ECLI:NL:RBGEL:2023:7562
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 18 december 2023
- Zaaknummer
- 05-123408-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte, een militair, tot een taakstraf van 70 uur wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 februari 2023 te [plaats] (Dld), althans in Duitsland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, een persoon, te weten [aangever] , (meermalen) heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door onverhoeds en/of ongevraagd en onaangekondigd, op ontuchtige wijze, de linkerborst(streek) en/of het linkerbovenbeen van die [aangever] te betasten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 19 februari 2023 te [plaats] (Dld), althans in Duitsland,opzettelijk een persoon, te weten [aangever] , die toen militair was, althans die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, (meermalen) feitelijk heeft aangerand door toen en daar met dat opzet, onverhoeds en/of ongevraagd en/of onaangekondigd, op ontuchtige wijze, de borst(streek) en het linkerbovenbeen van die [aangever] te betasten.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte de borst van aangeefster opzettelijk heeft aangeraakt. Ten aanzien van de aanraking van het linkerbovenbeen van aangeefster geldt dat deze aanraking fysiek onmogelijk is vanuit de positie van verdachte in de bus, te meer omdat meerdere getuigen hebben verklaard dat verdachte sliep.
Beoordeling door de militaire kamer
De betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de militaire kamer voorop dat zedenzaken zich in het algemeen kenmerken door het feit dat de verklaringen van het vermeende slachtoffer en de vermeende dader over de (beweerdelijke) seksuele handelingen lijnrecht tegenover elkaar staan. Dit maakt dat zorgvuldig naar de waardering van de afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het, zoals in dit geval, een ontkennende verdachte betreft en het procesdossier geen forensisch bewijs bevat.
Aangeefster [aangever] (hierna: aangeefster) heeft op zondag 19 februari 2023 aan compagnie Sergeant-Majoor [getuige 2] verteld dat verdachte de zijkant van haar been en de zijkant van haar lichaam heeft aangeraakt. Diezelfde dag heeft zij compagniescommandant [getuige 3] verteld dat verdachte de zijkant van haar linkerbeen en haar zij had aangeraakt. Op 27 februari 2023 heeft zij bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat verdachte met zijn arm over de stoelleuning heen zat en haar linkerborst aanraakte met een strelende of wrijvende beweging. Daarna ging hij met zijn arm tussen het raam en haar stoel in en wreef over haar bovenbeen, waarbij hij steeds meer richting haar lies ging. Na de plaspauze deed hij dit nog een keer. Op de terechtzitting van 4 december 2023 heeft zij verklaard dat verdachte met beide ellebogen op de stoelleuning leunde. Op een gegeven moment streelde hij met zijn rechterhand haar schouder, waarbij hij steeds lager afzakte, over haar borst heen. Aangeefster dacht dat dit haar rechterborst was, maar wist dit niet meer zeker. Tijdens de tweede aanraking wreef hij over haar bovenbeen en aan de binnenkant van haar been, richting de lies en de vagina. Na de plaspauze heeft hij dit nog een keer gedaan.
De militaire kamer overweegt hieromtrent als volgt. Anders dan de verdediging ziet de militaire kamer geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door aangeefster afgelegde verklaring. Dat uit de verklaringen van kapitein [getuige 3] en Sergeant-Majoor [getuige 2] lijkt te volgen dat zij in eerste instantie tegenover haar directe leidinggevenden niet heeft verklaard over de aanraking van haar borst doet hier naar het oordeel van de militaire kamer niet aan af. De militaire kamer merkt in dat verband nog op dat verdachte over het gesprek met aangeefster bij kapitein [getuige 3] zelf verklaart dat die zondag (de militaire kamer begrijpt: zondag 19 februari 2023) is gesproken over aanrakingen ter hoogte van de schouder en ter hoogte van het bovenbeen. Voorts heeft zij bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat verdachte haar linkerborst aanraakte, terwijl zij ter terechtzitting heeft aangegeven dat het haar rechterborst betrof. Ook dit doet niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaring, nu aangeefster niet uit zichzelf heeft verklaard dat het haar linkerborst betrof, maar dit pas heeft aangegeven nadat de Koninklijke Marechaussee hierop doorvroeg. Verder heeft zij ter terechtzitting ook aangegeven dat zij niet zeker meer wist of het de linker- dan wel rechterborst betrof. De militaire kamer overweegt dat dit te wijten kan zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen. Haar verklaringen bij de Koninklijke Marechaussee en ter terechtzitting zijn voor het overige op kernpunten gedetailleerd en consistent. Enkele verschillen op detailniveau doen hieraan geen afbreuk.
