ECLI:NL:HR:2026:999
Hoge Raad
- Uitspraak
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 23/04885
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Medeplichtigheid aan hennepteelt en aanwezig hebben van hennep, art. 3.B jo. 3.C Opiumwet. Bewijsklacht opzet op grondfeit. Kon hof voor medeplichtigheid vereist (voorwaardelijk) opzet op teelt en aanwezigheid van hennep o.m. baseren op vaststelling dat verdachte in eerdere zaak onherroepelijk is veroordeeld voor medeplichtigheid aan teelt van hennep en grote overeenkomsten met die eerdere zaak? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2001:AD4372 m.b.t. dubbel opzet bij medeplichtigheid. Hof heeft vastgesteld dat verdachte in eerdere strafzaak is veroordeeld voor medeplichtigheid aan teelt van hennep. In die zaak had verdachte voor ander een woning gehuurd, waarin vervolgens hennepplantage was aangetroffen, en heeft verdachte bij politie verklaard dat zij op de hoogte was van voornemen om in woning een hennepplantage op te bouwen. Na deze veroordeling heeft verdachte in tll. bedoelde woning voor ander gehuurd. Ook in die woning is vervolgens hennepplantage aangetroffen. In beide zaken heeft verdachte nooit in betreffende woningen verbleven, liet zij tegen beloning de huur en het energiecontract voor die woningen op haar naam zetten en kreeg zij geld om huur en energierekening te voldoen van degene die haar beloning in vooruitzicht had gesteld. Op basis van o.m. deze vaststellingen heeft hof geoordeeld dat, “gelet op grote overeenkomsten met vorige zaak en haar onherroepelijke veroordeling daarvoor”, verdachte voor medeplichtigheid vereist (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op teelt en aanwezigheid van hennep. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.