ECLI:NL:PHR:2026:406
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 21 april 2026
- Zaaknummer
- 24/03332
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Woninginbraak (art. 311 Sr). Vorderingen benadeelde partij. Middel slaagt voor zover wordt geklaagd dat hof een van de vorderingen heeft toegewezen t.a.v. voorwerp dat i.h.k.v. beslag is teruggegeven aan ander. Middel faalt voor het overige. Conclusie strekt tot vermindering van toegewezen vordering en tot verwerping voor het overige.
Uitspraak
1 Het cassatieberoep
1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 30 augustus 2024 (parketnr. 23-000709-24) het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2024 (parketnr. 13-294569-23) bevestigd met verbetering van gronden, behalve voor wat betreft de beslissingen over de vorderingen van de benadeelde partijen, de schadevergoedingsmaatregel en een aantal beslissingen over het beslag. In dat vonnis heeft de rechtbank de verdachte wegens – kort gezegd – diefstal in vereniging in een woning veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Advocaat J. Kuijper heeft één middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt geklaagd over de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Namens de benadeelde partij heeft advocaat N. van der Laan een verweerschrift ingediend.
1.3
Voorafgaand aan de bespreking van het middel, geef ik eerst de overwegingen en beslissingen van het hof ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen weer.
2. Het arrest van het hof ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen
2.1
In eerste aanleg heeft de [benadeelde 1] zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot materiële schadevergoeding van € 12.180. Daarnaast heeft ook [benadeelde 2] zich in eerste aanleg als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot materiële schadevergoeding die opgeteld € 31.977,64 bedraagt. De rechtbank heeft deze vorderingen toegewezen tot bedragen van respectievelijk € 6.700 en € 25.141,33. In hoger beroep hebben beide benadeelde partijen zich opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
2.2
Het hof heeft ten aanzien van de benadeelde partijen het volgende overwogen:
“Vordering van de [benadeelde 1]
[…] De gestelde materiële schade bestaat uit:
1) Moncler jas € 1430,00
2) Canada Goose jas € 1495,00
3) Ferragamo riem € 450,00
4) Louis Vuitton papillon damier Ebene € 880,00
5) Louis Vuitton tas Neverfull initialen YY € 455,00
6) Sony laptop € 990,00
7) Gouden Buddha ketting € 1500,00
8) Louis Vuitton zilveren riem € 350,00
9) Dior handtas Oblique € 750,00
10) Cartier gouden pen € 300,00
11) autosleutel Mercedes € 500,00
12) Rolex doos certificaat en schakels € 500,00
13) Rolex doos certificaat en schakels € 500,00
14) IPhone 10 met simkaart € 1280,00
15) Dior sjaal Oblique € 400,00
16) Dior Oblique portemonnee € 400,00
Totaal: € 12.180,00
De advocaat-generaal heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.
De raadsman van de verdachte heeft primair verzocht de vordering voor het deel dat ziet op goederen waarvan de teruggave is gelast, te weten een bedrag van € 3.805,00 af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering ten aanzien van de twee Rolex horloges (onder schadeposten 12 en 13) af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren nu de bonnen die ter onderbouwing zijn ingediend, niet op naam van de aangever staan. Meer subsidiair bestaat volgens de verdediging onduidelijkheid over de restwaarde van de opgevoerde goederen. Het eventueel inzichtelijk maken van de restwaarde van de goederen levert een onevenredige belasting van het rechtsgeding op waardoor ook om deze reden wordt verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (gedeeltelijk) zal worden toegewezen. Het hof zal zijn overwegingen ten aanzien van de verschillende schadeposten hieronder achtereenvolgens bespreken.
Ten aanzien van de schadeposten onder 4), 5), 7), 9), 10), 11), 14), 15) en 16) oordeelt het hof dat het voldoende aannemelijk is dat de gestelde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Deze goederen worden in de aangifte genoemd en de gestelde schade wordt voldoende onderbouwd. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor die goederen zal worden toegewezen.
Ten aanzien van de schadeposten onder 1) en 2) oordeelt het hof dat deze bij de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen. Voor deze twee posten is de teruggave aan [benadeelde 1] gelast. Deze posten kunnen derhalve niet als geleden schade worden aangemerkt. De vordering zal voor dit deel, te weten een bedrag van € 2.925,00, worden afgewezen.
