ECLI:NL:PHR:2015:2023
Parket bij de Hoge Raad
- Uitspraak
- 1 september 2015
- Zaaknummer
- 14/05842
- Rechtsgebied
- Strafrecht
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Profijtontneming. In mindering brengen van belastingheffing op w.v.v. Bij bepaling van het w.v.v. kunnen slechts kosten die in directe relatie staan tot het delict gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen (vgl. ECLI:NL:HR:2001:AB3200). Onder die kosten moeten worden gerekend kosten die bespaard zouden zijn geweest als het delict niet zou zijn gepleegd (vgl. ECLI:NL:HR:1992:AC0473). Daartoe kunnen ook kosten behoren die niet t.b.v. voltooiing van het delict zijn gemaakt en in zoverre dus niet noodzakelijk waren. Hiervan uitgaande heeft het Hof, zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting, kunnen oordelen dat het betaalde bedrag aan loon- en kansspelbelasting in directe relatie stond tot het delict, zodat het dat bedrag in mindering kon brengen op het w.v.v. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat bij bepaling van het w.v.v. dient te worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. ECLI:NL:HR:1997:AB7714). Anders dan het middel wil, staat voorts aan aftrek kosten niet in de weg dat de kosten eerst zijn gemaakt nadat het delict was voltooid (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BQ0779). Opmerking verdient nog het volgende. Bij de betaling van loon- en kansspelbelasting doet zich - anders dan in ECI:NL:HR:1998:ZD0947 - niet de situatie voor dat als gevolg van het ‘fiscale mechanisme’ de belastingheffing weer ongedaan gemaakt wordt indien en v.zv. het w.v.v. weer wordt ontnomen, hetgeen zou meebrengen dat bij de bepaling van het w.v.v. geen rekening mag worden gehouden met belastingheffing. Anders dan in het genoemde arrest gaat het i.c. immers niet om heffingen over het bedrag van het w.v.v., maar om heffingen vanwege de uitkering van prijzen en het uitbetalen van lonen aan derden.