ECLI:NL:HR:2026:877
Hoge Raad
- Uitspraak
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/00546
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling van PIW-er, art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat uit omstandigheid dat verdachte een week geleden contact met hem heeft gezocht kan worden afgeleid dat hij gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht, door hof afgewezen met overweging dat aangevoerde onvoldoende concreet is ter onderbouwing van vermoeden van raadsman dat verdachte gebruik zou willen maken van aanwezigheidsrecht. HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Hof heeft verzoek tot aanhouding afgewezen en in dat verband geoordeeld dat hetgeen door raadsman ttz. in h.b. naar voren is gebracht onvoldoende concreet is ter onderbouwing van vermoeden van raadsman dat verdachte gebruik zou willen maken van zijn aanwezigheidsrecht. Raadsman heeft ttz. aangegeven geen contact (meer) te kunnen krijgen met verdachte maar uit eerdere contactpoging van verdachte af te kunnen leiden dat verdachte vermoedelijk gebruik wenst te maken van zijn aanwezigheidsrecht. Onder deze en overige uit p-v van tz. in hoger beroep af te leiden omstandigheden, i.h.b. omstandigheid dat daaruit enkel volgt dat raadsman de verdachte heeft gewezen op onderhavige strafzaak, kan ervan worden uitgegaan dat verdachte mogelijk geen weet heeft gehad van zitting(sdatum). Nu dagvaarding in h.b. niet in persoon is uitgereikt maar wel op rechtsgeldige wijze is betekend, kan aanhoudingsverzoek op de grond dat aan dat verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid (verdachte heeft (mogelijk) geen weet heeft van zitting en wenst vermoedelijk gebruik te maken van zijn aanwezigheidsrecht) niet aannemelijk is, enkel worden afgewezen als o.b.v. andere omstandigheden kan worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk weet had van zitting. Nu daarvan niet is gebleken, had hof een afweging moeten maken tussen alle bij aanhouding van onderzoek ttz. betrokken belangen. Nu hof daartoe niet is overgegaan, is afwijzing van aanhoudingsverzoek ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.