ECLI:NL:HR:2026:955
Hoge Raad
- Uitspraak
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/02892
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak t.z.v. witwassen van auto (art. 420bis.1 Sr) en veroordeling t.z.v. medeplegen witwassen van 2 horloges (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. OM-cassatie. Afkomstig uit enig misdrijf. Kon hof oordelen dat in art. 6.2 EVRM neergelegde onschuldpresumptie in de weg staat aan oordeel dat auto (gedeeltelijk) van misdrijf afkomstig is? 2. Cassatie verdachte. Bewijsklacht. Heeft hof bewezenverklaring toereikend gemotiveerd? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2004:AP2124 en HR:2018:2352 m.b.t. bewijs van bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf” in witwasbepalingen. Hof heeft overwogen dat in tll. bedoelde auto toebehoorde toe aan A. Er zijn aanwijzingen dat vermogen van A van misdrijf afkomstig is en dat verdachte na overlijden van A handelingen heeft verricht t.a.v. auto. A is niet voor witwassen of onderliggende gronddelicten vervolgd en in art. 6.2 EVRM neergelegde onschuldpresumptie staat eraan in de weg dat postuum schuld van A aan strafbaar feit wordt vastgesteld. Daarvan zou sprake zijn als zou worden vastgesteld dat auto uit misdrijf afkomstig is, waarbij mogelijkheid dat dit misdrijf door A gepleegd strafbaar feit is niet denkbeeldig zou zijn. Op deze overwegingen heeft hof gebaseerd dat het “verder geen oordeel kan en zal geven aangaande al dan niet criminele herkomst van vermogen van A en hier in geding zijnde auto”. Hof heeft verdachte vervolgens vrijgesproken van witwassen van auto. Daarmee heeft hof, nog los van wat in CAG naar voren is gebracht over art. 6.2 EVRM, miskend wat hiervoor is vooropgesteld. Hof had slechts te beoordelen of auto als zodanig uit enig misdrijf afkomstig was en niet of A persoonlijk in verband daarmee strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR:2006:AU6712). Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Afgezien van enkele vaststellingen is bewezenverklaring t.a.v. horloges niet van enige motivering voorzien. Dat zou wellicht voldoende kunnen zijn voor bewezenverklaring van zelfstandig verrichten van verwerven en voorhanden hebben van 1 horloge, maar niet voor ander horloge en voor overige elementen van bewezenverklaring m.b.t. beide horloges. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01863.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.