Daarbij worden haar verklaringen bovendien op belangrijke onderdelen, maar ook op specifieke details, ondersteund door de getuigenverklaringen van korporaal [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) zoals die hierna onder de bewijsmiddelen zijn opgenomen. De verklaringen van aangeefster en [getuige 1] komen overeen voor wat betreft de aanrakingen. Verder verklaren zij beiden dat verdachte na de plaspauze eerst naast aangeefster is gaan zitten, waarna hij door tussenkomst van getuige [getuige 1] toch weer achter aangeefster is beland. Zowel bij de Koninklijke Marechaussee als ter terechtzitting heeft getuige [getuige 1] helder, gedetailleerd en consistent verklaard. De betrouwbaarheid van zijn verklaring blijkt de militaire kamer ook uit het feit dat hij verdachte naderhand heeft aangesproken op zijn gedrag, dat hij de plaats van de aanrakingen bij verdachte ook heeft voorgedaan en hierover heeft aangegeven dat het hem stoorde dat verdachte zei, dat hij het nooit zo had bedoeld en zoiets nooit zou doen, terwijl de getuige dit naar eigen zeggen zelf had gezien.
Dat aangeefster en getuige [getuige 1] , zoals de raadsman heeft aangevoerd, allebei onder zodanige invloed waren van alcohol dat dit de betrouwbaarheid van hun verklaringen negatief heeft beïnvloed, blijkt niet uit het procesdossier. De militaire kamer ziet voorts geen enkele aanleiding om aan te nemen dat aangeefster en getuige [getuige 1] een relatie met elkaar hebben, nu dit enkel een vermoeden betreft dat sommige getuigen hebben geuit, laat staan dat zij om die reden verdachte in een kwaad daglicht hebben willen stellen, zoals de verdediging heeft betoogd.
De militaire kamer is dan ook van oordeel dat de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] betrouwbaar zijn en tot het bewijs kunnen worden gebezigd.
De bewijsmiddelen
Aangeefster heeft verklaard dat zij op 19 februari 2023 in de bus zat die onderweg was van Hamburg naar de kazerne in [plaats] te Duitsland. Aangeefster zat aan de raamkant en [getuige 1] zat naast haar aan de gangkant. In de bus had zij een gesprek met [getuige 1] , die naast haar zat, en met verdachte, die achter hen zat. Dit was eerst een leuk normaal gesprek en dat werd uiteindelijk steeds meer seksueel en uiteindelijk kwam vanuit verdachte de vraag wanneer aangeefster voor het laatst was klaargekomen. Verdachte zat in de stoel achter haar. Verdachte wreef met zijn hand over haar sleutelbeen en over de bovenkant van haar borst. Het betrof een heen en weer gaande, strelende, wrijvende beweging. Getuige [getuige 1] heeft de hand van verdachte meerdere keren weggetikt. Vervolgens ging verdachte met zijn hand en arm tussen het raam en haar stoel in. Verdachte ging met zijn hand richting haar bovenbeen en wreef er overheen. Hoe langer dit doorging, hoe meer hij aan de binnenzijde van haar been terecht kwam. Na de plaspauze ging verdachte weer met zijn hand tussen het raam en haar stoel in. Hij wreef weer over haar been.
