ECLI:NL:RBGEL:2024:6432
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 29 juli 2024
- Zaaknummer
- 05/126614.23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Veroordeling tot een gevangenisstraf van vier jaren voor tweemaal poging tot doodslag. Het beroep op noodweer wordt verworpen. Daarnaast dient de verdachte een schadevergoeding te betalen aan de slachtoffers.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Apeldoorn
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 1]
opzettelijk
van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht)
met een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend
voorwerp, in de rug (onder het linkerschouderblad) heeft gestoken/gesneden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Apeldoorn
aan [slachtoffer 1]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten een (diepe) ernstige sneekwond,
waardoor de linker long werd geperforeerd/geraakt en/of een slagaderlijke bloeding
ontstond (, omdat er een slagader tussen de ribben werd geraakt, waardoor er bloed
tussen longvlies en borstvlies kwam), waardoor die [slachtoffer 1] een klaplong kreeg
(waarvoor een (spoed)operatie en verblijf op de intensive care in het ziekenhuis
vereist was) en/of een of meer ontsierend(e)litteken(s), immers heeft hij -verdachte-
die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, althans een
daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, in de rug (vlak
onder het linkerschouderblad) gestoken/gesneden;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Apeldoorn
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer 1]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, althans een
daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, in de rug (onder het
linkerschouderblad) heeft gestoken/gesneden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Apeldoorn
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 2]
opzettelijk
van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal (met kracht)
met een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend
voorwerp, in de rug heeft gestoken/gesneden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Apeldoorn
aan [slachtoffer 2]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten een (diepe) ernstige sneekwond, waardoor de
linker long werd geperforeerd/geraakt en/of ontstond, waardoor er bloed tussen
longvlies en borstvlies kwam), waardoor die [slachtoffer 2] een klaplong kreeg (waarvoor
een (spoed)operatie en verblijf (op de intensive care) in het ziekenhuis vereist was)
en/of een of meer ontsierend(e)litteken(s), immers heeft hij -verdachte- die
[slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, althans een
daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, links op de rug,
circa 25 centimeter onder de nek en circa 4 centimeter links (vlak onder het
linkerschouderblad) gestoken/gesneden;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Apeldoorn
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer 2]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, althans een
daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, in de rug heeft
gestoken/gesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 20 mei 2023 heeft verdachte te Apeldoorn de aangevers [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) met een mes in de rug gestoken. [slachtoffer 1] heeft links in de rug, een paar centimeter onder het schouderblad, een steekwond opgelopen, met als gevolg een klaplong (pneumothorax) met bloed in de bortskasholte met ruim bloedverlies (massieve hematothorax). [slachtoffer 2] heeft links in de rug, circa 25 cm onder de nek en circa 4 cm van de middenlijn, een steekwond opgelopen, met als gevolg een klaplong (pneumothorax) met bloeding.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde en het onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde, nu bij verdachte het opzet ontbrak om aangevers in een kwetsbaar gebied te steken. Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde
De rechtbank dient te beoordelen of verdachte opzettelijk heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven en overweegt daartoe het volgende. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte vol opzet had om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven. Voor een bewezenverklaring moet dan op zijn minst genomen vast komen te staan dat verdachte het voorwaardelijk opzet had om hen van het leven te beroven.
Voorwaardelijk opzet
Volgens vaste jurisprudentie is sprake van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg als verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.
De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de kans op de dood van de slachtoffers aanmerkelijk was. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Verdachte heeft een stekende beweging met een scherp mes in de richting van het (boven)lichaam van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gemaakt. Beiden zijn hierdoor links op de rug onder het schouderblad geraakt en hebben als gevolg daarvan levensbedreigend letsel opgelopen. Uit de letselrapportages blijkt dat [slachtoffer 1] een klaplong, letsel aan de linker onderkwab van de long en een slagaderlijke bloeding heeft opgelopen. Daarnaast heeft hij vijf liter bloed verloren, terwijl een lichaam vijf tot zes liter bloed bevat. Bij niet tijdig ingrijpen had dit dodelijk kunnen zijn.[slachtoffer 2] heeft eveneens een klaplong en een bloeding opgelopen.
Het bovenlichaam is een kwetsbaar onderdeel van het lichaam, waarin zich, ook dicht onder de huidoppervlakte, vitale organen bevinden, zoals de longen. Het is een feit van algemene bekendheid dat door het steken met een mes in het (kwetsbare) bovenlichaam een aanmerkelijke kans op het overlijden ontstaat. Ook verdachte heeft dit dus geweten.
De tweede vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans op de dood van beide slachtoffers ook bewust heeft aanvaard. De rechtbank beantwoordt ook die vraag bevestigend. Uit de camerabeelden volgt onder meer dat verdachte op [slachtoffer 1] af komt rennen, een slag met een riem ontwijkt en vervolgens met een snelle stap richting [slachtoffer 1] loopt, waarbij hij zijn rechterarm uitstrekt in de richting van [slachtoffer 1] en hem, met een mes in zijn hand, op zijn rug raakt.Daarnaast volgt uit die beelden dat verdachte kort daarvoor naar [slachtoffer 2] toe rent en hem met een zwaaibeweging met een mes in zijn hand op zijn rug raakt.Verdachte heeft door zo te handelen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zouden kunnen komen te overlijden.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte het voorwaardelijk opzet had op de dood van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Daarmee kan het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend worden bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.