ECLI:NL:RBGEL:2024:9895
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 13 mei 2024
- Zaaknummer
- 05-157791-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg tot een taakstraf van 20 uur. Verwerping beroep op noodweer. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Uitgaansgeweld.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 25 december 2022 te Harlingen [aangever] heeft mishandeld door voornoemd persoon (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of te stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten gebroken jukbeen/oogkas en/of oogletsel ten gevolge heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte geen geslaagd beroep op noodweer toekomt.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat verdachte een beroep op noodweer toekomt. Verdachte zag dat de aangever een vriend van hem sloeg en nogmaals wilde slaan. Dit levert een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding van het lijf van de vriend van verdachte, en dus een noodweersituatie, op. Vervolgens heeft verdachte één klap uitgedeeld. Zijn handelen was noodzakelijk en geboden. Verdachte had op dat moment geen andere mogelijkheid om zijn vriend uit de situatie te onttrekken.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het causaal verband tussen de klap die verdachte heeft gegeven en het letsel van de aangever onvoldoende blijkt uit het procesdossier, nu er mogelijk nog een klap door een ander dan verdachte is gegeven. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het letsel van de aangever niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.
Beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer zal eerst ingaan op de bewijsmiddelen en op basis daarvan de feitelijke gang van zaken van die bewuste avond vaststellen. Vervolgens zal de militaire kamer ingaan op het letsel van de aangever en hoe dit moet worden gekwalificeerd. Ten slotte zal de militaire kamer het beroep op noodweer bespreken.
De bewijsmiddelen
[aangever] , de aangever, heeft verklaard dat hij zich op 25 december 2022 in café Shamrock te Harlingen bevond. Op enig moment zag hij dat zijn vriend [getuige 1] werd belaagd en iemand op afstand probeerde te houden. Opeens werd er over en weer geslagen. Het leek een chaos. [aangever] werd naar achteren geduwd. Een persoon sloeg met zijn gebalde vuist met kracht in de richting van het hoofd van [aangever] en raakte zijn linkeroog. [aangever] voelde meteen pijn en merkte direct dat het zicht in zijn linkeroog weg was.
Vóór de klap had [aangever] naar eigen zeggen 40 procent van zijn visus in zijn linkeroog. Daarna zag hij alles een stuk donkerder en was het zicht in zijn linkeroog 20 à 25 procent. Op 3 januari 2023 had zijn linkeroog nog fors slechte visus. De oogarts concludeerde op 30 maart 2023 dat sprake is van blijvend visusverlies. [aangever] kreeg het advies om een bril aan te schaffen.
[getuige 1] heeft verklaard dat zijn vriendin [naam] bij de bar stond. Twee jongens maakten gebaren achter haar rug om. [getuige 1] sprak de jongens aan. Hij kreeg op agressieve toon een reactie terug. Ze begonnen te duwen. [getuige 1] heeft één van deze jongens richting de deur geduwd. Toen [getuige 1] bij de deur stond, werd hij van achteren vastgepakt. Er werd een arm om zijn nek en hals geklemd en deze klem werd aangetrokken. [getuige 1] zag dat er een jongen uithaalde naar [aangever] . [aangever] werd met een vuistslag op zijn oog geraakt. [getuige 1] kon de klap zelfs horen.
[getuige 2] heeft verklaard dat zijn broertje [getuige 3] voor de grap het drinken van een vrouw pakte. Vervolgens werd [getuige 1] daar boos om en is de boel geëscaleerd. [getuige 1] wilde [getuige 3] aanvliegen en deed wat agressief. Hierop ging [getuige 2] er naartoe. Hij greep [getuige 1] van achteren vast om iedereen uit elkaar te halen, maar hij werd van de zijkant twee keer geslagen door [aangever] . [getuige 2] liet [getuige 1] los en beschermde zijn gezicht. Toen ging het snel. [verdachte] heeft [getuige 2] later verteld dat hij, [verdachte] , de man die hem, [getuige 2] , had geslagen, terug had geslagen. Toen was het chaos en kwamen er allemaal mensen bij.
[getuige 3] heeft verklaard dat hij als grapje een biertje probeerde te pakken van een vrouw die voorbij liep. Daarna kwam er opeens een oudere man boos naar hem toe. [getuige 3] vertelde dat het een grapje was, maar de man bleef boos. Vervolgens kwam er een andere man op [getuige 3] af die begon te schreeuwen en te duwen. Vervolgens probeerden zij met zijn tweeën [getuige 3] te duwen en te slaan. Hierop is [getuige 3] achteruit gelopen tot hij niet meer verder kon. Vervolgens heeft hij zelf een klap gegeven, waarbij de jongere man heeft geraakt. Het ging helemaal los. Deze man werd vervolgens door [getuige 2] van achter vast gepakt en naar achteren getrokken. De jongere man had [getuige 2] vast en de andere man probeerde op hem in te slaan.
[getuige 4] was op voornoemde datum aan het werk als barman in de Shamrock. Hij zag dat verdachte [aangever] een vuistslag gaf die landde op de neus van [aangever] .
Verdachte heeft verklaard dat hij hoorde dat er voorin ruzie was. Hij is er naartoe gelopen. [getuige 1] en [getuige 3] begonnen te duwen en te trekken. [getuige 2] trok [getuige 1] weg, waarop [aangever] op [getuige 2] begon in te slaan. [aangever] had al één of twee klappen uitgedeeld. Op dat moment kwam verdachte erbij. Verdachte heeft [aangever] één keer op zijn gezicht geslagen om [getuige 2] te verdedigen. Verdachte heeft gericht op zijn gezicht geslagen. Met de klap wilde verdachte de-escalerend optreden. Verdachte heeft meerdere opties overwogen, maar zag de klap als zijn enige mogelijkheid om in te grijpen. Vervolgens heeft hij [getuige 2] uit de situatie getrokken en zijn ze weg gegaan.