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij naast aangeefster zat. Hij verklaart dat op een gegeven moment [naam] een gesprek met aangeefster begon. Halverwege dat gesprek zei verdachte opeens dat hij aangeefster wel kon laten klaarkomen, aldus [getuige 1] . Hij zag verder dat verdachte over de stoel heen hing met zijn hand leunend op haar schouder/halverwege haar borst. Dit gebeurde op een strelende manier. [getuige 1] zag dat de hand van verdachte afzakte richting haar borst, net boven de tepel. Aangeefster vroeg getuige wat zij moest doen en zei dat zij dit heel naar vond. [getuige 1] heeft toen een tikje gegeven tegen de hand of arm van verdachte. Verdachte ging met zijn hand een stuk terug, richting de leuning van zijn stoel, maar zijn hand ging vrij snel daarna weer richting de borst van aangeefster en hij begon haar weer te strelen. Vervolgens vroeg aangeefster weer aan [getuige 1] wat ze moest doen. [getuige 1] zag verder dat de hand van verdachte op het linkerbovenbeen, bij de lies van aangeefster lag. Hij zat met zijn hand bij haar lies en maakte strelende bewegingen. [getuige 1] heeft verder verklaard wat hij tijdens de plaspauze heeft verteld tegen aangeefster. Hij heeft verteld dat het echt niet kon wat er gebeurde en als zij wilde dat er wat ging gebeuren dat zij moest opstaan en dat er wat van moest zeggen. Op een gegeven moment kwam verdachte terug en ging naast aangeefster zitten en ging met haar in gesprek. Toen verdachte opstond vroeg aangeefster of [getuige 1] weer naast haar wilde gaan zitten omdat ze dat fijner vond. Verdachte ging toen weer achter hen zitten. Hij ging een beetje liggen in de stoel en deed zijn hand weer tussen de stoel en het raam richting haar lies. [getuige 1] zag dat verdachte zijn hand weer bij de lies van aangeefster had liggen. Aangeefster heeft er toen wel wat van gezegd en vervolgens heeft verdachte zijn hand weggehaald. Aangekomen op het kamp kwam aangeefster huilend naar [getuige 1] toe. Ze was zichtbaar overstuur en durfde in eerste instantie niet naar de leiding te gaan. [getuige 1] verklaart verder dat hij zo goed als nuchter was die avond. In de bus heeft hij een biertje op en overdag een mixdrankje en een gin tonic. Voor het overige heeft hij alleen cola gedronken.
[getuige 1] heeft voorts verklaard dat verdachte hem later die week apart heeft genomen in het drooghok en hem had gevraagd wat hij had gezien. [getuige 1] heeft verteld wat hij had gezien en dat hij het absoluut niet vond kunnen, wat er was gebeurd tussen hem en aangeefster. Volgens [getuige 1] reageerde verdachte daarop door aan te geven dat hij het nooit zo had bedoeld en dat hij het niet zo ervaren heeft. [getuige 1] heeft vervolgens bij verdachte op zijn lichaam de handbewegingen die hij had gezien van verdachte bij aangeefster voorgedaan. [getuige 1] heeft met zijn hand verdachtes lichaam aangeraakt op exact dezelfde locaties / plekken als waar verdachte dat bij aangeefster heeft gedaan. Het stoort [getuige 1] dat verdachte zegt dat hij het nooit zo heeft bedoeld en nooit zoiets zou doen, terwijl [getuige 1] het zelf heeft gezien. [getuige 1] heeft dit ook aan verdachte gezegd. Dat het gesprek in het drooghok heeft plaatsgevonden, wordt bevestigd door de verklaringen van verdachte zelf bij de Koninklijke Marechaussee en ter terechtzitting, ook al zegt hij tegenover de Koninklijke Marechaussee dat [getuige 1] hem in de schouder heeft geknepen en hem zeker niet bij de lies heeft aangeraakt.
Getuige [getuige 2] , compagnie sergeant-majoor, heeft verklaard dat hij op 19 februari 2023 op de kazerne kwam en zag dat aangeefster had gehuild. Haar gezicht was wat verwilderd en ze was emotioneel.
