ECLI:NL:RBGEL:2026:1775
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 26 februari 2026
- Zaaknummer
- 05/166671-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Strafrecht; Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte voor het treffen van voorbereidingshandelingen om synthetische drugs te produceren. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank legt ook de maatregel kostenverhaal op voor een bedrag van €5.816,49 voor de kosten van het opruimen van het drugslab.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 mei 2023 te Zevenaar althans in Nederland,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van (meth)amfetamine en/of amfetamine en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
- zich en/of een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit heeft verschaft, en
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat zij bestemd
waren tot het plegen van dat feit, door:
- een pand aan de [adres 2] te Zevenaar te huren, (als opslagruimte voor chemicaliën,
grondstoffen, (laboratorium)benodigdheden) te gebruiken en/of beschikbaar te stellen, en
- een grote hoeveelheid chemicaliën, grondstoffen, (laboratorium)benodigdheden voorhanden te
hebben, waaronder:
- (475 liter) Benzylmethylketon en/of
- een (grote) hoeveelheid PMK-glycidezuur en/of
- een of meerdere stalen flenzen en/of platen en/of
- een destillatiebuis en/of
- een of meerdere ademmasker(s) en/of
- een gasbrander.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 19 mei 2023 zijn er meerdere jerrycans in vuilniszakken aangetroffen in een bedrijfspand aan de [adres 2] te Zevenaar. Daarnaast werd daar aangetroffen: ruim 2,5 kg PMK-glycidezuur, stalen flenzen en platen, een destillatiebuis, meerdere ademmaskers en een gasbrander. De ethylester van 'PMK-glycidezuur' wordt gebruikt voor het vervaardigen
van PMK (piperonylmethylketon), een grondstof voor MDMA. Het bedrijfspand werd gehuurd door verdachte.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Er is geen onderzoek gedaan naar het vermeend barricaderen van de tussendeur. De getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] sluiten niet op elkaar aan. Uit de telefoon van verdachte is niets gebleken dat hem kan linken aan het ten laste gelegde. Verder is er onvoldoende onderzoek gedaan naar verdachte, hetgeen zijn onschuld had kunnen onderbouwen. Het DNA-materiaal van verdachte op de vuilniszak, dat wellicht alleen op de buitenkant heeft gezeten, kan er eveneens op een andere wijze, bijvoorbeeld door overdracht, op zijn gekomen. De camera-beelden zeggen op zichzelf ook weinig omdat niet al het beeldmateriaal beschikbaar is alsmede er een andere toegangsdeur is voor de loods dan de deur waarop de camera’s zijn gericht.
Subsidiair heeft de raadsvrouw het standpunt ingenomen dat slechts vijf van de witte jerrycans onderzocht zijn. De in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid van 475 liter kan daardoor niet wettig en overtuigend worden bewezen, nu maar kan worden vastgesteld dat er sprake was van 125 liter van de grondstof BMK. De andere jerrycans zijn immers niet onderzocht, waardoor niet kan worden vastgesteld dat deze jerrycans ook de grondstof BMK hebben bevat.
Beoordeling door de rechtbank
De aangetroffen jerrycans zijn alle positief indicatief getest op de aanwezigheid van BMK. In het bedrijfspand zijn 12 witte jerrycans van 25 liter aangetroffen, waarvan drie monsters zijn getest. Er werd één jerrycan van 20 liter aangetroffen die half vol zat. Verder waren er nog 7 jerrycans van 20 liter waarvan twee monsters zijn genomen. In deze monsters is de stof BMK (benzylmethylketon) aangetoond. BMK is een grondstof voor amfetamine en metamfetamine. Het politieonderdeel LFO (Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen) concludeert dat met de aangetroffen 475 liter BMK tussen de 427,5 en 475 liter amfetamineolie kan worden geproduceerd en tussen de 855 en 1.140 kilogram onversneden amfetaminepasta kan worden geproduceerd.
