ECLI:NL:HR:2026:825
Hoge Raad
- Uitspraak
- 2 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/01373
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Inhoudsindicatie
Medeplegen oplichting door als financieel adviseur (beleggings)producten aan te bieden, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift met inkomensverklaringen en hypotheekaanvraagformulieren, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen witwassen van geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklachten oplichting t.a.v. grondslagverlating, oplichtingshandelingen, tegenstrijdigheid van bewezenverklaring en aanwending van inleggelden van sportschool. 2. Ondervragingsrecht getuige bij valsheid in geschrift. Heeft hof de verklaring van getuige voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die getuige niet ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? 3. Grondslagverlating valsheid in geschrift. Heeft hof met bewezenverklaring suggestie opengelaten dat t.a.v. “valsheid” naast deelnemingsvorm medeplegen ook sprake zou zijn van deelnemingsvorm doen plegen? 4. Bewijsklachten witwassen t.a.v. discrepantie in bewezenverklaring tussen enerzijds “tezamen en in vereniging met ander of anderen” en anderzijds “verdachte en/of haar mededader” en afkomstig uit eigen misdrijf. 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden). Heeft hof bij strafoplegging de grondslag van tll. verlaten door uit te gaan van langere pleegperiode en hoger aantal verkochte polissen dan bewezenverklaard en tlgd.? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01326 (niet gepubliceerd: 80a RO).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.