Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:HR:2026:826

Hoge Raad

Uitspraak
9 juni 2026
Zaaknummer
25/00689
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie

Inhoudsindicatie

Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen (voorbereiding van) moord, meermalen gepleegd (art. 289 Sr), voorhanden hebben van wapens, meermalen gepleegd (art. 26.1 WWM), openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.4 Sr). Levenslange gevangenisstraf opgelegd. Levert oplegging van levenslange gevangenisstraf een schending van art. 3 EVRM op? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:1114 m.b.t. verenigbaarheid van Nederlandse regeling van oplegging en tenuitvoerlegging van levenslange gevangenisstraf met eisen die art. 3 EVRM stelt. EHRM heeft in nr. 28157/18 (F.B. e.a./Nederland) n.a.v. klachten van 7 personen, die inhouden dat gelet op Nederlandse wetgeving en praktijk aan hen opgelegde levenslange gevangenisstraffen de jure en de facto niet voor verkorting in aanmerking komen en dat dit strijd oplevert met art. 3 EVRM, geoordeeld dat artikel 3 EVRM niet is geschonden. Mogelijkheden van rechterlijke beoordeling in fase van tul van levenslange gevangenisstraf zijn van groot belang als waarborg dat, als levenslange gevangenisstraf is opgelegd, tul van die straf zal voldoen aan eisen die art. 3 EVRM stelt. In huidig Nederlands stelsel gaat het dan i.h.b. om beoordeling door burgerlijke rechter van beslissingen over gratieverlening en beoordeling door penitentiaire rechter van beslissingen over manier van tul van levenslange gevangenisstraf. Rechterlijke beoordeling van eventuele (voorwaardelijke) invrijheidstelling bij levenslange gevangenisstraf sluit aan bij wat in HR:2016:1325 is overwogen over herbeoordeling van straf door rechter. Ook in latere rechtspraak heeft HR benoemd dat herbeoordeling door rechter een belangrijke waarborg kan vormen in het licht van art. 3 EVRM. Het ligt op weg van wetgever om (nader) te bepalen of hierop toegesneden aanpassing van stelsel van herbeoordeling plaatsvindt. Daarbij is van belang dat rechtspraak van EHRM over levenslange gevangenisstraf in afgelopen decennium een ontwikkeling vertoont waar het gaat om waarborgen waarmee oplegging en tul van levenslange gevangenisstraf moeten zijn omgeven, en EHRM expliciet als waarborg benoemt dat Nederlandse rechter grondwettelijk verplicht is acht te slaan op art. 3 EVRM en op rechtspraak van EHRM zoals deze zich in toekomst kan ontwikkelen. Hof heeft, mede onder verwijzing naar rechtspraak van HR, geoordeeld dat oplegging van levenslange gevangenisstraf niet in strijd komt met art. 3 EVRM. Dat oordeel getuigt, gelet op hiervoor weergegeven uitspraak van EHRM, niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00659, 25/00667 en 25/00690.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.