Van één van de vuilniszakken (AAPP2770NL) werd een bemonstering genomen. Uit deze bemonstering (AAQV7208NL#01) is een DNA-mengprofiel van minimaal 3 donoren verkregen. Uit dit DNA-mengprofiel kon een DNA-profiel worden onderscheiden, waaruit een DNA-profiel van 2 personen kon worden afgeleid. Het DNA-profiel van verdachte komt hiermee overeen. Het DNA-profiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte donor is dan wanneer dit niet zo is .
Getuige [getuige 1] heeft op 20 mei 2023 verklaard dat verdachte € 200,00 per maand contant voor de huur van het bedrijfspand betaalde. Het was verdachte die graag contant wilde betalen. Verdachte had twee sleutels en getuige zelf had ook een sleutel. Getuige [getuige 1] kon vanuit zijn ruimte naar de ruimte van verdachte door een deur, maar die was sinds een paar maanden geblokkeerd omdat er iets voor stond. Een week voor het verhoor was getuige [getuige 1] nog aanwezig in de ruimte van verdachte, maar toen zag hij niets bijzonders. Getuige [getuige 1] had een dag voor het verhoor met verdachte gesproken over het aantreffen van de jerrycans. Verdachte heeft tegen getuige [getuige 1] gezegd dat er diesel in de jerrycans zat.
De politie heeft camerabeelden van de ingang van het bedrijfspand (loods) bekeken van de periode van 11 mei 2023 tot en met 19 mei 2023. Uit de camerabeelden bleek dat de verklaring van getuige [getuige 1] overeenkwam met de bevindingen op de camerabeelden. Daarnaast werden verdachte en zijn vader op de beelden herkend door de verbalisant. Er werden op meerdere data en tijdstippen goederen vanuit de achterbank en kofferbak van een auto in de loods gebracht. Op 14 mei 2023 om 10:35 uur kwam de Mercedes voorzien van kenteken [kenteken] aan bij de loods waar twee mannen meerdere tassen vanuit de loods in de auto verplaatsten. Later die dag om 22:41 uur arriveerde een personenauto, gelijkend op de Mercedes ([kenteken]) bij de loods waar een bestuurder uitstapte en goederen uit de kofferbak de loods naar binnen bracht. Daarna bleef deze man in de loods tot hij om 23:08 uur vertrok. Op 17 mei 2023 werd er om 00:54 uur activiteit vastgelegd voor de [adres 2]. Op 18 mei 2023 om 01:10 uur kwam een witte bestelauto, die twee dagen eerder ook bij de loods was, aan bij de loods en reed achteruit. Op 17 mei 2023 om 08:08 uur kwam de Mercedes ([kenteken]) aan bij het pand aan de [adres 2]. Er is beschreven dat er twee personen in het voertuig zaten waarvan de bijrijder de deur van de loods aan de [adres 2] opende. Vervolgens werd de achterklep geopend en vond er activiteit plaats in de ruimte links naast de deur. Gedurende de periode van de camerabeelden zag de verbalisant, geen andere personen de loods binnen gaan dan verdachte en zijn vader. Tevens werd gezien dat deze personen zich middels een handeling bij het slot, met sleutel, de toegang naar de loods verschaften en de loods bij het weggaan middels het slot sloten.
Uit de huurovereenkomst van de Mercedes ([kenteken]) bleek dat deze auto gehuurd werd voor een bedrag van € 500,00 per week door verdachte.
Verdachte heeft verklaard dat de ademmaskers en de destillatiebuis van hem zijn. Verder heeft hij verklaard dat hij met getuige [getuige 1] heeft gesproken op 19 mei 2023 en dat hij is weggegaan bij het bedrijfspand omdat de politie eraan kwam. Verdachte had destijds geen inkomsten en leefde van geld van zijn broer en van zijn moeder.
De rechtbank overweegt naar aanleiding van de bewijsmiddelen het verhandelde ter terechtzitting het volgende.
