ECLI:NL:RBGEL:2025:12062
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 2 juni 2025
- Zaaknummer
- 05-407527-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het meermaals mishandelen van zijn levensgezel tot een gevangenisstraf van 30 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 15 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 oktober 2024 tot en met 26 december 2024 in de gemeente Leeuwarden, althans in Nederland en/of te Zweden zijn levensgezel/vriendin, [aangever] , (telkens) heeft mishandeld door:- meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen het lichaam van die [aangever] te duwen (waardoor die [aangever] (over een bankje heen) ten val is gekomen) en/of- meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of de ribben, althans het lichaam van die [aangever] te slaan/stompen en/of
- meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) die [aangever] op de bank te duwen en/of (vervolgens) (met kracht) bij/ter hoogte van de borst van die [aangever] te grijpen en/of te duwen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat de relatie van verdachte en aangeefster niet een zodanige nauwe en persoonlijke betrekking was dat zij kunnen worden gezien als elkaars levensgezel. Van dit onderdeel van de tenlastelegging moet verdachte worden vrijgesproken.
Beoordeling door de militaire kamer
De betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster
Aangeefster heeft zeer gedetailleerde en genuanceerde verklaringen afgelegd. Zo maakt zij in haar tweede verklaring duidelijk dat verdachte tijdens het incident op 26 december 2024 niet haar keel heeft dichtgeknepen, maar haar iets lager dan bij haar keel pakte, dus net iets hoger op haar borst. Ook maakt zij duidelijk dat zij alleen aangifte wil doen van het incident op 26 december 2024. De overige incidenten waren vooral bedoeld als context. Tot slot heeft zij aangegeven dat ze helemaal niet wil dat verdachte een straf wordt opgelegd, maar dat hij de hulp krijgt die hij nodig heeft. Daarom twijfelde zij of zij überhaupt wel aangifte had moeten doen.
De militaire kamer leidt uit haar houding af dat zij geen wrok koestert richting verdachte, waardoor een aangever een verklaring mogelijk zou kunnen aandikken. Zij komt zelfs terug op één van de handelingen waarover zij heeft verklaard, omdat hierover kennelijk onduidelijkheid bestond. Nadat zij duidelijker heeft uitgelegd wat zij bedoelde, blijkt dat deze handeling juist minder ver strekte dan zij in eerste instantie heeft verklaard. Zij geeft ook aan als zij bepaalde dingen niet (goed) meer weet. Dit draagt naar het oordeel van de militaire kamer bij aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen.
Verdachte heeft bovendien verklaard dat hij op de tenlastegelegde momenten vaak zodanig onder invloed was van alcohol dat hij zelf zich niet meer (precies) kan herinneren wat er is gebeurd. Zijn verklaring bij de rechter-commissaris sluit op hoofdlijnen echter naadloos aan bij de verklaringen van aangeefster. Bovendien heeft verdachte duidelijk gemaakt dat hij zich niet voor kan stellen dat aangeefster een leugenachtige verklaring zou afleggen en dat hij wel degene moet zijn geweest die het letsel heeft veroorzaakt, omdat hij telkens de enige andere aanwezige was.
Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt, voor zover zij hierover later niet anders heeft verklaard.
De bewijsmiddelen
Aangeefster [aangever] , woonachtig in Leeuwarden, heeft verklaard dat zij sinds september 2023 een relatie heeft met verdachte. In haar aangifte verklaart zij over drie verschillende momenten waarop verdachte geweld tegen haar heeft gebruikt.
In de herfstvakantie waren zij bij een kennis in Zweden. Op 26 oktober 2024 duwde verdachte aangeefster, waardoor ze over het voetenbankje naast het bed struikelde, viel en haar knie verdraaide. Hierdoor had ze last van haar knie. Er was geen zichtbaar letsel, maar haar knie was een paar dagen beurs en wat stijf. Zij kon daardoor ook moeilijk lopen.
