1 Inleiding
1.1
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 1 december 2022 de verdachte wegens 1A. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, 1B. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, 2A. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, 3. “deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde lid en vijfde lid, artikel 10a, eerste lid en artikel 11, vierde lid van de Opiumwet” en 5. “medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden met aftrek van voorarrest. Het hof heeft tevens beslist over inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaken 22/04549 ( [medeverdachte 1] ), 22/04601 ( [medeverdachte 2] ), 22/04598 ( [medeverdachte 3] ) en 22/04640 ( [medeverdachte 4] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
1.3
Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.