Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:953

Hoge Raad

Uitspraak
23 juni 2026
Zaaknummer
24/03794
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr) en medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b.2 Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op adres dat verdachte bij zijn verhoor door politie heeft opgegeven en is opgenomen in akte van h.b.? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2002:AD5163 m.b.t. betekening van dagvaarding in geval van verdachte (feitelijke) woon- of verblijfplaats bekend is. Uit stukken moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. betekenen van dagvaarding niet was gedetineerd, dat hij niet stond ingeschreven in BRP en dat van hem adres uit stukken blijkt, dat voor de hand ligt en redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden, namelijk adres dat verdachte bij zijn verhoor door politie heeft opgegeven en dat is opgenomen in akte van h.b. Uit stukken volgt echter niet dat dagvaarding in h.b. ter uitreiking is aangeboden op dat adres van verdachte. Oordeel van hof dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend is daarom niet begrijpelijk. Daaraan doet niet af dat afschrift van dagvaarding naar genoemd adres is verzonden, nu deze verzending geen deel uitmaakt van betekening. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig. CAG (strekking): nietigverklaring van dagvaarding in h.b. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 427 en 432.2 Sv).

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.