Op 13 november 2024 waren aangeefster en verdachte thuis nadat zij weg waren geweest en verdachte extreem veel had gedronken. Hij heeft haar heel hard geslagen met zijn rechterhand. Zij weet niet meer of dit met een gebalde vuist of platte hand was. Verdachte raakte haar heel hard op de linkerkant van haar hoofd. Ze voelde een brandende pijn boven haar linkeroor en aan de linkerkant van haar hoofd. Direct daarop heeft hij haar ook op haar ribben geraakt. Hierdoor voelde zij pijn aan de linkerkant van haar ribben. Aangeefster had hierdoor een dik oor, een blauwe plek achter haar oor en gevoelige ribben. Verder vermoedde zij dat haar bil blauw was geworden tijdens het afweren of beschermen.
[zoon] , het zoontje van verdachte, was op eerste kerstdag bij hen geweest. Gisteravond (de militaire kamer begrijpt: 26 december 2024) kwamen aangeefster en verdachte in de avond thuis nadat zij naar een café waren geweest. Verdachte duwde aangeefster achterover op de bank en pakte haar iets lager dan haar keel. Hij greep haar niet bij de keel, maar pakte haar net iets hoger op haar borst. Hij duwde haar op haar borst naar achteren en sloeg haar gelijk met zijn rechtervuist op de linkerkant van haar kaak. De kracht waarmee hij haar sloeg, was heel heftig. Toen de politie ter plaatse kwam, zeiden ze dat aangeefster bloed bij haar lip had.
Verder heeft zij over de aard van hun relatie verklaard dat zij verdachte hielp met zijn financiële situatie, waarbij zij zorgde voor inzicht, wat vaker de boodschappen deed en wel eens iets voor schoot. Verder heeft zij verklaard dat zij goed contact heeft met zijn moeder. Sinds de zomer (de militaire kamer begrijpt: van het jaar 2024), toen verdachte volgens aangeefster weer was omgevallen, heeft zij veel contact met zijn moeder gehad, omdat ze hulp moesten zoeken, maar aangeefster dit niet alleen kon. Aangeefster wil dat die hulp er komt, zodat ze hun leven weer kunnen oppakken.
Aangeefster heeft de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) per e-mail foto’s gestuurd van haar letsel na het incident van 13 november 2024 en screenshots van een WhatsApp-gesprek met [zus] , de zus van verdachte. In dat WhatsApp-gesprek staat onder andere het volgende:
[zus] : ‘Ik app om te vragen hoe het met jou gaat? Ik begreep dat hij fysiek is geweest’ (…)
Aangeefster: ‘Lieve [zus] , ik heb een gekneusde rib en blauwe plekken op mijn hoofd. Ik ben weg gegaan, hij wilde mijn huis niet uit en ik moest de politie maar bellen. Dat wil ik niet want hij heeft voorwaardelijk en ik wil niet dat hij daar last van krijgt. Ik geef nog heel veel om hem, maar hij is te ver gegaan.’
Verder heeft aangeefster verdachte op 19 november 2024 een e-mailbericht gestuurd, waarin ze onder ander het volgende aangaf:
‘Woest ben ik, je wist dat ik me lang onveilig voelde in mijn huis vanwege mijn ex. Ik ga je nu bekennen dat je me veel erger hebt toegetakeld dan hij heeft gedaan. Ik moet mijn haar los dragen, ik heb blauwe plekken op mijn oor en hoofd. Niet alleen bulten en hoofdpijn. Ik kan niet slapen want de ribben aan mijn linkerkant zijn beurs en gekneusd. Je weet dat ik op mijn linkerzij slaap, dus tig keer wakker. Blauwe plekken op arm en been, bil zijn hanteerbaar.’
Tijdens zijn tweede verhoor op 28 december 2024 heeft de KMar verdachte foto’s laten zien van aangeefster, waarop te zien is dat zij letsel bij haar mond en linkerwang heeft. Hij reageerde hierop door te zeggen: ‘(…) wie moet het anders zijn. Dat doet ze niet bij zichzelf.’
Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij aangeefster in Zweden een duw heeft gegeven. Dat was uit frustratie. Hij heeft gezien dat ze daarna moeilijk kon lopen. Tijdens een ander incident heeft hij haar één keer in de zij en één keer in het gezicht heeft geslagen. Verdachte kan zich twee incidenten voor de geest halen. Hij erkent dat het mogelijk is dat hij haar vaker dan twee keer heeft geslagen, maar dat hij dit niet meer weet.
