ECLI:NL:PHR:2026:198
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 27 februari 2026
- Zaaknummer
- 26/00504
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand na afwijzing van vordering tenuitvoerlegging vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel. De vraag is of veroordeelde die op grond van art. 537 Sv aanspraak kan maken op vergoeding van schade ten gevolge van vrijheidsbeneming, ook in aanmerking komt voor vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Anders dan rb, meent AG dat juridische basis voor die vergoeding ontbreekt. In gevallen waarop art. 537 Sv ziet, is steeds geen sprake van een zaak "die eindigt zonder oplegging van straf of maatregel" a.b.i. art. 530.2 Sv (vgl. ook HR:2013:BX5566 en HR:2015:2756, 2757 en 2758). Ook kunnen kosten voor rechtsbijstand niet worden aangemerkt als "schade" a.b.i. art. 537 Sv. Met toekenning van vergoeding voor kosten voor opstellen en indienen verzoekschrift a.b.i. art. 537 Sv, heeft rb het voorgaande miskend.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.