ECLI:NL:RBAMS:2026:6782
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 13.225193.25 (zaak A) en 13.012926.26 (zaak B)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting van een 14-jarig meisje. Daarnaast heeft de verdachte de seksuele handelingen zonder toestemming van het slachtoffer gefilmd en heeft hij deze filmpjes vervolgens zonder toestemming verspreid. Aan de verdachte wordt opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 315 dagen. Daarnaast wordt aan de verdachte opgelegd de voorwaardelijke PIJ-maatregel. De rechtbank is het met de deskundigen eens dat de verdachte gebaat is bij een ambulante behandeling met strakke kaders. Verder dient verdachte zich in het kader van de vrijheidsbeperkende maatregelen aan een contactverbod en locatieverbod te houden. De vordering van de benadeelde partij is ten aanzien van het immateriële gedeelte toegewezen en ten aanzien van het materiële gedeelte niet-ontvankelijk verklaard. De inbeslaggenomen goederen zijn onttrokken aan het verkeer.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.