Er zijn 20 jerrycans gewikkeld in een vuilniszak aangetroffen in het door verdachte gehuurde deel van een bedrijfspand. Ondanks hetgeen de verdediging heeft aangevoerd stelt de rechtbank vast dat alle 20 jerrycans de stof BMK hebben bevat. De politie heeft immers alle jerrycans indicatief positief getest op BMK, waarna willekeurig een aantal monsters zijn genomen. Bij deze monsters is door het NFI vastgesteld dat deze de stof BMK bevatten. De rechtbank merkt op dat het LFO uitgaat van een andere hoeveelheid liters BMK dan de hoeveelheid waarop de rechtbank op basis van het dossier uitkomt. Uit het rapport van het NFI blijkt immers een hoeveelheid van totaal 12 jerrycans met 25 liter en 7 jerrycans met 20 liter BMK. Dit is een totaal van 440 liter aangetroffen BMK. Er is ook nog een blauwe jerrycan aangetroffen die half gevuld was, maar daarvan kan niet worden vastgesteld welke hoeveelheid BMK zich in deze jerrycan bevond.
De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de jerrycans met BMK en de gripzakjes met PMK-glycidezuur in zijn loods. Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank het volgende. Voor de rechtbank is, naar aanleiding van het DNA-onderzoek van het NFI en op basis van de overige informatie in het dossier, komen vast te staan dat een gedeelte van het DNA dat is aangetroffen in de bemonstering van één van de vuilniszakken waarin de jerrycans waren gewikkeld, van verdachte afkomstig is. Dit betreft niet een geringe hoeveelheid zoals de raadsvrouw heeft aangevoerd, immers is dit slechts een relatief geringe hoeveelheid DNA ten opzichte van de hoeveelheid DNA van onbekende man A die er is aangetroffen. De bemonstering met daarin DNA van verdachte bevond zich bovendien niet willekeurig op een vuilniszak, maar op een vuilniszak waarin de jerrycans bevattende BMK zat gewikkeld. Verder is eveneens uit de camerabeelden gebleken dat een persoon, die herkend wordt als verdachte, in een auto gelijkend op de auto waarin verdachte reed meerdere malen in de nacht bij de loods wordt gezien. Ook worden er door die persoon meerdere malen goederen in en uit de loods gebracht. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat iedereen in de loods naar binnen kon omdat de deur niet op slot was, maar op de camerabeelden is vastgelegd dat het slot van de deur dicht wordt gedaan bij het verlaten van de loods. Het is eveneens onwaarschijnlijk dat een andere persoon, bijvoorbeeld getuige [getuige 1], die ook in het bezit was van een sleutel van de loods, de jerrycans daar heeft neergezet om vervolgens een melding te doen bij de politie. Hiermee zou hij zijn eigen (waardevolle) handel in gevaar brengen terwijl er geen aanwijzingen waren dat de politie de aanwezigheid van BMK in de desbetreffende loods op het spoor was. Het is daarnaast opmerkelijk dat verdachte, nadat getuige [getuige 1] hem verteld heeft dat de politie eraan komt, wegrijdt. Ook heeft verdachte voordat hij wegging aan getuige [getuige 1] verteld dat er diesel in de jerrycans zat. Indien de verdachte daadwerkelijk dacht of vermoedde dat er in de jerrycans diesel zat, dan had hij immers geen reden om weg te rijden wegens de komst van de politieagenten. Tot slot had verdachte destijds geen inkomsten, maar had hij wel een huurovereenkomst op zijn naam staan van een auto met een huurprijs van € 500,- per week en betaalde hij de huur van € 200,- van de loods met contant geld.
Gelet op hiervoor genoemde omstandigheden en de hoeveelheid aangetroffen BMK en PMK-glycidezuur en de overige goederen, kan het niet anders dan dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van deze goederen in zijn loods. Verder volgt uit alle goederen en vloeistoffen tezamen, in combinatie met de verklaring van verdachte tegen getuige [getuige 1] dat de jerrycans slechts diesel bevatten, dat verdachte kennis had dat deze combinatie van goederen en vloeistoffen geen ander doel hadden dan en enkel konden dienen voor de productie van (synthetische) drugs. Het bedrijfspand (de loods) is hierbij gebruikt en ter beschikking gesteld als opslagruimte voor deze chemicaliën en goederen.
Alles overwegend acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.