Verdachte heeft verklaard dat hij 15 à 20 bier op had. Verdachte heeft verder bij getuige [getuige 3] verklaard dat hij zich de tweede keer aanraken, na de plaspauze, wel kan herinneren en ook dat aangeefster er wat van heeft gezegd en dat hij zijn hand weg heeft gehaald en dat er verder niets meer is gebeurd. Hoewel uit de verklaring van kapitein [getuige 3] lijkt te kunnen worden opgemaakt dat uitsluitend is gesproken over aanrakingen ter hoogte van het bovenbeen, verklaart verdachte tegenover de Koninklijke Marechaussee dat verdachte over het gesprek met aangeefster bij kapitein [getuige 3] zelf verklaart dat die zondag (de militaire kamer begrijpt: zondag 19 februari 2023) is gesproken over aanrakingen ter hoogte van de schouder en ter hoogte van het bovenbeen. Dit betekent dat de tweede aanraking waarover verdachte spreekt, de aanraking op het been betreft en hij zich de aanraking “ter hoogte van de schouder” niet kan herinneren.
De bewijsmotivering
Verdachte heeft verklaard dat hij mogelijk met zijn handen heeft gebaard toen hij met onder andere aangeefster geanimeerd in gesprek was, waardoor hij misschien per ongeluk haar borst heeft aangeraakt en dat, toen hij sliep, zijn hand mogelijk op het bovenbeen van aangeefster terecht is gekomen.
Dit alternatieve scenario voor de aanrakingen wordt naar het oordeel van de militaire kamer weerlegd door de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] , dat deze aanrakingen bewust hebben plaatsgevonden in een context waarin verdachte kort daarvoor seksueel getinte opmerkingen had gemaakt richting aangeefster. Voorts verklaart aangeefster ook dat verdachte in slaap is gevallen, maar volgens haar lezing van het incident gebeurde dit pas ná de aanrakingen. Het enkele feit dat verdachte op enig moment in slaap is gevallen, betekent dan ook niet dat hij onderhavige feiten niet kan hebben gepleegd.
Verder blijkt uit de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] , in tegenstelling tot de verklaring van verdachte op dit punt, dat het vanuit de positie van verdachte wel degelijk mogelijk was om de borst en het linkerbovenbeen van aangeefster aan te raken. Ook volgt dit uit de verklaring van getuige [getuige 3] . Verdachte heeft daar verklaard dat hij zich de tweede aanraking, na de plaspauze kon herinneren. Dat betekent dat het fysiek mogelijk was haar linkerbovenbeen aan te raken vanuit zijn positie achter haar.
Dat het niet aannemelijk is dat andere getuigen niets zouden hebben gezien, is niet verwonderlijk, nu zij in tegenstelling tot getuige [getuige 1] niet direct naast aangeefster zaten. Daarnaast kwamen alle betrokkenen terug van een middag en avond stappen in Hamburg en is het niet ondenkbaar dat enkelen van hen niet volledig nuchter meer waren, zoals uit de diverse verklaringen ook volgt, wat mogelijk hun waarnemingsvermogen kan hebben beïnvloed.
De militaire kamer is op basis van de hiervoor voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte onverhoeds, ongevraagd en onaangekondigd de borst(streek) en het linkerbovenbeen van aangeefster heeft betast. De militaire kamer is van oordeel dat verdachte dit opzettelijk heeft gedaan. Verdachte heeft namelijk over zowel de borst als het linkerbovenbeen van aangeefster gestreeld/gewreven. Het kan niet anders dan dat dit bewuste handelingen waren. Verder volgt uit de context waarbinnen deze gedragingen plaatsvonden, te weten het forse drankgebruik van verdachte, de seksueel getinte opmerkingen die verdachte volgens meerdere getuigen richting aangeefster heeft gemaakt en zijn hogere rang, dat deze gedragingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en dus een ontuchtig karakter hebben.
De militaire kamer acht daarmee het primair tenlastegelegde bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.