ECLI:NL:PHR:2026:638
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/04316
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Voorhanden hebben Poolse verblijfskaart, waarvan de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals was (art. 231 Sr). (Tijdelijk) vervolgingsbeletsel openbaar ministerie vanwege het beroep van de verdachte op art. 31 lid 1 van het Vluchtelingenverdrag? Het oordeel van het hof dat geen sprake is van een situatie waarin de verdachte het (valse) Poolse verblijfsdocument onmiskenbaar in het kader van de vlucht in haar bezit had, is niet onbegrijpelijk, nu de verdachte heeft verklaard dat zij vanuit haar verblijfplaats in België een (vals) Pools verblijfsdocument heeft verkregen, omdat zij in Europa wilde werken. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.