Vaststelling feiten
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de militaire kamer vast dat het incident als volgt is verlopen. Hierbij gebruikt de militaire kamer voor de duidelijkheid en de leesbaarheid de voornamen van de betrokkenen.
Tussen [getuige 1] en [getuige 3] ontstond duw- en trekwerk. [getuige 3] werd richting de deur geduwd en liep achteruit. Toen [getuige 3] niet meer verder kon, heeft hij [getuige 1] geslagen. [getuige 2] pakte [getuige 1] vast, al dan niet in een nekklem, en trok hem naar achteren met als doel hen uit elkaar te halen. [aangever] sloeg [getuige 2] één of twee keer. Vervolgens heeft verdachte [aangever] één keer op zijn gezicht gestompt. Dit moet met kracht geweest zijn, nu [getuige 1] heeft verklaard dat hij deze klap kon horen.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij, vóór de situatie uit de hand liep, een gesprek heeft gevoerd met [aangever] , waarin over en weer werd aangegeven dat ze beter uit elkaar konden gaan en dat ruzie niet nodig was.
De militaire kamer acht deze verklaring niet aannemelijk, nu verdachte deze verklaring voor het eerst ter terechtzitting heeft afgelegd en deze verklaring wordt weerlegd door de verklaringen van de getuigen, die geen van allen verklaren dat een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden.
Het letsel van [aangever]
heeft oogletsel opgelopen, te weten zichtverlies in zijn linkeroog van 40 naar 20-25 procent. Daarnaast ziet hij alles een stuk donkerder. Er wordt geen verbetering meer verwacht.
De militaire kamer is van oordeel dat dit letsel, gelet op de aard en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. [aangever] heeft immers gedeeltelijk een zintuigelijk vermogen verloren en daarvan valt geen herstel meer te verwachten. Dit betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan worden bewezen verklaard.
De militaire kamer is van oordeel dat uit het procesdossier onvoldoende blijkt dat [aangever] een gebroken jukbeen heeft opgelopen. Dat [aangever] een gebroken oogkas heeft opgelopen, blijkt afdoende uit het procesdossier, maar deze breuk draagt niet bij aan het zwaar lichamelijk letsel, omdat het een eenvoudige botbreuk betrof die zonder operatief ingrijpen is geheeld. Deze onderdelen van de tenlastelegging kunnen dus niet bewezen worden verklaard.
Uit de verklaring van [aangever] blijkt dat de stomp van verdachte op het linkeroog van [aangever] landde, waarna [aangever] direct het zicht in zijn linkeroog verloor. In het licht van deze verklaring kan het niet anders dan dat het de stomp van verdachte is geweest die bovengenoemd letsel heeft veroorzaakt. Verder verklaart geen enkele getuige dat iemand anders geweld tegen [aangever] heeft gebruikt. Het is naar het oordeel van de militaire kamer dan ook niet aannemelijk dat een ander dan verdachte dit letsel heeft veroorzaakt.
Noodweer
De militaire kamer gaat uit van de feitelijke toedracht zoals deze hiervoor is vastgesteld. Uit die feiten blijkt dat verdachte pas ter plaatse kwam toen er over en weer al fysiek geweld werd gebruikt. Op dat moment zag hij dat [aangever] [getuige 2] één of twee keer sloeg. Daarom heeft hij [aangever] één keer met kracht in zijn gezicht gestompt. Hierdoor heeft [aangever] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, te weten oogletsel bestaande uit permanent zichtverlies in zijn linkeroog.
Naar het oordeel van de militaire kamer kunnen de gedragingen van de aangever weliswaar worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eens anders lijf, te weten dat van [getuige 2] , maar is op grond van het verhandelde ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat de situatie zodanig is geweest dat de gedragingen van de verdachte passend en geboden waren om zijn vriend te verdedigen.
Als militair is verdachte niet alleen getraind in het gebruik van geweld, maar ook in het koel en rationeel blijven nadenken in verhitte en chaotische situaties. Gelet hierop, mag naar het oordeel van de militaire kamer meer van hem worden verwacht dan van een gemiddelde burger.
De ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door [aangever] was niet gericht tegen verdachte, maar tegen zijn vriend. Verdachte was, toen hij aan kwam, in eerste instantie dus een toeschouwer, waardoor hij meer overzicht had dan degenen die al in de ruzie en het fysiek geweld verzeild waren geraakt. Uit zijn eigen verklaring blijkt dat verdachte de tijd en de ruimte had om zijn mogelijkheden af te wegen. Hij heeft er voor gekozen om in te grijpen door [aangever] met kracht in het gezicht te stompen.
Naar het oordeel van de militaire kamer heeft hij hierbij een verkeerde afweging gemaakt. Ook al was het café smal en druk, er stonden minder vérgaande mogelijkheden tot zijn beschikking, zoals bijvoorbeeld [aangever] wegduwen, vastpakken, op een ander deel van het lichaam slaan. Dat deze opties in de gegeven omstandigheden geen resultaat zouden hebben opgeleverd, is niet komen vast te staan.
De militaire kamer verwerpt dan ook het beroep op noodweer.
Conclusie
De militaire kamer acht het feit bewezen, zoals hieronder bewezenverklaard.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.