Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:994

Hoge Raad

Uitspraak
23 juni 2026
Zaaknummer
23/04412
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Medeplegen voorbereidingshandelingen grootschalige hennepteelt, art. 11a jo. 11.5 Opiumwet. Bewijsklacht bestemming van voorwerpen. Heeft verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij “bestemd waren tot” plegen van een van de in art. 11.5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? Voor bewezenverklaring van bestemming a.b.i. art. 11a Opiumwet is vereist dat gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij uiteindelijk doel ten behoeve waarvan handeling wordt verricht van belang is (vgl. HR:2018:328). Hof heeft geoordeeld dat in bewezenverklaarde periode de verdachte samen met medeverdachte voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad die bestemd zijn tot grootschalig telen van hennep. Daaraan heeft hof ten grondslag gelegd dat verdachte, samen met medeverdachte, op meerdere dagen in woning heeft gewerkt, terwijl verspreid over gehele woning onmiskenbaar voorwerpen lagen die bestemd waren voor telen van hennep. In het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, is ‘s hofs oordeel niet zonder meer begrijpelijk. Hof heeft immers ook vastgesteld dat (gelet op bevindingen van strafrechtelijk onderzoek) duidelijk sprake was van ontmantelde hennepkwekerij en dat verdachte, samen met ander, al voordat politie waarnemingen deed, woning heeft opgeruimd o.m. door lampen, ventilatoren en zakken met vuil uit woning te halen. Hof heeft verder geen nadere vaststellingen gedaan over uiteindelijk doel van voorhanden hebben van voorwerpen en stoffen door verdachte en medeverdachte. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/04411.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.