1 Procesgang
Zitting van 29 april 2029
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 april 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding
bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak van 13 mei 2026
Bij tussenuitspraak van 13 mei 2026 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de
uitvaardigende justitiële autoriteit de door de rechtbank geformuleerde vragen over de detentieomstandigheden voor te leggen.
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van
artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid,
OLW opnieuw met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste
gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 10 juni 2026
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft - met instemming van partijen - in
gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 10 juni 2026. in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman.
Tussenuitspraak van 24 juni 2026
Bij tussenuitspraak van 24 juni 2026 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de
uitvaardigende justitiële autoriteit de door de rechtbank geformuleerde vraag over de detentieomstandigheden voor te leggen.
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van
artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid,
OLW opnieuw met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste
gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 16 juli 2026
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft - met instemming van partijen - in
gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 16 juli 2026, in aanwezigheid van
mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman.