ECLI:NL:RBDHA:2026:20123
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- 09/059807-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Uitlevering aan de Republiek Zuid-Afrika ontoelaatbaar verklaard wegens ongenoegzaamheid stukken.
Uitspraak
1 Het verzoek tot uitlevering en de overgelegde stukken
1.1
Het verzoek tot uitlevering
Bij brief van 22 juli 2025 heeft de Ambassade van de Republiek Zuid Afrika aan het Ministerie van Buitenlandse zaken van Nederland een verzoek, in de Engelse taal, doen toekomen, strekkende tot uitlevering van de opgeëiste persoon. Bij deze brief is een brief van 22 april 2025 van het Departement van Justitie en Staatkundige Ontwikkeling van de Republiek Zuid-Afrika aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid van Nederland toegevoegd, inhoudende een gewaarmerkt verzoek in de Engelse taal strekkende tot uitlevering van de opgeëiste persoon voornoemd ter fine van strafvervolging (hierna ook: het uitleveringsverzoek).
Blijkens voormeld verzoek wordt de opgeëiste persoon in de Republiek Zuid-Afrika verdacht van primair fraude, subsidiair diefstal en witwassen.
Bij brief van 11 augustus 2025 van de minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de minister) aan het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC), is verzocht het door de Republiek Zuid-Afrika gedane verzoek tot uitlevering van de opgeëiste persoon in behandeling te nemen.
1.2
De door de verzoekende staat overgelegde stukken
Voormeld verzoek is vergezeld van en / of in voormeld verzoek is het volgende opgenomen:
een authentiek afschrift van een door de daartoe bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat gegeven bevel tot aanhouding van de opgeëiste persoon, te weten een warrant of arrest van de magistraat van [plaats] opgemaakt op 25 augustus 2023;
een uiteenzetting van de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd;
de tekst van de toepasselijke rechtsvoorschriften, met dien verstande dat de tekst van Part II of Schedule 2 van de Criminal Law Amendment Act, Act. No. 105 van 1997 niet als zodanig aan het uitleveringsverzoek is toegevoegd;
stukken met betrekking tot de identiteit van de opgeëiste persoon en haar nationaliteit;
informatie betreffende de in de Republiek Zuid-Afrika geldende verjaringstermijn voor de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd.
1.3
De overige stukken
In het uitleveringsdossier zijn voorts de volgende stukken opgenomen:
een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 mei 2026, betreffende de opgeëiste persoon;
stukken met betrekking tot de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon;
de schriftelijke vordering van de officier van justitie te Den Haag van 12 maart 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van genoemd uitleveringsverzoek;
de schriftelijke samenvatting van de officier van justitie te Den Haag, overgelegd ter zitting op 6 juli 2026, houdende diens opvatting omtrent de toelaatbaarheid van het uitleveringsverzoek;
de pleitnotities van de raadsman van de opgeëiste persoon, overgelegd ter zitting op 6 juli 2026.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.