1 Procesgang
Zitting van 31 december 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.A. Heukers, advocaat in Leeuwarden.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
De rechtbank heeft de zaak voor bepaalde tijd aangehouden om de raadsvrouw van de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken aan het openbaar ministerie over een doorzoeking en/of verhoren die in 2024 hebben plaatsgevonden, zodat het openbaar ministerie de rechtbank op de volgende zitting meer duidelijkheid kan verschaffen over de vraag of al dan niet sprake is van een dubbele vervolging in het kader van artikel 9, eerste lid onder a OLW (ne bis in idem). Ook heeft de rechtbank de raadsvrouw medegedeeld dat, indien zij wil dat de rechtbank acht slaat op de niet vertaalde brief van EPPO van 17 december 2025, zij zorg moet dragen voor een officiële vertaling.
Zitting van 7 januari 2026
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling van de rechtbank, voortgezet op de zitting van 7 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. S.A. Heukers, zijn door middel van een videoverbinding aanwezig.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak van 14 januari 2026
Bij tussenuitspraak van 14 januari 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank geformuleerde vragen met betrekking tot de effectieve rechtsbescherming van de opgeëiste persoon aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. Voorts heeft de rechtbank het onderzoek (ook) heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of het Duitse strafrechtelijk onderzoek waarvan sprake is in het EAB ook ziet op de in de door de officier van justitie overgelegde e-mail van 17 oktober 2025 omschreven verdenkingen in Nederland. De rechtbank heeft in dit verband haar beslissing over de weigeringsgrond van artikel 13 OLW aangehouden tot er duidelijkheid bestaat over mogelijke overlap tussen het in Nederland lopende strafrechtelijk onderzoek tegen de opgeëiste persoon en de feiten als genoemd in het EAB.
Vervolgens heeft de rechtbank op grond van artikel 22, vierde lid en onder a, OLW de beslistermijn met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 4 maart 2026
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling van de rechtbank, voortgezet op de zitting van 4 maart 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.A. Heukers.
Tussenuitspraak van 18 maart 2026
Bij tussenuitspraak van 18 maart 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank geformuleerde vragen met betrekking tot de effectieve rechtsbescherming van de opgeëiste persoon aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
Vervolgens heeft de rechtbank op grond van artikel 22, vierde lid en onder a, OLW de beslistermijn met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 30 april 2026
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling van de rechtbank, voortgezet op de zitting van 30 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. W.R. Jonk en S.M. Hof, beide advocaat in Amsterdam.
Tussenuitspraak van 13 mei 2026
Bij tussenuitspraak van 13 mei 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank geformuleerde vragen met betrekking tot de effectieve rechtsbescherming van de opgeëiste persoon aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
Vervolgens heeft de rechtbank op grond van artikel 22, vierde lid en onder a, OLW de beslistermijn met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 1 juli 2026
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling van de rechtbank, voortgezet op de zitting van 1 juli 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. W.R. Jonk en S.M. Hof.