ECLI:NL:HR:2026:791
Hoge Raad
- Uitspraak
- 22 mei 2026
- Zaaknummer
- 24/04675
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Moord door in 2020 in Den Haag zijn vrouw in hun woning te wurgen met koord van badjas, art. 289 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Is 16-maandentermijn of 2-jaarstermijn van toepassing, nu verdachte zich i.v.m. met zaak in voorlopige hechtenis bevond? Hof heeft kennelijk geoordeeld dat als zaak op 29-2-2024 zou zijn afgerond, geen sprake zou zijn geweest van overschrijding van redelijke termijn in h.b. Dat oordeel is niet begrijpelijk, omdat daarin als ’s hofs oordeel besloten ligt dat redelijke termijn voor behandeling van zaak in h.b. 2 jaren bedraagt, terwijl verdachte zich i.v.m. deze zaak gedurende behandeling in h.b. in voorlopige hechtenis bevond. Daarom was redelijke termijn van 16 maanden van toepassing, die op 25-8-2023 was verstreken. HR doet zaak zelf af en vermindert aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van 10 jaren met 6 maanden.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.