Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBAMS:2026:7171

Rechtbank Amsterdam

Uitspraak
14 juli 2026
Zaaknummer
81/089947-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met de medeverdachte een grote hoeveelheid papegaaieneieren vervoerd in twee sporttassen, die zij als handbagage met zich meenamen tijdens een vlucht naar Schiphol. Deze eieren hadden zij vanuit Nicaragua meegenomen. Op Schiphol is door de douane geconstateerd dat er eieren in de handbagage aanwezig waren en apparatuur om de eieren warm te houden. Het betrof eieren van papegaaisoorten die staan opgenomen in de bijlages bij het Cites-verdrag. Deze eieren mogen niet zonder dat aan de grens een invoervergunning is voorgelegd in de Gemeenschap (de Europese Unie) worden binnengebracht en verdachten hebben de eieren daarnaast niet aangemeld voor een officiële controle als bedoeld in artikel 47 van Verordening EU 20 17/625. De door verdachte en zijn medeverdachte meegenomen papegaaieneieren behoren tot deze strengst beschermde soorten, omdat het voortbestaan van deze papegaaien — onder meer door stroperij — wordt bedreigd. Verdachte en zijn medeverdachte vervoerden onder meer eieren van een Buffons-Ara. Van deze ara leven in het wild vermoedelijk nog slechts minder dan 1000 exemplaren. Ook vervoerden zij 208 eieren van de geelnekamazone. Van deze soort wordt geschat dat de wilde populatie nog slechts tussen de 1000 en 2500 exemplaren betreft. Op de zwarte markt worden papegaaien van deze soorten voor (zeer) forse bedragen verkocht. Verdachte heeft door deze grote hoeveelheid papegaaieneieren te smokkelen een bijdrage geleverd aan de illegale handel in ernstig bedreigde diersoorten. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, ziet de rechtbank geen aanleiding om bij de strafoplegging aan te sluiten bij de oriëntatiepunten van het LOVS voor fraude. In dit verband weegt de rechtbank mee dat het hier weliswaar gaat om smokkel die gericht is op het genereren van financieel voordeel, maar dit maakt niet dat de feiten kunnen worden gelijkgesteld met financiële fraude zoals bedoeld in de LOVS-oriëntatiepunten. Er is immers geen informatie beschikbaar over de waarde die de zending eieren vertegenwoordigt. De rechtbank ziet evenmin aanleiding aansluiting te zoeken bij straffen die in het buitenland voor dit soort feiten worden opgelegd. De rechtbank zal alles afwegend aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen, waarvan 170 dagen voorwaardelijk opleggen. Het voorwaardelijk deel is bedoeld om de ernst van het feit uit te drukken en verdachte ervan te weerhouden nogmaals dergelijke feiten te plegen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.