ECLI:NL:PHR:2026:340
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 31 maart 2026
- Zaaknummer
- 25/00952
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Jaddoe. Doodslag (art. 287 Sr) door samendrukkend geweld op de hals (verwurging) bij een zwaar geïntoxiceerd persoon. Uit de bevindingen van de deskundigen die het lichaam van het slachtoffer hebben onderzocht, volgt dat de dood van het slachtoffer zowel verklaard kan worden op traumatische als op toxicologische gronden. Uit het toxicologisch onderzoek volgt dat de bij het slachtoffer gemeten GHB-concentratie een concentratie is die beter past bij personen die zijn overleden aan een overdosis GHB dan bij personen die aan diezelfde GHB-concentratie niet zijn overleden. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van de pathologen dat het intreden van de dood ook verklaard kan worden door samendrukkend geweld op de hals van het slachtoffer. M1: kon het hof op basis van de verklaringen van de deskundigen oordelen dat de dood met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door het geweld is veroorzaakt? De advocaat-generaal concludeert dat de verklaringen van de deskundigen zo moeten worden begrepen dat zij het scenario waarin het slachtoffer is overleden aan de gevolgen van samendrukkend geweld op de hals terwijl zij zwaar geïntoxiceerd was het meest waarschijnlijk achten (en dus: waarschijnlijker dan een scenario waarin het slachtoffer zou zijn overleden aan (enkel) de GHB-intoxicatie). Het hof heeft op basis van deze verklaringen aannemelijk geacht dat het overlijden met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door het door de verdachte gepleegde geweld is veroorzaakt. In het licht van de verklaringen van de deskundigen die het hof aan dat oordeel ten grondslag legt, dient dit oordeel zo begrepen te worden dat het hof meent dat het geweld met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid de dood van een zwaar geïntoxiceerd persoon heeft veroorzaakt. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, nu het hof op basis van de verklaringen van de deskundigen ook heeft vastgesteld dat het geweld op de hals bij leven is toegepast en het geweld naar zijn aard geschikt is om de dood te doen intreden. M2 komt met verschillende klachten op tegen het oordeel van het hof dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. M3 klaagt over de verwerping door het hof van het door de verdediging voorgestelde alternatieve scenario, inhoudende dat de verdachte de hals van het slachtoffer per ongeluk heeft samengedrukt of toegesnoerd. De advocaat-generaal concludeert dat het hof de bewezenverklaring van het opzet en de verwerping van het alternatieve scenario op basis van de verklaringen van de deskundigen over de aard en duur van het toegebrachte geweld en de aard van het letsel toereikend heeft gemotiveerd. De middelen falen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.