Verdachte heeft verder verklaard dat, hoewel hij pas recent zijn woning had verkocht, hij eigenlijk al bij aangeefster woonde. Ze woonden sinds ongeveer een jaar samen op haar adres. Zijn zoontje is om het weekend bij hen.
De beoordeling door de militaire kamer
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de militaire kamer vast dat verdachte op 26 oktober 2024 aangeefster eenmaal heeft geduwd, waardoor ze over een bankje heen ten val is gekomen. Op 13 november 2024 heeft verdachte haar heel hard tegen de linkerkant van haar hoofd geslagen en haar vervolgens tegen haar ribben geslagen. Op 26 december 2024 heeft hij aangeefster twee keer geduwd, waarvan één keer ter hoogte van haar borst, en gaf hij haar met kracht een vuistslag tegen haar linkerkaak.
Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij zich dit laatste incident niet kan herinneren, heeft hij ook gezegd dat hij het wel moet zijn geweest, omdat er verder niemand anders in huis was en aangeefster hierover niet zou liegen. Hieraan verbindt de militaire kamer de conclusie dat verdachte degene is geweest die dit letsel heeft veroorzaakt.
De militaire kamer is van oordeel dat verdachte tijdens de incidenten op 13 november 2024 en 26 december 2024 vol opzet had op het mishandelen van aangeefster. Ten aanzien van het incident op 26 oktober 2024 overweegt de militaire kamer dat het een feit van algemene bekendheid is dat uit frustratie iemand duwen in een kamer met meerdere meubels tot gevolg kan hebben dat iemand over één van die meubels ten val kan komen, waardoor pijn of letsel kan ontstaan. Door aangeefster toch te duwen, heeft hij de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij pijn aan haar knie zou krijgen door haar knie te verdraaien.
De militaire kamer acht daarmee bewezen dat verdachte aangeefster meermaals heeft mishandeld.
Het bestanddeel ‘levensgezel’
Met het begrip ‘levensgezel’ wordt aangesloten bij de algemene aanwijzingen voor de regelgeving (AR 72a), waarin dit begrip is aangewezen voor twee meerderjarigen die, anders dan als elkaars echtgenoot, met elkaar een nauwe persoonlijke betrekking onderhouden. Bij de beoordeling of sprake is van een ‘levensgezel’ zijn de volgende aspecten van belang:
of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding,
de duur van de gemeenschappelijke huishouding,
of er een relatie van affectieve aard is, en met name
of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid.
Doorslaggevend is in het begrip ‘levensgezel’ evenwel, als gezegd, de nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid. Het moet gaan om een relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Deze is niet per se met het enkele feit van het samenwonen gegeven en vereist ook niet per se dat betrokkenen met elkaar samenwonen.
De militaire kamer overweegt dat, hoewel zij nog niet officieel samenwoonden, verdachte en aangeefster al een jaar samenwoonden op het adres van aangeefster. Bovendien bracht [zoon] , het zoontje van verdachte, om de week het weekend bij hen door. In die zien was dus sprake van een gemeenschappelijke huishouding.
Verder hebben zowel verdachte als aangeefster verklaard dat zij een relatie met elkaar hadden en elkaars partner waren. Er was dus ook sprake van een (duurzame) affectieve relatie.
Tot slot gingen zij kennelijk uit van een nauwe lotsverbondenheid. Zij gingen samen op vakantie bij een kennis in Zweden, aangeefster had goed contact met de moeder van verdachte en zij was zeer betrokken bij zijn problemen, zowel op financieel als psychologisch gebied. Aangeefster probeerde samen met de moeder van verdachte de juiste hulp voor hem te zoeken. Dit is ook de reden waarom zij uiteindelijk aangifte tegen hem heeft gedaan. Zij presenteerden zichzelf richting de buitenwereld als stel en hadden kennelijk de bedoeling om hun toekomst samen verder op te bouwen. Daarbij gingen zij de problemen die één van hen had als team te lijf, waarbij ook de familie van verdachte werd betrokken.
Daarmee is naar het oordeel van de militaire kamer zonder meer sprake van een nauwe persoonlijke betrekking en om een relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners.
De militaire kamer acht daarmee bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.