met zijn vieren in de bus zaten. Hij zat voorin. Zij zaten met zijn drieën voorin, eentje zat achterin. Beide scooters stonden in de bus. De zwarte Vespa scooter zette hij in de bus toen ze in Amsterdam vertrokken. In Arnhem hielp hij mee met het uitladen van de scooters. Bij de juwelier is hij naar binnen gegaan, heeft hij kasten geopend en juwelen gepakt. Hij had een regenpak aan en een tas bij zich. Hij kende medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
De scooter met kenteken [kenteken] is bij aanhouding van verdachten door de politie aangetroffen met draaiende motor op - kort gezegd - de stoep naast [bedrijf] .
Ter plekke zag de politie ook een witte Volkswagen Caddy met flinke schade aan de voorzijde en in de laadruimte werden twee kentekenplaten met kenteken [kenteken] aangetroffen.
Uit de bovenstaande bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte samen met drie anderen de gepleegde ramkraak bij [bedrijf] ruim van tevoren heeft gepland en in dat verband ook allerlei voorbereidingen heeft getroffen. Onderdeel van die voorbereidingen was onder meer het stelen van twee vluchtscooters en een busje door één van hen in de dagen voorafgaand aan de ramkraak. Op de avond van de ramkraak zijn verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en twee anderen met het gestolen busje met daarin ook de gestolen scooters vanuit Amsterdam naar Arnhem gereden om de ramkraak te plegen.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn daarmee de onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde diefstallen wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft deze feiten tezamen en in vereniging met anderen gepleegd. De vier betrokken personen hebben een wezenlijke bijdrage daaraan geleverd. Er was namelijk sprake van een gezamenlijk plan van onder meer verdachte om een ramkraak te plegen waarbij gebruik zou worden gemaakt van gestolen voertuigen. Eén van de verdachten heeft die voertuigen ook daadwerkelijk gestolen, terwijl verdachte op de avond van de ramkraak in het gestolen busje en met medebrenging van een gestolen scooter die hijzelf had ingeladen vanuit Amsterdam naar Arnhem is gereden. De bijdrage van verdachte is daarmee van voldoende gewicht geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.
Feit 5
Dit feit ziet op de diefstal dan wel de heling van een of meer kentekenplaten die op het gestolen busje waarmee de ramkraak is gepleegd waren gemonteerd. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier echter geen aanknopingspunten van enige betrokkenheid van verdachte hierbij. Verder blijkt niet uit het dossier dat het stelen van kentekenplaten deel uitmaakte van het plan om een ramkraak te plegen en ook is onduidelijk wie en op welk moment dat dan heeft gedaan. Bovendien kan uit het dossier niet worden afgeleid dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde kentekenplaten voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van dat voorhanden krijgen wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze kentekenplaten van diefstal afkomstig waren. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 5 primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.