Ten aanzien van de schadeposten onder 3), 6) en 8) oordeelt het hof dat deze goederen niet in de aangifte benoemd worden. Naar het oordeel van het hof is dan ook onvoldoende aannemelijk dat de gestelde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De vordering zal ook voor dit deel, te weten een bedrag van € 1.790,00, worden afgewezen.
Ten aanzien van de schadeposten onder 12) en 13) oordeelt het hof dat deze onvoldoende onderbouwd zijn. Het betreft immers Rolex dozen met schakels, terwijl ter onderbouwing facturen van een Rolex horloge zijn opgevoerd. Gelet hierop is het hof van oordeel dat een verantwoorde behandeling en beoordeling van dit onderdeel van de vordering van de benadeelde partij nader onderzoek vergt. Dat nadere onderzoek levert een onevenredige belasting voor het strafgeding op. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Na aftrek van voornoemde posten resteert een gevorderd bedrag van € 6.465,00. Bij de begroting van de schade is de benadeelde partij uitgegaan van de nieuwwaarde van de weggenomen goederen. Het hof is met de rechtbank en de raadsman van oordeel dat rekening dient te worden gehouden met een in de reden liggende lagere dagwaarde dan tot uitdrukking komt in de (in de vordering betrokken) aanschafkosten.
Het hof overweegt echter dat sprake is van een gevarieerde ouderdom van de goederen, waardoor het niet mogelijk is om één afschrijvingspercentage toe te passen. Het hof beschikt bovendien niet over een nadere onderbouwing van de actuele waarde van de goederen, waardoor het moeilijk is om vast te stellen wat de actuele waarde van de weggenomen goederen is, mede in aanmerking genomen dat het deels gaat om luxegoederen die ook mogelijk in waarde gestegen kunnen zijn. Om die reden kiest het hof ervoor om de daadwerkelijke actuele schade te begroten op een bedrag dat het hof redelijk voorkomt. Het hof zal het totaalbedrag aan schade begroten op de helft van het totaalbedrag van de schadeposten die worden toegewezen. De vordering tot vergoeding van de materiële schade zal daarom worden toegewezen voor een bedrag van € 3.232,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Het hof zal de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders veroordelen tot vergoeding van de schade.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Vordering van de [benadeelde 2]
[…] De gestelde materiële schade bestaat uit:
1) Chanel oorbellen uit 2013 € 190,00
2) Mulberry tas uit 2014 € 930,00
3) Louis Vuitton tas uit 2006 € 885,00
4) Louis Vuitton tassen beide uit 2005 € 985,00
5) Louis Vuitton portemonnee uit 2008 € 495,00
6) Louis Vuitton portemonnee uit 2016 € 135,00
7) Louis Vuitton sleutelhouder uit 2014 € 170,00
8) Tiffany&Co armband uit 2016 € 310,00
9) Chanel zonnebril uit 2014 € 304,00
10) Chanel tas uit 2013 € 3450,00
11) Tiffany & CO ketting uit 2022 € 1100,00
12) Ferragamo tas uit 2018 € 887,10
13) Amsterdam Diamond Centre rijring Princess uit 1999 € 2420,00
14) Louis Vuitton riem uit 2011 € 295,00
15) Rolex horloge uit 2014 € 7400,00
16) Louis Vuitton tas uit 2006 € 540,00
17) Nike Air Jordan uit 2022 € 155,98
18) Louis Vuitton Metis tas uit 2022 € 1750,00
19) Louis Vuitton Blois tas uit 2005 € 1500,00
20) Louis Vuitton epi portemonnee uit 2005 € 380,00
21) Ferragamo Sofia tas uit 2015 € 1350,00
22) Gucci shopper uit 2005 € 650,00
23) Givenchy knotted sneakers uit 2017 € 395,00
24) Ugg short black uit 2023 € 229,95
25) Louis Vuitton zippy coin purse uit 2016 € 350,00
26) Coach pillow Tabby tas uit 2023 € 424,95
27) Louis Vuitton perforated wallet uit 2006 € 315,00
28) Chopard Happy Diamonds armband uit 2014 € 960,00
29) Gucci 3 tassen uit 2002 € 542,50
30) Culet circle armband uit 2023 € 508,00
31) Louis Vuitton epi leer riem uit 2009 € 305,00
32) Dior ketting uit 2002 € 90,00
33) Gucci riem uit 2007 € 195,00
34) Tods 2 paar schoenen uit 2014 € 400,00
35) Tods Schoenen uit 2014 € 195,00
36) Nike Panda sneakers maat 4y uit 2022 € 167,58
37) Nike Jordan maat 7.5 uit 2022 € 258,60
38) Nike Jordan maat 9.5 uit 2021 € 185,98
39) Nike Panda maat 7y uit 2021 € 183,00
Totaal: € 31.987,64 (het hof herstelt een optelfout)
De advocaat-generaal heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
