ECLI:NL:RBGEL:2021:5092
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 9 augustus 2021
- Zaaknummer
- 05.011038.21
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor aan iemand anders zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, tot een geldboete van € 750,- en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 24 juni 2020 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (militair) motorrijtuig(personenauto, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] ), komende uit de richtingBunschoten-Spakenburg en/of gaande in de richting van Nijkerk, daarmee rijdendeover de weg, de Nijkerkerweg (N806),zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, voornoemdmotorrijtuig heeft bestuurd en hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte- met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse voor hem, verdachte toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een voor die wegsituatie te hogesnelheid en/of- terwijl hij, verdachte bekend was met de verkeerssituatie en/of- terwijl het zicht voor hem, verdachte niet werd beperkt of gehinderd en/of- terwijl hij, verdachte tijdens het rijden, -kort voor of tijdens de hierna te noemenbotsing of aanrijding-, één of meer handelingen heeft verricht aan zijn mobieletelefoon en/of- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voorhem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Nijkerkerweg (N806)) en/of ophet zich daarop bevindende verkeer en/of- (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een fiets en/ofde bestuurder van die fiets, welke bestuurder van die fiets doende was die weg (deNijkerkerweg (N806)) gezien, zijn verdachtes rijrichting van links naar rechts over testeken en/of ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel en/ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij op of omstreeks 24 juni 2020 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (militair) motorrijtuig(personenauto, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] ], komende uit de richtingBunschoten-Spakenburg en/of gaande in de richting van Nijkerk, daarmee rijdendeover de weg, de Nijkerkerweg (N806),- met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse voor hem, verdachte toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een voor die wegsituatie te hogesnelheid en/of- terwijl hij, verdachte bekend was met de verkeerssituatie en/of- terwijl het zicht voor hem, verdachte niet werd beperkt of gehinderd en/of- terwijl hij, verdachte tijdens het rijden –kort voor of tijdens de botsing ofaanrijding- één of meer handelingen heeft verricht aan zijn mobiele telefoon en/of- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voorhem gelegen weggedeelte van die weg (Nijkerkerweg (N806) gezien, zijn verdachtesrijrichting van links naar rechts over te steken en/of ten gevolge waarvan debestuurder van die fiets ten val is gekomen,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 24 juni 2020 heeft op de Nijkerkerweg (N806) te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, een ongeval plaatsgevonden. Hierbij waren een militair voertuig, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] , bestuurd door de verdachte, en een elektrische fiets die werd bestuurd door [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer), betrokken. De maximumsnelheid ter plaatse betreft vijftig kilometer per uur.
De verdachte kwam uit de richting van Bunschoten-Spakenburg en reed in de richting van Nijkerk. Het slachtoffer stak plotseling de Nijkerkerweg over nadat hij een geslotenverklaring was ingereden. Uit analyse van de data van het militair voertuig bleek dat deze kort voor het ongeval met een snelheid van 97 kilometer per uur reed (na wettelijke correctie). Vervolgens zijn de verdachte en het slachtoffer met elkaar in botsing gekomen.
De verdachte heeft verklaard dat hij bekend is met de verkeerssituatie ter plaatse. Hij wist ook dat die situatie onoverzichtelijk is. Hij had niet door dat hij 97 kilometer per uur reed. De verdachte had goed zicht. Het slachtoffer kwam van de linkerkant en wilde oversteken naar rechts. Toen hij het slachtoffer zag oversteken, had hij niet genoeg tijd om te remmen. Toen de verdachte eerder de rotonde af reed, heeft hij het slachtoffer wel in een flits gezien, maar daar verder niet over nagedacht. De verdachte reed op de automatische piloot. Naar eigen zeggen was het ongeval waarschijnlijk niet gebeurd als zijn snelheid veilig was en hij had opgelet.
Het slachtoffer heeft door het ongeval meerdere breuken opgelopen, waaronder breuken in de enkel/het onderbeen, de knieschijf, wervelkolom en voet. Hij is geopereerd aan zijn rechterenkel en moest daardoor tien dagen in het ziekenhuis blijven.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, met uitzondering van het gedachtestreepje dat ziet op het verrichten van handelingen aan de telefoon.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit, omdat het handelen van de verdachte niet te kwalificeren is als ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’. Het subsidiair ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
Beoordeling door de meervoudige militaire kamer
De meervoudige militaire kamer ziet zich geplaatst voor de vraag of en in welke mate de verdachte schuld heeft gehad aan het veroorzaken van het verkeersongeval.
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) komt het volgens vaste jurisprudentie aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval (zie het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:470). Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld zoals bedoeld in artikel 6 WVW. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
De verdachte reed op de automatische piloot en had niet door hoe hard hij reed. Hij reed met een snelheid van 97 kilometer per uur, bijna twee keer zo hard als ter plaatse is toegestaan. Nadat hij de rotonde af reed, heeft hij het slachtoffer in een flits opgemerkt maar daar verder niet bij stilgestaan. Vervolgens heeft hij het slachtoffer pas weer gezien toen deze vlak vóór het ongeval de weg over probeerde te steken.
De verdachte is ter plaatse bekend en wist dat de verkeerssituatie daar onoverzichtelijk was.
De meervoudige militaire kamer is van oordeel dat van de verdachte in een dergelijke onoverzichtelijke situatie, die hem bekend was, meer oplettendheid mocht worden verwacht. Hij had moeten anticiperen op mogelijke fouten van overige verkeersdeelnemers, zoals fietsers die op onverwachte plaatsen over konden steken.
Gelet op de gedragingen van de verdachte, in samenhang bezien, is sprake van meer dan een overtreding van één enkele verkeersregel en een meer dan momentane onoplettendheid. De meervoudige militaire kamer is dan ook van oordeel dat het gedrag van de verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend kan worden beschouwd.
Uit het procesdossier blijkt dat de verdachte enige tijd voor het ongeval handelingen heeft verricht op zijn telefoon. De verdachte heeft verklaard dat hij op zijn telefoon muziek luisterde via YouTube en kort voor of tijdens het ongeval geen handelingen heeft verricht aan zijn telefoon. De meervoudige militaire kamer acht deze verklaring niet onaannemelijk en zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Het letsel van het slachtoffer
De meervoudige militaire kamer stelt aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat door de gedragingen van de verdachte letsel is veroorzaakt bij het slachtoffer, te weten meerdere botbreuken, waaronder een enkelfractuur en een gebroken rugwervel. Dit letsel was van dien aard dat operatief ingrijpen noodzakelijk is gebleken. Op grond hiervan is de meervoudige militaire kamer van oordeel dat dit letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.
Conclusie
De meervoudige militaire kamer is van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, zoals hieronder bewezen is verklaard.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.