De raadsman van de verdachte heeft primair verzocht de vordering ten aanzien van de goederen die bij de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn aangetroffen en worden teruggeven aan de benadeelde partij dan wel worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende (onder schadeposten 9, 23 en 37) dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering ten aanzien van de goederen die kennelijk zijn gekocht op naam van iemand anders af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren nu het verkrijgen van nadere toelichting een onevenredige belasting van het rechtsgeding oplevert. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren nu deze in alle opzichten onvoldoende onderbouwd is.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof is van oordeel dat het niet onlogisch is dat spullen van een dochter nog in de (ouderlijke) woning van vader liggen. Mede gelet op het feit dat de dochter ook namens vader aangifte heeft gedaan en daarbij onmiddellijk heeft aangegeven welke spullen, ook van haarzelf, zijn weggenomen, acht het hof een nadere onderbouwing door de benadeelde op dat punt niet nodig. Dat geldt eveneens voor het gegeven dat op de ter onderbouwing ingediende aankoopbonnen geen of in een enkel geval een andere naam dan die van aangevers staat vermeld. Het enkele feit dat de aangevers in staat waren die bonnen aan te leveren levert naar het oordeel van het hof voldoende onderbouwing op van de door aangevers gestelde schade.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (gedeeltelijk) zal worden toegewezen. Het hof zal zijn overwegingen ten aanzien van de verschillende schadeposten hieronder achtereenvolgens bespreken.
Ten aanzien van de schadeposten onder 1) t/m 10), 12), 13), 15), 16), 18) t/m 22), 24) t/m 27) oordeelt het hof dat het voldoende aannemelijk is dat de gestelde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Deze goederen worden in de aangifte genoemd en worden voldoende onderbouwd. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Ten aanzien van de schadeposten onder 9), 23), 27) en 37) oordeelt het hof dat deze bij de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen. Het hof gaat er vanuit dat de onder 27) bedoelde portemonnee de portemonnee betreft die op de beslaglijst onder 4) staat vermeld. Voor deze vier posten is de teruggave aan [benadeelde 2] gelast. Deze posten kunnen derhalve niet als geleden schade worden aangemerkt. De vordering zal voor dit deel, te weten een bedrag van € 1272,60, worden afgewezen.
Ten aanzien van de schadeposten onder 11), 14), 17), 28) t/m 36), 38) en 39) oordeelt het hof dat deze goederen niet in de aangifte benoemd worden. Naar het oordeel van het hof is dan ook onvoldoende aannemelijk dat de gestelde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De vordering zal ook voor dit deel, te weten een bedrag van € 5283,04 worden afgewezen.
Na aftrek van voornoemde posten resteert een gevorderd bedrag van € 25.432,00. Bij de begroting van de schade is de benadeelde partij uitgegaan van de nieuwwaarde van de weggenomen goederen. Het hof is met de rechtbank en de raadsman van oordeel dat rekening dient te worden gehouden met een in de reden liggende lagere dagwaarde dan tot uitdrukking komt in de (in de vordering betrokken) aanschafkosten.
Het hof overweegt echter dat sprake is van een gevarieerde ouderdom van de goederen, waardoor het niet mogelijk is om één afschrijvingspercentage toe te passen. Het hof beschikt bovendien niet over een nadere onderbouwing van de actuele waarde van de goederen, waardoor het moeilijk is om vast te stellen wat de actuele waarde van de weggenomen goederen is, mede in aanmerking genomen dat het deels gaat om luxegoederen die ook mogelijk in waarde gestegen kunnen zijn. Om die reden kiest het hof ervoor om de daadwerkelijke actuele schade te begroten op een bedrag dat het hof redelijk voorkomt. Het hof zal het totaalbedrag aan schade begroten op de helft van het totaalbedrag van de schadeposten die worden toegewezen. De vordering tot vergoeding van de materiele schade zal daarom worden toegewezen voor een bedrag van € 12.716,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Het hof zal de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders veroordelen tot vergoeding van de schade.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.”
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.